Oorzaken

Algemeen

In Vlaanderen is een groot deel (13%) van de bodem verhard. Vooral in de ruit Brussel-Gent-Antwerpen-Leuven is dit verontrustend hoog. Bij hevige regenval kan dit gedeelte van het regenwater niet in de grond doordringen en wordt versneld afgevoerd.





Halverwege de jaren ’80 werd duidelijk dat een groot deel van de waterbodems in de Vlaamse waterlopen verontreinigd is. Samen met de zeer strenge VLAREBO- en VLAREA-normen leidde dit tot grote problemen voor de waterbeheerder. Een groot deel van de ruimingspecie kon immers niet langer op de oever gedeponeerd worden en moest tegen hoge kosten afgevoerd worden naar een speciale verwerkingsinstallatie. Sindsdien is er ook in het Benedenscheldebekken een grote achterstand ontstaan in het ruimen van waterlopen, waardoor de afvoercapaciteit van sommige waterlopen verminderd is. Dit fenomeen is zeer opvallend in het Verlegde Schijn – Hoofdgracht; in de Durme waar de deponie van specie vooral te wijten is aan het ontbreken van voldoende wasdebiet (door de dam in Lokeren die het bovendebiet naar de Moervaart dwingt) en in de Molenbeken waar aan de voet van het leemplateau (Londerzeel) het erosiemateriaal van modderstromen afgezet wordt. 

Indien, als gevolg van de verbeterde zuurstofhuishouding van de waterlopen en in combinatie met eutrofiëring door de landbouw, de industrie en ongezuiverd sanitair afvalwater de kruidgroei zou toenemen zou dit de waterafvoercapaciteit beperken. 

Op vele plaatsen wordt het onderhoud van de waterlopen bemoeilijkt door het niet respecteren van de vijfmeterstrook die volgens de Wet op de onbevaarbare waterlopen toegankelijk dient te blijven voor de waterbeheerder. In woonzones wordt deze strook vaak ingenomen door tuinhuisjes, grasmaaisel, enz. In het buitengebied vindt vaak intensief landbouwgebruik plaats tot vlakbij de waterloop (zie vb1 en vb2)

Specifiek voor Moorhoek en Sneppelaar

Ook al is deze verdichting van de bodem een belangrijke oorzaak, toch is dit niet de voornaamste reden voor het probleem in onze omgeving. Als er 5 cm neerslag valt in de zomer in 24 uur tijd leidt dit niet tot problemen in Sneppelaar. In de winter daarentegen stroomt de Grote Molenbeek via de Lakemansplasbeek ter hoogte van de watemolen van Diepenstein over en loopt dan ongecontroleerd de Moorhoek in. Dankzij de opgehoogde losweg (februari 2013) en de winterdijk (2012) wordt het sindsdien gebufferd en vertraagd afgegeven. 

Vanwaar dit verschil tussen zomer en winter? In de omgeving van de bovenloop (Asse, Merchtem) zijn er veel akkers (aardappelen, granen, mais) op de hellingen. In de zomermaanden kunnen deze gewassen het regenwater bufferen, maar tijdens de wintermaanden zijn de kale akkers niet in staat om het afstromende water vertraagd af te geven. Bovendien zijn de bodems dan vaak al meer verzadigd dan tijdens de zomer ( toch was dit laatste tijdens de overstroming van dec 2011 niet het geval).

Vanwege het relatief grote hoogteverschil tussen Asse, Merchtem en Londerzeel stroomt het meeste regenwater dan op minder dan 24 uur door naar Steenhuffel.
Daar zal dan de laagste oever (= monding Lakemansplasbeek) het eerst overstromen.

Tijdens de overstromingen van december 2012 zien we dat de wateroverlast (in minder erge mate) verschoven is naar Herbodin en de Maldersesteenweg.