Duurtijd: 10 min
Categorie: motoriek
Waar: binnen/buiten
Materiaal: papier of iets om propjes van te maken
Speluitleg:
Geef alle leerlingen minstens 2 papiertjes.
De leerlingen maken 1 propje met hun voorkeurhand (1 hand gebruiken): gebruik aanvankelijk eerst alleen de vingertoppen van dat hand tot je al propje begint te zien. Dan mag je de handpalm gebruiken om het propje verder aan te drukken en een mooie bol te vormen.
De leerlingen maken het tweede propje met het andere hand (1 hand gebruiken): gebruik hier ook aanvankelijk eerst alleen de vingertoppen van dat hand tot je al een propje begint te zien. Dan mag je de handpalm gebruiken om het propje verder aan te drukken en een mooie bol te vormen.
De leerkracht plaatst vervolgens de papiermand of een doos vooraan in de klas of op een plaats naar keuze.
De leerlingen mogen de propjes in de mand proberen werpen (in meerdere rondes):
gooi bovenhands
gooi onderhands
gooi met je niet-voorkeurhand
gooi naar de bewegende mand (leerkracht houdt de mand vast en loopt rond in de klas zonder stil te staan)
gooi naar een heel specifiek punt dat de leerkracht aanduidt (vb. een cirkel op het bord, de deurklink,...)
Wie gooit het vaakst in de mand? En wie raakt het aangeduide punt?
Variatie: Laat de leerlingen in gedachten iets wat ze niet leuk vinden of zich zorgen over maken in het propje verstoppen. Het propje bevat nu figuurlijk iets waarvan ze liefst af willen. Dit propje mogen ze in de mand gooien zodanig dat ze het propje en de inhoud ervan kunnen "loslaten". Dit propje blijft in de mand.