De valleien van de Grote en de Kleine Molenbeek zijn bijzonder gevoelig voor wateroverlast. Op donderdag 3 februari 2011 hebben de betrokken gemeenten Asse, Londerzeel, Meise en Merchtem, met de waterloopbeheerders, dat zijn de provincie Vlaams-Brabant en het Vlaams gewest, afspraken gemaakt over een gezamenlijke aanpak van deze problemen en een snelle uitvoering van de noodzakelijke werken. Aan het overleg namen ook een kabinetsmedewerker van minister Joke Schauvliege en de bekkencoördinator van het Benedenscheldebekken deel.
Alle aanwezigen op het overleg hebben zich geëngageerd om de bestaande plannen voor de inrichting van gecontroleerde overstromings¬gebieden gecoördineerd en versneld uit te voeren. Bovendien zullen de waterloopbeheerders met de gemeenten bijkomende locaties voor waterberging zoeken.
Om het nuttig effect zo groot mogelijk te maken, worden de verschillende ontworpen overstromingsgebieden maximaal uitgerust met automatische peilmeters en een gecentraliseerde sturing. Bestaande wachtbekkens krijgen eveneens een automatische regeling, die op de centrale sturing wordt aangesloten.
De deelnemers aan het overleg hebben ook formeel bevestigd dat geen enkele van de geplande ingrepen ook maar enig risico mag inhouden voor bestaande bebouwing in de omgeving. Het oplossen van wateroverlast op één plaats mag nooit de kans op wateroverlast elders vergroten.
Geregeld onderhoud van grachten en waterlopen moet de buffercapaciteit van natuurlijke overstromingsgebieden vergroten, zonder de afvoer naar de grotere waterlopen te versnellen.
In september zullen de deelnemers aan het overleg opnieuw samen komen om de gemaakte vorderingen te evalueren en nieuwe afspraken te maken.
LONDERZEEL inventarisatie
Datum: bezoek 22 december 2010 en 11 januari 2011
Aanwezigen: Emiel Van der Perre, Gerrit De Pauw, Luc Brugghemans, Iris Bauwens, Johan Van Camp (polder Vliet en Zielbeek), Guido Janssen (BSEC)
Ontvangen documenten: geen
Belangrijkste ingebrachte opmerkingen: Onvoldoende bovenstroomse buffering, zowel op de Kleine als op de Grote Molenbeek. Belangrijk is dat op deze waterlopen de reeds lang geplande overstromingsgebieden zowel op tweede als eerste categorie (Robroekstraat en Moorhoek ) gerealiseerd worden.
Belang van gestuurde constructies aan overstromingsgebieden die vanuit alle mogelijke relevante input (peilgegevens, neerslaggegevens en weersverwachting…) kunnen anticiperen en het overstromingsrisico kunnen beperken.
Er is momenteel al een overstromingsgebied in het meest bovenstroomse deel op het grondgebied van Asse en een overstromingsgebied op de Molenbeek ter hoogte van de Robbeek Londerzeel –Steenhuffel. Een uitbreiding hiervan is gepland langs de Molenbeek en de Lindebeek en zal worden gebouwd door de VMM. Dit overstromingsgebied zal Steenhuffel beschermen tegen overstromingen vanuit de Molenbeek voor regenbuien met een retourperiode van 50 jaar. Ter hoogte van de Sneppelaar en de Moorhoek zal de piekafvoer gemilderd worden. Er wordt verwacht dat deze gecontroleerde overstromingsgebieden de stroomafwaartse problemen – hiermee op een relevante wijze zal verlichten.
Voor het gehele gebied van de Vliet
De oplossing voor het probleem is om stroomopwaarts meer buffering te voorzien. In de bovenlopen is er een belangrijk hoogteverschil (ongeveer 50 m) dat de afstroming erg versnelt, het is daar dat extra berging moet voorzien worden
Te beperkte ruiming verdringt bergingsruimte voor water door slib, verstopte overwelvingen, begroeiing in een waterloop. Ruiming is soms onmogelijk doordat de 5-meterzone niet gerespecteerd wordt. Er moet evenwel een evenwicht gevonden worden bij het ruimen van waterlopen. De drietrapsstrategie vasthouden-bergen-afvoeren mag hierbij niet uit het oog verloren worden. Het opwaarts vasthouden en bergen van water is van groot belang.
Info over de te nemen maatregelen vanaf 2012 : infokrant integraal waterbeleid Grote en Kleine Molenbeek
Ter plaatse (algemeen)
Om voldoende ruimte voor water te verzekeren, worden er best twee sporen gevolgd.
Volgens het eerste spoor worden de overstromingsgebieden die het water nu reeds bij piekdebieten opeist (actuele waterbergingsgebieden), gevrijwaard en/of wordt er (in tweede instantie) gezocht naar extra ruimte voor water door het vrijwaren van valleigebieden die fysisch geschikt zijn voor waterberging maar momenteel niet (meer) worden aangesproken door het watersysteem.
Binnen het tweede spoor worden gebieden actief ingeschakeld voor bijkomende waterberging (actieve overstromingsgebieden). De inrichting van actieve overstromingsgebieden kan zowel het herinschakelen van natuurlijke overstromingsgebieden inhouden als het uitvoeren van meer kunstmatige ingrepen waar onder meer dijken en peilbeheersingsinfrastructuur aan te pas komen. Bewoonde of bebouwde gebieden (vergunde of vergund geachte bebouwing) genieten hierbij een hoger beschermingsniveau.
Vermijden dat water overstroomt vanuit de Grote Molenbeek richting Moorhoekbeek. De wachtbekkens opwaarts van Steenhuffel zullen het probleem maar beperkt verbeteren. Een oplossing is het ophogen van de oevers of het aanleggen van een winterdijk om de overstromingen van de Grote Molenbeek beter te controleren. Ook extra opwaartse of afwaartse berging in de vallei kan de waterlijn van de Grote Molenbeek laten zakken.
De landbouw geeft aan dat om de Moorhoek te vrijwaren van wateroverlast het zeer belangrijk is dat de losweg wordt verhoogd binnen het gebied tussen de Watermolenstraat en de Oude Leirekensbedding richting 3-Torenstraat. Deze weg is reeds herhaaldelijk opgehoogd door de gemeente Londerzeel. Door deze ophogingen kregen zij meer buffering in hun buffergebied, maar werd de natuurlijke winterbedding afgesneden van de Molenbeek. In de huidige gecreëerde toestand van de gemeente loopt de winterbedding slechts onder, als het water over de aardeweg loopt. Het zou wenselijk zijn dat de winterbedding eerst aangesproken wordt daar deze zijn water terug via de grote Molenbeek laat wegvloeien stroomafwaarts. (vanaf maart 2013 afgewerkt)
In de situatie vóór 2013 werd alles eerst richting Moorhoek geloodst en zo richting Kleine Molenbeek. Volgens de burger zijn de voorgestelde oplossingen voor de Moorhoek en Sneppelaar geen verbetering om de kans op overstromingen te verkleinen, integendeel een verzwaring. De overstroming van december 2002 heeft genoeg bewezen dat de oplossing die hier voorgesteld is zeker geen verbetering is. Ook de studie van de Vliet uitgevoerd door studiebureau Talboom geeft aan dat de Moorhoek beter terug afgesneden wordt daar de afvloeiing vd Moorhoekbeek heel gering is. Zij stellen een bufferbekken voor ter hoogte van de Lakemansplas wat inhoudt dat als het waterpeil zakt het water terug via de Grote Molenbeek wegvloeit zodat er geen verzwaring komt van andere gebieden. (Zie studie Talboom "De Vliet" opgemaakt in de loop van 2000-2001 pagina 32, 33, 34.) De studie en de gemeente Londerzeel spreken elkaar hier tegen als het om het gebied van de Moorhoek en Sneppelaar gaat.
Verder wil de burger aangeven dat het water van de Grote Molenbeek richting Kleine Molenbeek sturen geen optie is voor Sneppelaar. Voor Sneppelaar is er reeds de opstuwing van de Kleine Molenbeek, een verzwaring door het water van de Grote Molenbeek via Moorhoekbeek, maar er is ook nog de verzwaring door het waterzuiveringsstation gebouwd aan de Kleine Molenbeek te Sneppelaar. De waterhoeveelheden die bij grote regenval zoals in dec 2002 naar het zuiveringstation gepompt worden is enorm. Het station heeft niet genoeg buffering en loost het water dan ook direct in de Kleine Molenbeek, wat dan stroomafwaarts aan de Maldersesteenweg voor overlast zorgt. bron
Naast de inrichting van het overstromingsgebied tussen de Grote Molenbeek en de Robbeek (actie A 1.2.8) en het behoud van de actuele waterbergingsgebieden om Steenhuffel te behoeden van wateroverlast en het vrijwaren van de waterbergingsgebieden (Aanbeveling (R14 tem R16), is de aanleg van dijkjes aan de rechteroever van de Grote Molenbeek voorzien om te beletten dat bij hoge waterstanden het water te snel via de Moorhoekbeek naar de Kleine Molenbeek zou afgevoerd worden en verder stroomafwaarts (bij de monding in de Kleine Molenbeek) en in de woonwijk Sneppelaar het overstromingsrisico vergroot.
De Grote Molenbeek is op een aantal plaatsen rechtgetrokken: stroomopwaarts de restanten van de Quaden molen (t’ Zwaantje) en ter hoogte van Lippelo (matig tot slecht ontwikkelde meandering). In de omgeving van Lippelo is hermeandering moeilijk realiseerbaar door de aanwezige infrastructuur. Stroomopwaarts ’t Zwaantje is dit wel haalbaar en kan dit door het gebruik van stroomdeflectoren. Het gebruik van stroomdeflectoren moet een aanzet geven tot hermeandering aangezien de hydrodynamiek vermoedelijk te beperkt is om de waterloop spontaan te laten hermeanderen. Hierdoor zal op termijn dit traject van de waterloop beter aansluiten bij het stroomopwaartse deel van dit deelgebied (tussen Berlaarse brug en Kasteel Groenhof) dat een goed tot zeer goed ontwikkelde meandering heeft en zal dit traject voor bijkomende waterberging kunnen instaan. Ook door het verwijderen van oeverophogingen (dijkjes en/of speciedijkjes) zal sneller overgegaan kunnen worden tot waterberging in de vallei met minder risico’s op wateroverlast stroomafwaarts. In de Grote Molenbeek en meerdere zijlopen zijn talrijke oeverzones bij specieruimingen opgehoogd met specie (en vormen dus kleine dijkjes). Deze speciedijkjes worden best afgegraven. (bron blz 40)
Vermijden van opstuwing door een alternatieve afwatering van de Moorhoekbeek via een gracht naar een meer afwaarts punt langs de Molenbeek, al zal het resultaat beperkt zijn gelet op beperkte helling en de hoge waterstanden van de Molenbeek meer afwaarts (tussen de brug van Ursene en de monding van de Loop). Een studiebureau werd belast met een verder detailonderzoek ter plaatse.
Concrete plannen:
De VMM had deze winterdijk (donkergroene lijn) gepland vóór het begin van het winterseizoen ('11 - '12).
De werken werden echter uitgesteld. In de winter 2011 - 2012 heeft men de winterdijk parallel met de Molenbeek aangelegd, maar nog niet het andere gedeelte (= losweg). De gemeente beloofde daarom op 14 nov. 2011 om op eigen initiatief vóór de winter de losweg reeds op te hogen.
Ook deze belofte werd niet nagekomen. Helaas was hierdoor in december 2011 weer wateroverlast in Sneppelaar.
Pas een jaar later werd in december 2012 begonnen met deze werken. Toch waren de werken niet tijdig klaar voor de overlast van december 2012 en heeft men in allerijl nog een voorlopige dijk aangelegd. Net op tijd, want deze keer waren er geen problemen en bleef het water in de vallei van de Grote Molenbeek.
Zolang de volledige V-dijk niet is afgewerkt zal het water via de rechteroever van de Lakemansplas (ter hoogte van de monding) overstromen en langs rechts van de V-dijk naar de Moorhoek en Sneppelaar doorstromen. (zie ook dit kaartje en foto's en filmpjes van 17 dec 2011
Update: In de lente van 2013 zijn de werken beëindigd !!!!
Op vrijdag 10 juni 2022 vond het slotevent plaats en ondertekenden 19 partners het riviercontract van de Vliet-Molenbeek. Via dit engagement gaan ze samen aan het werk met 43 acties voor de 4 thema’s: wateroverlast, droogte, waterkwaliteit en -beleving, verspreid over de gemeenten Asse, Bornem, Londerzeel, Meise, Merchtem en Puurs-Sint-Amands.
Actie 4: de aanleg van een dijk aan de wijk Sneppelaar (blz 13)
De wijk Sneppelaar kampt regelmatig met een ernstige vorm van wateroverlast. Bij hoogwater loopt het water van de Grote Molenbeek via de Moorhoekbeek naar de Kleine Molenbeek. Sneppelaar wordt daarbij getroffen door de lage ligging van de wijk. Stroomopwaarts van Moorhoek werd al een dijkje aangelegd om het water van de Grote Molenbeek binnen de vallei te houden, maar bij felle neerslag volstaat dat niet. Het verhogen van de dijk is geen optie omdat de waterbergingscapaciteit van de vallei van de Moorhoekbeek dan niet meer gebruikt kan worden. De VMM onderzoekt of er een nieuwe dijk kan worden aangelegd ter hoogte van de wijk Sneppelaar zelf, zodat het water net stroomopwaarts van de huizen wordt tegengehouden. Het tijdelijk opgespaarde water kan achteraf gecontroleerd geloosd worden via de Moorhoekbeek naar de Kleine Molenbeek. De nieuwe dijk mag zeker geen extra belasting van de Grote Molenbeek veroorzaken, want dat zou kunnen leiden tot meer wateroverlast op andere plaatsen, onder meer in Lippelo, Oppuurs en Puurs.
ENGAGEMENT
Als uit het onderzoek blijkt dat een nieuwe dijk de schade door overstromingen in Sneppelaar kan verkleinen zonder elders meer wateroverlast te veroorzaken, engageert de VMM zich om de dijk ook effectief aan te leggen. Het gecontroleerd overstromingsgebied opwaarts Sneppelaar werd mee afgebakend in het ontwerp van het derde stroomgebiedbeheerplan.