Onderstaande leerplandoelstellingen kunnen bereikt worden bij het doorlopen van de lessen.
De leerplandoelstellingen voor het vakleerplan aardrijkskunde worden opgedeeld in conceptuele leerdoelen en procedurele leerdoelen.
Conceptuele leerdoelen behandelen kennis en inzichten.
Procedurele leerdoelen behandelen werkwijzen, competenties,... die je terugvindt bij onderzoekers, wetenschappers, enzovoort.
Bij elke leerplandoelstelling staat ook het bijhorende niveau van de taxonomie van Bloom vermeld. De taxonomie van Bloom onderscheidt zes niveaus die oplopen in moeilijkheidsgraad: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren, creëren.
ET 1.14 De leerlingen handelen veilig in een schoolse context. (transversaal)
ET 6.43 De leerlingen gebruiken met de nodige nauwkeurigheid de gepaste meetinstrumenten, meetmethoden en hulpmiddelen om metingen, observaties, experimenten en terreinstudies uit te voeren.
ET 6.46 De leerlingen gebruiken aangereikte en zelf ontwikkelde modellen in wiskundige, natuurwetenschappelijke, technologische en STEM contexten om te visualiseren, te beschrijven en te verklaren.
ET 6.47 De leerlingen passen stapsgewijs de wetenschappelijke methode toe om een probleem te onderzoeken.
ET 6.48 De leerlingen doorlopen een probleemoplossend proces waarbij kennis en vaardigheden uit meerdere STEM-disciplines geïntegreerd worden aangewend.
ET 9.1 De leerlingen situeren personen, plaatsen en patronen op relevante ruimtelijke schaalniveaus.
ET 9.2 De leerlingen beschrijven kenmerken van landschapsvormende lagen.
ET 9.3 De leerlingen onderzoeken relaties tussen landschapsvormende lagen van plaatsen om verschillen tussen landschappen te verklaren.
ET 9.6 De leerlingen onderzoeken ruimtelijke effecten van veranderingen in landschappen op de mens en zijn leefomgeving.
ET 9.7 De leerlingen lokaliseren zichzelf en plaatsen met behulp van lokalisatie- en oriëntatietechniek.
ET 9.8 De leerlingen gebruiken terreintechnieken en geografische hulpbronnen om landschappen te onderzoeken.
ET 13.11 De leerlingen voeren stapsgewijs een onderzoekstechniek uit om digitale en niet-digitale gegevens te verwerven i.f.v. een onderzoeksvraag. (transversaal)
ET 13.12 De leerlingen voeren een oplossingsstrategie systematisch uit i.f.v. een onderzoek of een probleem. (transversaal)
ET 13.13 De leerlingen formuleren een antwoord op een onderzoeksvraag of hypothese aan de hand van aangereikte richtlijnen. (transversaal)
ET 13.6 De leerlingen verwerken digitale en niet-digitale informatie uit één of een beperkt aantal bronnen volgens een aangereikt stappenplan tot een samenhangend en bruikbaar geheel. (transversaal)
LPD 1 De leerlingen lokaliseren en oriënteren aan de hand van digitale en niet-digitale hulpmiddelen personen, plaatsen en gebeurtenissen op het terrein, op de globe en op relevante kaarten. (Toepassen)
· ET 9.7
LPD 2 De leerlingen situeren personen, plaatsen en patronen op relevante ruimtelijke schaalniveaus. (Toepassen)
· ET 9.1
LPD 5 De leerlingen verzamelen bij een onderzoeksvraag gegevens aan de hand van een (terrein)waarneming, een meting, terreintechnieken of een experiment volgens een gegeven werkwijze. (Toepassen)
· ET 6.47, ET 9.3, ET 9.6, ET 9.8, ET 13.11
LPD 6 De leerlingen gebruiken nauwkeurig, met zorg en op een veilige wijze de gepaste hulpmiddelen en methoden om metingen, lokalisaties, observaties, experimenten en een terreinstudie uit te voeren. (Toepassen)
· ET 1.14, ET 6.43, ET 9.3, ET 9.6, ET 9.8
LPD 8 De leerlingen verwerken digitale en niet-digitale data uit een beperkt aantal bronnen volgens een aangereikt stappenplan tot een samenhangend en bruikbaar geheel. (Analyseren)
· ET 13.6
LPD 12 De leerlingen wenden kennis en vaardigheden uit meerdere STEM-disciplines geïntegreerd aan om een eenvoudig probleem op te lossen. (Toepassen)
· ET 9.48, ET 13.12, ET 13.13
LPD 13 De leerlingen gebruiken aangereikte en zelf gemaakte modellen of simulaties in wetenschappelijke, technologische en STEM-contexten om te visualiseren, te beschrijven en te verklaren. (Analyseren)
· ET 6.46
LPD 18 De leerlingen beschrijven eigenschappen van gesteenten, bodem en ondergrond.
· ET 9.2
LPD 18.1 [Verdieping] De leerlingen onderzoeken de eigenschappen van bodem en ondergrond in functie van bodemgebruik (bouwen, landbouw, invloed op fauna en flora).
LPD 18.2 [Verdieping] De leerlingen situeren enkele veel voorkomende gesteenten in België.
LPD 19 Leerlingen illustreren dat de aardkorst grondstoffen bevat.
LPD 24 De leerlingen onderzoeken relaties tussen landschapsvormende lagen om verschillen tussen landschappen te verklaren.
· ET 9.2, ET 9.3
LPD 2 De leerlingen demonstreren overkoepelende basisvaardigheden in het gebruiken van digitale toepassingen. (Toepassen)
LPD 3 De leerlingen creëren inzichtelijk en efficiënt, online en offline, digitaal inhouden. (Toepassen)
LPD 4 De leerlingen delen digitale media en werken op een veilige manier samen in online gedeelde bestanden en/of mappen. (Toepassen)
LPD 5 De leerlingen demonstreren basisvaardigheden om taakgericht volgens de nettiquette te communiceren via e-mail en berichten en te participeren aan initiatieven. (Toepassen)
LPD 6 De leerlingen navigeren functioneel op internet m.b.v. een browser. (Toepassen)
LPD 10 * De leerlingen participeren actief in schoolse situaties waarbij ze rekening houden met de rechten en de plichten van iedereen.
LPD 17 De leerlingen gebruiken (sociale) media en internet op een doordachte en zorgzame manier. (Toepassen)
LPD 18 De leerlingen beoordelen de mogelijkheden en risico’s van hun eigen en andermans gebruik van media en internet. (Evalueren)
LPD 22 De leerlingen beoordelen hun eigen voorkeuren, interesses, mogelijkheden en beperkingen in relatie tot een opdracht. (Evalueren)
LPD 25 De leerlingen selecteren bronnen en gebruiken daarbij een geschikte zoekstrategie. (Toepassen)
LPD 26 De leerlingen beoordelen geselecteerde bronnen op bruikbaarheid, correctheid en betrouwbaarheid. (Evalueren)
LPD 27 De leerlingen zoeken informatie op in bronnen en gebruiken daarbij een geschikte zoekstrategie. (Toepassen)
LPD 28 De leerlingen gebruiken oriënterende overzichten om informatie in bronnen te vinden: inhoudstafel, register, navigatietools. (Toepassen)
LPD 29 De leerlingen gebruiken verklarende overzichten om informatie in digitale en niet digitale bronnen te vinden: legenda, schaal, oriëntatie van een kaart, determineertabel. (Toepassen)
LPD 30 De leerlingen verwerken informatie uit een beperkt aantal bronnen. (Analyseren)
LPD 35 De leerlingen gebruiken school- en vaktaal in functie van het leerproces. (Toepassen)