Als je verschillende vormen naast elkaar zet met tegenovergestelde uiterlijke kenmerken praat je over een (vorm)contrast. Met twee tegenovergestelde naast elkaar worden de verschillen duidelijker. Let goed op of er wordt gevraagd je antwoord toe te lichten in de vraag. (Let op gebruik niet het woord NIET, voorbeeld: Spiegelend – NIET spiegelend.)
Enkele voorbeelden:
Hoekig - Gerond
Bij het gele bouw (midden) zie je geronde vormen in de doorgang. Bij het witte gebouw zie je hoekige vormen in de ramen.
Laag - Hoog
In het midden zie je een hoog gebouw. Links en rechts zie je een laag gebouw.
Vormcontrasten
Hoog – Laag Wanneer je een hoge vorm naast een lage vorm zet zal de hoge vorm hoger lijken en de lage vorm lager. Een groot gebouw naast een tent lijkt groter en machtiger.
Dik – Dun Wanneer je een dikke vorm naast een dunne vorm zet zal de dikke vorm dikker lijken en de dunne vorm dunner.
Breed – Smal Wanneer je een brede vorm naast een smalle vorm zet zal de brede vorm breder lijken en de smalle vorm smaller.
Veel – Weinig Wanneer je veel vormen naast weinig vormen zet zullen de grote hoeveelheid vormen groter lijken en de weinige vormen minder.
Doorzichtig – Ondoorzichtig Wanneer je een doorzichtige vorm naast een ondoorzichtige vorm zet zal de doorzichtige vorm meer doorzichtig lijken en de ondoorzichtige vorm minder doorzichtig.
Vlak - Ruimtelijk
Wanneer je een vlakke vorm naast een ruimtelijke vorm zet zal de vlakke vorm vlakker lijken en de ruimtelijke vorm ruimtelijker
Plat – Ruimtelijk
Er zijn platte en ruimtelijke vormen. Platte vormen noem je tweedimensionaal en ruimtelijke vormen noem je driedimensionaal.
Organisch vorm – Geometrisch vorm
Wanneer je een organische vorm naast een geometrische vorm zet zal de organische vorm meer organisch lijken en de geometrische vorm meer geometrisch.
Geronde vorm - Hoekige vorm
Een geronde vorm is een vorm met rondingen. Een hoekige vorm is een vorm met hoeken.
Open vorm – Gesloten vorm Een openvorm is een helemaal of gedeeltelijk hol. Je kunt erin of erdoorheen kijken en daardoor lijkt hij niet zo zwaar. Een gesloten vorm is een dichte vorm, zonder openingen. Daardoor lijkt de vorm zwaar en massief.
Tweedimensionaal – Driedimensionaal
Het begrip tweedimensionaal of 2D duidt aan dat iets twee meetkundige dimensies heeft, oftewel alleen lengte en breedte. Het begrip driedimensionaal of 3D duidt aan dat iets drie meetkundige dimensies heeft: diepte, breedte en hoogte.
Enkelvoudige vorm - Samengestelde vorm Als de vorm uit één stuk betstaat, dan is het een enkelvoudige vorm. Het is dus ook maar één vorm. Een samengestelde vorm bestaat uit meerdere vormen Het is dus uit meerdere delen opgebouwd.
Regelmatige vorm – Onregelmatige vorm
Alle meetkundige vormen zijn regelmatig. Voorbeeld zijn een vierkant en een cilinder. Regelmatige vormen zijn meetbaar. En je kunt ze maken met liniaal of passer. Een onregelmatige vorm is niet meetbaar. Een organische vorm is een voorbeeld van een onregelmatige vorm.
Figuratieve vorm - Abstracte vorm
Als je in een vorm iets kunt herkennen, bijvoorbeeld een mens, een huis, een boom of dier, dan is de vorm figuratief. Hoe meer en gedetailleerder je een vorm een herkent, hoe figuratieve de vorm is. Wanneer een vorm steeds minder herkenbaar wordt, dan noem je dat abstraheren. Een vorm die niet meer herkenbaar is noem je abstract.
Enkele voorbeelden:
Warme kleuren - Koude kleuren
In het midden, de appels, zie je allemaal warme kleuren. De kleuren om de appels heen, kastje en de muur, zijn koude kleuren.
Warme kleuren - Koude Kleuren
Bij warme kleuren wordt meestal gesproken over: oranje, geel en rood. En bij koude kleuren over: paars, blauw en groen.
Signaalkleur - Schutkleur
Sommige kleuren zijn heel opvallend. Deze kleuren worden gebruikt om op te vallen. Schutkleuren zijn kleuren die juist onopvallend zijn. Dieren en planten hebben vaak een schutkleur.
Statisch - Dynamisch
Statisch betekent rust. Een statische compositie ziet er rustig uit doordat alles met elkaar in evenwicht is. Dynamisch betekend ‘bewegelijk’ of in beweging. Kennen merken van een dynamische compositie zijn: diagonale of schuine richtingen, gebogen richtingen, gebruik van verschillende vormen, beweeglijke vormen, kleurcontrasten, ritmische herhalingen van vorm, kleur en/of richting.
Horizontale compositie – Verticale compositie
Bij een horizontale compositie is de kijkrichting horizontaal. Bij een verticale compositie is de kijkrichting verticaal.
Kunstmatige lichtbron - Natuurlijke lichtbron Voorbeelden van kunstmatig licht zijn: lamplicht, licht van lichtbronnen met een vlam en vuurlicht. Natuurlijke lichtbronnen zijn: de zon, de maan, de sterren en bliksem.
Buitencontour – Binnencontour Een buitencontour geeft de buitenste grenzen van een vorm aan. Een binnen contour betekent: de lijnen binnen een vorm.
Glad – Ruw Wanneer je een gladde vorm naast een ruwe vorm zet zal de gladde vorm gladder lijken en de ruwe vorm ruwer. Bij glad en ruw gaat het om de textuur van de vormen.