(willekeurige gevelsteen van een paard)
Eind april 1740 wordt in de Kamper archieven het huis ''Het Huirpeerd'' genoemd. Voor zover bekend de eerste vermelding. De naam suggereert dat er sprake was van een herberg, waar je van paard kon wisselen. Zeker is dit niet en soms was huis Het Huirpeerd gewoon een woonhuis. Rond 1800 krijgt het pand een andere naam. Een verhaal met een bijzondere draai.
1740: Willem Bonthuis en Johanna Visscher
In april 1740 leende het echtpaar Willem Bonthuis en Johanna Visscher f 800 cg (carolusguldens) voor aankoop van huis Het Huirpeerd. Het huis was ook het onderpand voor de lening, inclusief alles wat nagelvast was. Het Huirpeerd stond in de Nieuwstraat, hoek Morrensteeg. Een jaar later hadden zij hun schuld afbetaald. Meer informatie over Willem Bonthuis en Johanna Visscher valt niet te vinden.
Vrijwel direct gingen Willem en Johanna in 1741 een nieuwe schuld aan van f 800 cg. Dit keer bij burgemeester Gozuinus van der Linde. Opnieuw was huis Het Huirpeerd onderpand voor de lening. Ook deze schuld is ruim een jaar later, op 29 juni 1842, afbetaald.
1742-1752: Gerrit Huiskes en Aeltien Speldewind
Nog op de zelfde dag, 29 juni 1742, werd opnieuw een schuld van f 800 cg aangegaan bij burgemeester Van der Linde voor huis Het Huirpeerd. Dit keer door het echtpaar Gerrit Huiskes en Aeltien Speldewind. Het gaat nog steeds over een pand in de Nieuwstraat, op één van de vier hoeken met de Morrensteeg.
Enkele maanden eerder waren Gerrit en Aeltien nog de uitbaters van ''het huis over de Brugge met de Schans''. In februari 1742 dienden zij bij de Raad een verzoek in om van het laatste jaar huur vrijgesteld te worden. De verhuur van het pand wilden zij graag over doen aan de weduwe Frankendaals. Dit wordt hen toegestaan. Waarschijnlijk werd zo de overstap naar herberg Het Huirpeerd in de Boven Nieuwstraat mogelijk.
huis Het Huirpeerd aan de oostzijde van de Boven Nieuwstraat
Later in het jaar 1742 wordt de locatie van een huis in de (Boven) Hofstraat omschreven als: naast de achteruitgang van huis 't Huirpeerd. Dit beperkt de locatie van huis Het Huirpeerd tot één van de twee hoeken aan de oostzijde van de Boven Nieuwstraat met de Morrensteeg. Bovendien bleek het erf van huis Het Huirpeerd door te lopen tot de (Boven-) Hofstraat.
In 1743 leenden Gerrit en Aeltien een bedrag van f 1000 cg van Margrieta Bone, weduwe van Willem Speldewind. Onderpand is hun woonhuis, waarop ook nog een lening aan de erven van burgemeester Van der Linde (†1743) rustte. Margrieta was waarschijnlijk een schoonzus, misschien een schoonmoeder. In 1752 was de lening afbetaald bij de voogden over Jannes Speldewind
Gerrit Huiskes had al een zoon uit een eerder huwelijk. Op 5 augustus 1745 was Clamer Huiskes 9 jaar oud en werd hem het Groot Burgerschap van Kampen toegekend. Vader Gerrit Huiskes was toen ontvanger van de belastingen op tabak.
In 1748 blijkt er een rechtzaak te lopen over huis Het Huirpeerd. Gerrit Huiskes meende het pand verkocht te hebben, maar de beoogde koper, Hendrik Franke, bestreed dit. Er zal vast over een verkoop gesproken zijn, want korte tijd later kocht Hendrik Franke herberg Het Rode Hart (Hert) in de Graafschap.
In juli 1748 deed zich de mogelijkheid voor Het Huirpeerd te verhuren aan overste Graffenriet. Een begrijpelijke optie van de overste, want zijn schoonvader, stadssecretaris Lemker, woonde schuin tegenover Het Huirpeerd in Boven Nieuwstraat 72.
1750: Gerrit Huiskes in huis De Colschen Dom
In 1750 kruisen de namen van huis Het Huirpaard en huis De Colschen Dom elkaar. In 1750 woonde Gerrit Huiskes in huis De Colschen Dom aan de Oudestraat, t.o de Melksteeg. Hij bezat voldoende financiële middelen om flinke bedragen aan derden uit te lenen voor aankoop van onroerend goed.
Huis De Colschen Dom stond aan de Oudestraat, op de hoek met de Plantage. Het was een oud pand, dat al eeuwen in gebruik was als herberg. Tot ca. 1600 onder de naam De (Sulveren) Helm, daarna als De Colschen Dom en vanaf 1766 als De Dom van Keulen.
opnieuw een lening met als onderpand huis Het Huirpeerd
In 1752 is huis Het Huirpeerd onderpand voor een lening van f 1100 cg door Gerrit Huiskes en Aeltien Speldewind. Zij zijn dit grote bedrag schuldig aan belasting op brandewijn. Het werd de opmaat naar het faillisement van Gerrit en Aeltien in augustus 1752. Er stond toen nog een restant belastingschuld open van f 497,14 voor brandewijn, gebrande wateren, wijn en tabak. De ontvanger van Salland liet Het Huirpeerd feilen. Uit de opbrengst van het pand kreeg de ontvanger van Vollenhove nog een bedrag van f 70,12. Ook andere crediteuren meldden zich, zoals de steenrijke Jan Bantjes, die nog voor f 400 een lening had uitstaan bij Gerrit Huiskes en Aeltien Speldewind.
In februari 1752 was Gerrits oudste zoon Clamer Huiskes uit huis gegaan om in Zwolle voor chirurgijn te studeren. In mei werd nog geregeld dat de twee melkkoeien, die Clamer toebehoorden uit de erfenis van zijn moeder, bij zijn vader ''in de melk bleven''.
1766-1773: Anthoni Berghuis en Aletta Lankhorst in De Dom van Keulen
In mei 1766 ging het echtpaar Anthoni Berghuis en Aletta Lankhorst een lening aan van f 1000 cg met als speciaal onderpand hun huis De Dom van Keulen in de Oudestraat. In 1768 huurde Anthoni Berghuis de kelder onder het Stadhuis voor een periode van drie jaar. Het kostte hem f 16 cg per jaar. De kelder van het stadhuis werd door huurders gebruikt als opslagplek.
1768 Jan Wensel Paasselt
In oktober 1768 was huis Het Huirpeerd in handen van Jan Wensel Paasselt. Voor de aankoop had hij f 1100 cg geleend van zijn ex-vrouw Cornelia Vos. Het echtpaar was in 1764 gescheiden. Opvallend is dat daarvoor, tussen 1750 en 1766 Cornelia Vos, de vrouw van Jan Wensel Paasselt, in delen haar bezit van huis De Dom van Keulen aan de Oudestraat uitbreidde. Daarna werd de Dom van Keulen overgenomen door Anthoni Berghuis en Aletta Lankhorst (zie hierboven).
1771 Lammigjen Bonselaar, weduwe Jan Stercke
In september 1771 blijkt huis Het Huirpeerd in handen te zijn van Lammigjen Bonselaar, de weduwe van Jan Stercke. Jan Stercke was bij leven inner van het vuurstedegeld. Net als zijn vader woonde Jan Stercke in het huis naast de Dom van Keulen aan de Oudestraat (nr 120).
Lammigjen verkocht het huis, vanouds Het Huirpeerd genoemd, voor f 2650 cg aan de tijdelijke Franse schoolmeester Pierre Agron.
Ca 1771-1778: Pierre Agron, frans schoolmeester
Waarschijnlijk vond Pierre Agron het grote huis, waarvan het erf doorliep tot aan de Hofstraat een geschikte locatie voor het startten van een kostschool. Het zou kunnen verklaren waarom hij en zijn vrouw in 1773 het forse bedrag van f 2000 cg lenen bij de Stads Geestelijkheid.
De Stads Geestelijkheid was een soort aparte beheersstichting voor alle onroerend goed van de katholieke kerk, dat na de Reformatie eigendom van de stad was geworden. Het ging vooral om de gebouwen, terreinen, landerijen en bezittingen van de Kamper kerken en kloosters. De inkomsten en uitgaven werden apart gehouden van de reguliere stedelijke begroting.
Pierre Agron was tot 1769 jarenlang onderwijzer in het Frans te Leeuwarden geweest. Op 14 oktober 1769 verscheen een advertentie waarin hij zichzelf aanbeval voor ''het onderwijzen van Jongeheeren in- en extern'' in Kampen. Kennelijk had het gezin zich nog niet in Kampen gevestigd, want dochter Maria Madeleine werd in 1770 nog in Leeuwarden geboren. Zijn Kamper avontuur duurde krap 10 jaar. Eind mei 1780 vroeg P. Brand om het voorlezen en zingen in de Waalse kerk te mogen overnemen van de Franse schoolmeester Pierre Agron ''mocht deze vertrekken''. Pierre Agron vertrok inderdaad, in 1780 maakte hij de overstap naar Zierikzee. Dat bleef hij tot zijn overlijden in 1791 kostschoolhouder.
Van Pierre Agron is een Liber Amoricum (vriendenboek) bewaard gebleven. De namen van Kampenaren Nieubuur en Erckelens zijn in dit boekwerkje te vinden. Het Liber Amoricum bevindt zich in de Koninklijke Blibliotheek in Den Haag en is digitaal te bekijken (klik hier).
1778-1781: Hendrik de Bruin en Anna Maria Berghuis in de Dom van Keulen 2
Waar Hendrik de Bruin en Anna Maria Berghuis verbleven na de verkoop van huis De Dom van Keulen is (nog) niet duidelijk. Op 1 mei 1778 kochten zij Oudestraat nr. 100, t.o. Koldenhovensesteeg. Het pand kreeg de naam De Dom van Keulen. Voor de aankoop van het pand leenden zij f 1000 cg van baron Borchard Herman Gansneb genaamd Tengnagel. Borchard was o.a bewindhebber van de Oost Indische Compagnie, lid van de Raad van State en drost van Ijsselmuiden. Daar, in Ijsselmuiden, werd hij na zijn overlijden begraven.
Eind 18e eeuw: Wichert Werff
Wichert Werff was een Zwollenaar, die zich eind 18e eeuw in Kampen vestigde. Bij zijn trouwen in 1771 was hij schipper. Later werkte hij als bokbouwer, visafslager en .............jawel, als herbergier in 'Het Huirpeerd''. Hoogst waarschijnlijk was hij dat in de korte periode tussen het vertrek van de Franse schoolmeester Pierre Agron en voor aankoop van het pand door Hendrik de Bruin en Anna Maria Berghuis.
1781-1818: Hendrik de Bruin en Anna Maria Berghuis in de Dom van Keulen 3
Op 13 september 1781 verkochten Hendrik en Aletta hun huis aan de Oudestraat nr 100, t.o. de Koldenovensesteeg. Daarvoor in de plaats kochten zij een huis aan de Boven Nieuwstraat, hoek Morrensteeg oostzijde. Het pand werd aangekocht van jonkheer Joachim Ernst Mulert en kreeg de naam De Dom van Keulen.
Van het echtpaar Mulert bestonden twee pendantportretten, die eind jaren 1990 uit het museum in Alkmaar werden gestolen en nog steeds zoek zijn.
Joachim Ernst verkeerde zijn gehele leven in geldnood. Daarbij verliep zijn korte huwelijk met Adriana Petronella, rijksgravin van Nassau-Bergen, allerminst harmonieus. Na de geboorte van hun vierde kind in 1784 vroeg Adriana een echtscheiding aan. Zij overleed in 1789 in Alkmaar, waarschijnlijk in het Huis van Bergen met erf, stallingen en koetshuis op de hoek van de Doelenstraat, oostzijde. Adriana werd in de familiegrafkelder in de kerk van Bergen begraven.
Hendrik de Bruin en Anna Maria Berghuis bleven tot 1818 in bezit van De Dom van Keulen. Aanvankelijk leek het een goede investering te zijn. In 1788 bezaten zij ook nog een tweede pand, aan de Oudestraat t.o. de burgerwacht. In de loop van de tijd namen de schulden van het echtpaar toe. Als logementhouders van de De Dom van Keulen sloten zij in 1814 een lening van f 600 af bij Cornelis Tonneboeier, oud equipagemeester bij de marine. Onderpand voor de lening was opnieuw huis de Dom van Keulen, waarop nog meerdere verplichtingen rustten. In 1817 werd weer een grote lening van f 1000 afgesloten en weer met als onderpand De Dom van Keulen. Ruim een jaar later, in juni 1818, trokken de inmiddels bejaarde Hendrik en Anna Maria hun conclusies: ze verkochten De Dom van Keulen voor f 2200 aan Jan van 't Ende uit Wijhe. Een groot deel van de opbrengst werd besteed aan het afbetalen van de schulden.
1818-1823: Jan van 't Ende, logementhouder
Over Jan van 't Ende valt weinig te vinden. Hij baatte zelf het logement De Dom van Keulen uit. In mei 1821 verscheen in de Zwolse Courant een advertentie waarin tandarts De Vries uit Amsterdam ''heeren, vrouwen en kinderen'' uitnodigde voor een spreekuur in de Dom van Keulen. Jan van 't Ende overleed op 27 maart 1822, hij was pas 41 jaar oud. Een jaar later liet zijn weduwe Berendina Engberts het logement verkopen. De hoogste bieder op 10 maart was Hendrik Meijerink, kastelein en landbouwer te Zwollekerspel. Hendriks dochter Geertje was getrouwd met schipper Peter Portheine. Op 24 maart werd De Dom van Keulen voor f 3500 verkocht aan Peter Portheine, schipper te Zwolle.
1823- ? : Peter en Derk Portheine, logementhouder
Het eerste kind van Peter Portheine en Geertje Meijerink werd in 1817 nog in Zwolle geboren. Vanaf 1823 was Peter logementhouder van De Dom van Keulen in Kampen. Vanaf zijn logement vertrok 's avonds om 18.00 uur nog een diligencedienst naar Zwolle. Peter overleed in 1861 in Kampen, 72 jaar oud. Hij woonde toen aan de Oudestraat, voorbij het (Van Heutsz-) Plein.
1853 was een belangrijk jaar voor zoon Derk (Gerhardus Johannes) Portheine. Hij volgde zijn vader op als uitbater van logement De Dom van Keulen. Ook trouwde hij in Groningen met domineesdochter Alberdina Anna Geertruida Blankstein. Het stel kreeg vijf dochters, waarvan er vier op jonge leeftijd of als jong volwassene overleden. Het zijn de jaren waarin de herensociëteit Vredebest bijeenkwam in een achterzaal van logement De Dom van Keulen. In 1867 was Derk nog logementhouder, maar later maakte hij de ommezwaai naar sigarenfabrikant. Aan het einde van zijn leven woonde Derk Portheine in Groningen
hieronder hotel De Dom van Keulen op een ansichtkaart uit ca. 1900
? - ca. 1917: W.F. Pieck, hoteleigenaar
De Dom van Keulen bleef als gerenommerd hotel berstaan tot ca 1917. In 1913 werd het omschreven als ''een hotel der 1e rang met 17 kamers''. Gedurende de eerste wereldoorlog hield het committee tot opvang van Belgische vluchtelingen wekelijks spreekuur in de Dom van Keulen.
ca 1917-1957 De Dom van Keulen als De Levensbron
Met de sluiting van het hotel, verdween de naam De Dom van Keulen. Kort daarop werd het pand verkocht aan De Levensbron, vereniging voor Vrijzinnig Hervormden. Zij gebruikten het pand tot 1957 voor samenkomsten, cursussen en andere activiteiten. In dat jaar hield het bestuur van de Levensbron een feestelijke receptie ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de vereniging in hun nieuwe onderkomen aan de Vloeddijk (nr 62).
1957-1982 pakhuis Van Dijksboekhuis
Na een kort intermezzo als groentenzaak, kwam het grote pand in handen van het zich steeds verder over de binnenstad uitbreidende imperium van W.C. van Dijk, oprichter van Van Dijks Boekhuis (1927). Het interieur werd gestript om ruimte te geven aan de eindeloze rijen kasten vol studieboeken.
op de tekeningen: Van Dijksboekhuis verspreidt over locaties A, B en C, tussen Burgwal en Hofstraat. Locatie B = De Dom van Keulen met buurpand rechts (tekeningen KA 1975).
1982-heden appartementen Deltawonen
Na vertrek van Van Dijks Boekhuis uit de Kamper binnenstad, nam de gemeente Kampen de gebouwen en binnenterreinen over. In het jaaroverzicht 1982 in de Kamper Almanak staat het curieuze bericht dat De Dom van Keulen zal worden afgebroken. Dat is niet gebeurd. In het kader van de stadsvernieuwing werd de De Dom van Keulen voor bewoning geschikt gemaakt. Er kwamen 22 huurappartementen in, die na oplevering, werden overgedragen aan woningbouwvereniging Kampen (nu Deltawonen). Als een kat met negen levens begon de Dom van Keulen, van oudsher huis Het Huirpeerd, aan een nieuwe toekomst.
©cultuurZIEN 2024