Ons beroepsproduct werd ontwikkeld voor leerlingen binnen OV1, maar is inzetbaar in veel ruimere onderwijscontexten. De meerwaarde ligt niet in één specifiek thema, maar in de manier waarop de leerinhoud wordt aangeboden: visueel, interactief, toegankelijk en gedifferentieerd.
Hoewel het beroepsproduct ontwikkeld werd voor OV1, sluit het aan bij principes die ook in het lager onderwijs belangrijk zijn. Door de combinatie van visuele ondersteuning, interactieve oefeningen en differentiatiemogelijkheden is het materiaal zonder grote aanpassingen breed inzetbaar.
Deze aanpak sluit aan bij de principes van *Universal Design for Learning (UDL), waarbij onderwijs van bij de start zo ontworpen wordt dat zoveel mogelijk leerlingen kunnen deelnemen. Diversiteit wordt daarbij gezien als de norm, niet als de uitzondering.
Het beroepsproduct:
Gebruikt visuele ondersteuning;
Stimuleert actieve deelname;
Laat differentiatie toe;
Ondersteunt zelfstandig werken;
Is makkelijk aan te passen;
Verlaagt drempels voor diverse leerlingen.
Daardoor is het niet alleen bruikbaar binnen OV1, maar ook in andere onderwijscontexten.
Het beroepsproduct kan gebruikt worden:
Binnen OV1, OV2 en OV3;
In het regulier lager onderwijs;
Binnen zorgondersteuning;
Bij anderstalige nieuwkomers;
Bij leerlingen met extra ondersteuningsnoden.
De focus ligt op vaardigheden die bijdragen aan zelfstandigheid, gezondheid, sociale participatie en dagelijks functioneren.
De kracht van het beroepsproduct ligt dus niet alleen in de inhoud, maar vooral in de toegankelijke en inclusieve manier waarop leren wordt aangeboden.
Digitale inclusie betekent dat elke leerling actief kan deelnemen aan digitale leeromgevingen.
Daarom werd gekozen voor:
Eenvoudige navigatie;
Duidelijke afbeeldingen;
Beperkte taalbelasting;
Herkenbare opdrachten;
Zelfstandig gebruik.
Deze elementen helpen om barrières voor leren te verminderen en sluiten aan bij de visie van UNESCO op inclusieve digitale leeromgevinge
*Universal Design for Learning (UDL) is een onderwijsvisie waarbij lessen van bij het begin zo worden ontworpen dat alle leerlingen kunnen deelnemen, ongeacht hun mogelijkheden of ondersteuningsnoden.
Diversiteit is de norm, niet de uitzondering. Daarom wordt het onderwijs aangepast aan de leerlingengroep en niet omgekeerd.