Het Huis Heinaut

    

Genealogie van de familie Heinsius.¥  Dit oude geslacht, waarschijnlijk verdreven adellijke hugenoten uit het graafschap Hainaut met het kasteel van de Graven van Henegouwen en de heerlijkheid Hensies, kent een lange historie. Het bij Nassau gelegen Hainau kan haar naam ontleend hebben aan dit geslacht, maar men heeft hen gevonden in de omgeving van edelen bij de stad Leeuwarden.


GENEALOGIE HEINSIUS 
 
Generatie 1


I. HEYNE (HENRYCKRIENCKSZ. (VAN FEITAMA, VAN FLŸJET CAMMINGA, VAN BRANDENBURG), een zoon van Rienck N.N., geb. geschat ca. 1540, burger van Leeuwarden in 1573/'74 rond het veronderstelde sneuvelen van Heinrich von Nassau (1550-1574),[1] mogelijk als Hendrick Hendricksz van Vianden met zijn zuster aangenomen Geref. op 25-12-1581 in Leeuwarden, vishandelaar te Leeuwarden en visser wonende op de noordzijde van het Vliet bij de breeuwbank (1598) waar een Rienck van Feitama is (1584), wonend naast Jacob Canter van Oosten met Machtelt Arent Fokkes van Driesum (1587), naast de brouwer Jan Jacobs met Geertruida Hendricks (1595), naast Cornelis Hendricks "waar de witte swaen uithangt" (1595) en naast de zijdekramer Eilert Meinertsz. wedr. Maycke van Douma met Sikje van Brandenburch (1598) (zie schema), † Leeuwarden ca. 1598. Heyne trouwde in Leeuwarden ca. 1565 met Geertruida VAN BURMANIA, geb. geschat ca. 1545, in 1587 de vrouw van Hendrick Ryx en verblijvend te Haarlem bij Gemme (Guillaume?) van Burmania (quaclappen nr.14 inv.16702, 1886/1887)† (Haarlem) na ca. 1587. Heyne hertrouwde in Leeuwarden geschat ca. 1590 met Anna ELANT VON JEMMINGEN, wed. Simon VAN WAEYEN, geb. Jemmingen (Oost-Friesland) ca. 1535, † ca. 1605, dr. van Ede (Eling, Edeling) van Adellant. Anna is in 1555 en 1560 de vrouw van Simon Wayesz. en in 1603 de weduwe van Henrick Rijcksz. Anna hertrouwde in Leeuwarden 20-02-1603 met Wilco MARTENA TOT MACKINGHE, in 1578/79 burger van Leeuwarden, lakenkoper, eigenaar van de zate tot Mackinghe, overl. voor 30-04-1608, begr. in de Grote kerk te Leeuwarden (GK-268). Hein Rienks is niet aangetroffen in de personele impositie van 1578. Hein heeft tot slot vrijwel zeker een zoon Gerrit Heynsz. die met zijn vrouw Geertijn Cornelisd. de woning van Hein verkoopt bij de breeuwbank aan het Vliet op de 1ste febr. 1598 aan de stiefmoeder Anna Edesd. en haar zoon genaamd Thonis [Anthonie] Simonsz. van Wayen welke gehuwd is met Maycke Tacosd. op de Karremanstraat in Harlingen. Hun dochter Annecken Thoenysd. [Anthony] d' Wayer trouwde in 1606 met Willem Claesen in Harlingen. 
Kinderen:
1. GERRIT HEYNES, geb. ca. 1575, volgt II.
2. GEERTJE HEYNES, geb. geschat ca. 1577, † Rijperkerk 17-11-1659, tr. Ds. HERMANUS PIETERS (PETRI) DROGENHAM, disp. theol. De Coena Domini (1613), predikant te Hardegarijp en Rijperkerk: ki. Ds. Heinsius Hermannus Drogenham, predikant te Akkerwoude-Murmerwoude. Geertje Heins, wed. Hermannus Drogenham, in leven predikant Rijperkerk c.a., is in 1659 bij het Nedergerecht van Tietjerksteradeel ƒ200 schuldig aan Lolle Sijbrands te Leeuwarden (tevens schuldeiser van haar broer Gerrit Heynsz.). Het geslacht Drogenham stamt vermoedelijk af van de bakker Pieter Riencks (Rijksz.) die in 1606 belasting betaalde voor een huis met 5 schoorstenen en buiten de bakkerij onder Leeuwarden. Dit geslacht is regelmatig aangehuwd door de familie Heinsius. 
3. BURRE HEYNES, geb. geschat ca. 1581, tr. N.N. Hieruit volgt mogelijk de tak van CLAES HEIJNEMAN, geb. ca. 1611, met het geslacht HEINEMAN in Koudum en omstreken. Daaruit bijv. Ds. Wybrand Heineman te Warns en Willem Heineman in Stavoren en Amsterdam met een gortmakerij. Het patroniem van Geertruida Burrits is verwant met Burres, Boeres, Boris, Borstjes, Bouricius, Bouritius, Burman, Boersman. In 1811 kiezen onder meer Bores Everts Heinema en Klaas Bores Heineman de familienaam Heineman. Aanvullend nog dat het familiewapen Heineman gelijkenis heeft met het wapenschild van notaris Johannes Heinsius en predikant Gerardus Heinsius. Verder roept de voornaam Claes herinneringen op aan de bekende wapenheraut Claes Heijnen werkzaam bij de hertog van Gelre welke nog actief is in de eerste Slag bij Jemmingen (1533). Zie verder de afbeeldingen.

HCL, Groot-Consentboek 1592-1599, f.135v. Gerrit Heijnsz en Geertijn Cornelisdr echtelieden wonend op't Vliet buiten Leeuwarden verkopen den 1sten febr. 1598 een huysinge, achterplaetze en breeuwbanck aan Tonis Symonsz van Waeyen en Maycke Tacodr, echtelieden binnen Harlingen wonende, voor 330 stadtsgoudguldens en deze plaatse is belast met 28 stuivers jaarlijkse grondpacht. Aan het Hof van Friesland volgt hierover, Quaclappen 1600-1612, p.337: Het Hof doet teniete het vonnis van de Nederrechter voor zo vele de geappelleerde, daarbij op de goederen van Anna Ededr geprefereerd is; en bij nieuwe sententie recht doende verklaart de geapp. op de goederen van Tonis Simons volgens het instrument van 24 maart 1589 geprefereerd te zijn voor 250 car. gld. en om redenen compenseert de kosten. En daarna vanaf p.363: Tonis Simons en Marij Takedr tot profijt van hun moeder. En dan voert Wilco Martens een lang proces als voorstander van Trijnke Wilckes, zijn dochter, die erfgenaam is van wijlen Tyaerd Pieters Tyommema binnen Leeuwarden, en voert een proces tegen Mathijs Lieukema te Wirdum als erfgenaam van wijlen Marij Elings [Elants, Edes?], zijn moeder. En dan Wilke Martens en zijn huisvrouw hebben wat inschuld op Roeloff Jans en Alijt zijn wijff gehad. En dan te recouvreren de bescheiden waardoor Wilco Martena de zate tot Mackinghe van Jan Roeloffs bekomen heeft ende de zegen van hem en de helft verkregen. En aangegeven hebben de schulden die daarop liggen te betalen den 4 dec 1606. Trijnke Wilkedr voert, als erfgenaam van wijlen Tyaerd Pieters Tsommema, verder het proces van wijlen Wilke Martens, haar wijlen vader, tegen Matheus Leeuckema te Wirdum, als erfgenaam van wijlen Martien Elings, zijn moeder. Het Hof zegt niet ontfangbaar te zijn den 30 aprilis 1608.

Bijzonderheden

1587. Thonis [Anthonij] Wessels verkoopt Jacob Canter van Oosten een kavel met breeuwbank aan het Vliet n.z. met Heyne Rienxz ten westen.[2]

1595. Jan Jacobs, brouwer, en Truy [Geertruida] Hendriks verkopen Cornelis Hendriks in Amsterdam het huis Vliet n.z. met Heyne Rienxz ten oosten.[3]

1597. Jacob Canter van Oosten en Machtelt Arent Fokkes te Driesum verkopen Tjeerd Tjeerds een kavel Vliet n.z. met Heyne Visser ten westen.[4]

1598. Cornelis Hendriks verkoopt Lammert Gerrits zijn huis ‘waer de witte swaen uithangt’ aan het Vliet n.z. met Heijne, visser, ten oosten.

1598. Lammert Gerrits verkoopt Eilert Meinerts, zijdekramer, en Sikje Brandenburch een huis aan het Vliet n.z. met Heijne Ryenxz, visser, ten oosten.

 

Generatie 2
  


II. GERRIT HEYNESZ (DIJRX) (VAN POPPINGA, VAN CAMMINGAVAN HEERMA) (ouders onder I), geb. ca. 1575, guardenier, landeigenaar en landvoogd onder jurisdictie van Leeuwarden, † Leeuwarden ca. 1635. Gerrit trouwde voor het gerecht van Leeuwarden 18-10-1595 met Geertje Cornelisd. (VAN LIEUCKEMA), geb. ca. 1575, † Leeuwarden 25-02-1639. Gerrit en Geertijn Cornelis verkopen in 1598 aan Tonis Simons van Waeyen en Maycke Tacos wonende te Harlingen het huis van Hein Rienks aan het Vliet bij de breeuwbank voor 330 stadsgoudguldens.[5] Gerrit en Geertje zijn op 16-01-1603 aangenomen als lidmaat van de NH Kerk te Leeuwarden. Gerrit verkoopt Sybe Gerrits in 1616 driekwart van 7 pm land bij Lekkum.[6] Gerrit wordt in 1617 op verzoek van Jan Boelens van Heerma afkomstig van Noordhorn en Engel Jacobs landvoogd van Bauck Sipkes.[7] Gerrit wordt in 1618 op verzoek van Rintke Robijns van Bolsward tr. 1614 met Poppe Peters (woont in 1606 buiten de Hoeksterpoort met 3 schoorst. in buurtschap Poppingahuis alias Popmahuis ná Gerrijt Dijrx met 3 schoorst. maar vóór Nanne Jacobs met 5 schoorst. in Rieme Camminga huysinge onder Leeuwarden) landvoogd van een 4-jarig kind, mogelijk halfwees Jonker Peter van Heerma.[8] Gerrit is in 1619 eigenaar van 4 pm land bekend als Langeland te Poppingahuis (ten n. Rengerspark).[9] Gerrit is in 1625 taxateur na het overlijden van Duco Gerrits van Snakkerburen van al het bezit van de maatschap van Jan Dammis van der Snoeck, Simon Arjens van der Leth en Reiner Gerbens van Leeuwarden. Gerrit koopt in 1630 van Lolle Sijbrands een huis met 2 pm land te Oldegaleijen (buurtschap Oldegalileën).[10] Gerrit koopt in 1632 de adellijke Hoftuin in familiebezit van Jonker Peter van Heerma bij de valbrug aan de stadsgracht van Leeuwarden (buurtschap Arendstuin) voor 480 stadsgoudguldens (zie akte).[11]

Kinderen:

1.  HEYNE GERRITSZ., ged. Leeuwarden 13-05-1604, volgt III.

2.  DIRCK GERRITSZ. (VAN CAMMINGA), ged. Leeuwarden 03-10-1606, gardenier te Oldegalileën, landeigenaar met 16 pondemaat land gekocht van het Old Burger Weeshuis, † Leeuwarden 25-02-1639, begr. Leeuwarden #52.‡  Dirk trouwde in Leeuwarden 03-08-1628 met TIETSKE THOMAS VAN LIEUWERDEN, geb. Leeuwarden ca. 1606, † Leeuwarden 14-01-1643, dr. van Thomas Andries, geb. Stiens, boer te Oldegalileën met 3 schoorstenen (1606) en 12 koegang ossenweide gepacht van Wytze van Cammingha (1610), en van Botke Willems. Tiedt hertrouwde in Leeuwarden 14-10-1640 met ANDRIES PIETERS DROGENHAM, wedr. Lijsbeth Jans VAN DER HAMME, geb. Leeuwarden ca. 1600, burger van Leeuwarden (1623), herbergier op de Turfmarkt tegenover het Landschapshuis (1645), zn. van Pieter Rienks, bakker en burger van Leeuwarden (1598), belasting op 5 schoorstenen en buiten die backoven (1606), en Trijntje Andries. Deze tak is uitgestorven in 1655. Uit deze linie de families Van Andreae en Van Tietzama.


Generatie 3


III. HEYN (HENRICKGERRITSZ(VAN DER BIJLL, VAN BYLLANDTHEINSIUS (VAN JELGERSHUYSEN, VAN DONIA HINNEMA) (ouders onder II), ged. Leeuwarden 13-05-1604, gardenier, landeigenaar en landvoogd onder jurisdictie van Leeuwarden, burger, en herbergier te Harlingen,[12] de volledige toenaam is dae goede deer ik hab toe taingebueren ende die groette satte van bijlleghaerdelandt, † Harlingen 30-03-1660, begr. te Leeuwarden. Hein trouwde (1) in Leeuwarden 20-06-1624 met Botje Annad. VAN HUYSUM, geb. Huizum ca. 1605, † voor 21-09-1635. Hein trouwde (2) in Amsterdam 11-10-1635 met Trijn Jans VAN STINSTRA, wed. Cornelis Edes VAN FEITAMA, geb. Emden (Oost-Friesland) 1605, † voor 01-07-1654.[13]  Hein trouwde (3) in Leeuwarden 12-07-1654 met Antje VAN DEKEMA, wed. Jan Jeremias CONTER VON JEVER en Pieter VAN RHEEN, ged. Leeuwarden 12-10-1612, † voor 22-11-1657, dr. van Tjitse Otto Sakes [14] en Trijntje Gijsberts. Hein trouwde (4) in Harlingen 22-11-1657 met Aeltcke Jans VAN HEMERT, wed. Dionysius VAN PONTANUS LOMARS, ged. Harlingen 05-01-1617, † Franeker 17-05-1670, dr. van Jan Cornelis [15] en Maeyke Gerrits VAN FELTEN.[16]  Aeltgen heeft uit het eerste huwelijk twee dochters Maria (Maeyke) en Elisabeth (Lijsbeth). Maria huwde in 1661 met Johannes OLIVA, van 's-Gravenhage, student exotische talen en geometrie in Franeker, en Elisabeth huwde in 1672 met Dr. Seger POTTER, geneesheer in Enkhuizen. Aeltien hertrouwde na het overlijden van Heyn in Franeker 03-04-1661 met Jan Hessels VAN SCHOUWENBURG, verm. zn. van Hessel Jans Vlasbloem en Jancke Joostd. van Schouwenburg, ged. Leeuwarden 11-11-1613, † Franeker 06-06-1684, geoctrooieerd drukker (van o.a. Friese Sterrenkunde en Astronomia bij Prof.Dr. Johannes Phocylides Holwarda, de Nieuwe Eed voor de Regering in Franeker bij Wilhelm Friedrich Furst tot Nassau en het werk van Joost van den Vondel), herbergier, wachtmeester en majoor. Jan hertrouwde in Franeker 03-05-1671 met Marijtje Mauritsd.

Kinderen uit het tweede huwelijk:

1.  GERRIT HEINS, ged. Leeuwarden 28-08-1636. Is in 1661 als meerderjarige zoon op de verkoopakte van zijn vader opgenomen met de geslachtsnaam Heinsius. Het nageslacht in Harlingen noemt zich HeinsiusDe geslachtsnaam Heinsius vormt de juridische voortzetting van het patroniem Heins, waarbij ius het Latijnse woord voor wet en recht is, vanwege de oude kwestie 'makket en orvet' (maken en orven) van erftitelsZie verder Gerard Heinsius bij Harlingen, volgt Azie uitwerking

2.  JAN HEINS, ged. Leeuwarden 21-08-1639. Hieruit een doopsgezinde tak in Harlingen, overwegend Heins genaamd, die niet bewezen is, maar wel in de namenlijst staat, alsmede een remonstrantse tak in Dokkum die wel de naam Heinsius hanteert. Zie verder Jan Heinsius bij Dokkum, volgt Bzie uitwerking

3.  CORNELIS HEINS DE OUDE, ged. Leeuwarden 13-06-1641. Deze tak is uitgestorven in mannelijke lijn in deze generatie. Uit deze linie de familie Van Nijenhuis.

Kind uit het vierde huwelijk:

4.  CORNELIS HEINS DE JONGE, ged. Harlingen 13-03-1659. Nageslacht in Stavoren noemt zich HeinsiusZie verder Cornelis Heinsius bij Stavoren, volgt Czie uitwerking

 

Bijzonderheden

1628. Taco Sapes Amama verkoopt Hein Gerrits een huis en 1½ pondemaat land buiten de Wirdumerpoort achter Jan de Doodshovinge op Jelgershuysen te Leeuwarden.[17]

1641. Hein Gerrits verkoopt Syts Joannes wed. Jan Damis van der Snoeck 5½ pondemaat land te Cornjum op Hinnema State.[18]

1643. Hein Gerrits wordt landvoogd van Geert (Tjeerd) Dirks, 8-jarige weeszoon van Dirk Gerrits en Tiedt Thomas.

1655. Hein Gerrits verkoopt Dr. Joannes Wringer 4 pondemaat land genaamd het Langeland op Poppingahuis onder Ljouwert.[19]

1660. Hein Gerrits komt te overlijden en Cornelis Arjens van Doccum Stinstra, houtkoper en koopman te Dokkum, is de voogd van Gerrit, Jan en Cornelis de Oude.

1660. Hein Gerrits van der Bijll te Harlingen verkoopt Saacke Bienses een huis met 2 pondemaat land te Oldegalileën achter Camminga bij Leeuwarden nu bewoond door Rienck Claesen, met het wandelpad ten oosten, het water de Ee ten westen, hopman Siert Eppinga ten zuiden, en de hoovinge van de Heer Procureur Generaal Dr. Anthonius Kann ten noorden.[20]

1660. Hein Gerrits van der Bijll te Harlingen wordt vermeld met een bezit van 49 schilderijen in de dissertatie van Dr. P. Bakker Gezicht op Leeuwarden. Schilders in Friesland en de markt voor schilderijen in de Gouden Eeuw.[21] In de inventarisatie van Hein onder meer: een creeft ende anders, gevogelte ende een ovaeltie, twee van frutagie, een arcadisch landschap, een voorstelling [of 5?] van de vijf zintuigen [fecit Rembrandt?], de vier evangelisten, Salomo’s gerecht en de Samaritaanse vrouw.

1668. Jan Hessels van Schouwenburgh en Aeltje van Hemert plaatsen een oproep of advertentie in de Oprechte Haerlemse Courant inzake de gestolen familiejuwelen te Franeker uit hun huurhuis, het stins van Duco Martena van Burmania.[22]

1670. Aeltje van Hemert komt te overlijden en Jan Willems Knijff, regerend burgemeester van Harlingen, is voogd van Cornelis Heinsius de Jonge. 

Noten
¥ Introductie. Geschiedzangen 1852, Frederik Muller, Amsterdam. 1589, De Bergverkopers, p.306. Genealogie opgesteld door drs. F.N. Heinsius m.m.v. drs. Y. Brouwers, E. Heins, S. Heins, mr. M. Heinsius, W.F. Proost, ir. J.H.M. Strijbos, drs. H. Tijssen en drs. C.H. van Wijngaarden. Dit exemplaar als volgt citeren: Heinsius, F.N. (2018). Het Huis Heinaut, Amersfoort. 4e druk.
 Op de graven in de Galileërkerk in Leeuwarden van klooster Galilea gevonden: Bourix #9, Jacob Jansen Buygers #19, 22, Jacob Jansen van Wieringen #19, 22, Coert (Wil?)lems #34, Barber Buridtsdr. #34, Doecke van Martena #43, Johan van Bijlaard #51, Dirck Gerrijts #52, Anna Eddiedr. #57, Johan Nijenhuis #62, Pieter Hartmans #64, Gerard Walrich #64, Otto Deeckmans #75, Aeltie Edingh #78, Hermannus Drogenham #79, Jo(h)annes Drogenham #79, Frau Bockesdr. van Burmania #83, Pieter Koumans #84, H. Rijcken #86, Dirck Gerrijts #87, Gerard Walrich #88, Geeske Elantsdr. #88.
1. Dit zit fout in de geschiedschrijving. Het stadsbestuur van Leeuwarden noemt enkel het sneuvelen van Lodewijk met de rebellen (HCL, Placcaatboek I, inv.nr.M93, missive 227, 6 mei 1574). Het geslacht zal dan als stamvader vooreerst kunnen denken aan de 'geheime watergeus' Heinrick van Nassau. Andere kanshebbers: Hendrick van Vianden, Rienck van Camminga, Rienck van Heerma, Rienck van Feitama, Rienck van Dekama, Rienck van Popma, Rienck van d' Oldehove, Rienck van Aitzema, Henrick van Bijlefelt in Buwersterafenne en Hoeksteraespel, en alzo Heijne Heijndricksz van Mennemaespel. N.B. men schrijft Rienck (Fries) of Rijck (Hollands) voor de oude naam Heynederick.
2HCL, Proclamatieboek 1583-1594, f.167. Zie ald. f.208: "[1588]...een ledige plaats de breeuwbank genaamd gelegen aan de noordzijde van 't Vliet...en Jacob Canter van Oosten ten westen naastgelegen...".
3. HCL, Groot-Consentboek 1592-1599, f.63.
4. HCL, Klein-Consentboek 1591-1603, f.76v.
5. HCL, Groot-Consentboek 1592-1599, f.135v. "...van Gerrit Heynsz en Geertje Cornelisdr echtelieden wonend op het Vliet...huysing, achterplaetze en brauwbanck...driehondertenveertig goudguldens...". Het handmerk van Gerrit in deze akte wijkt iets af van zijn zoon Hein Gerrits zijnde twee schuingekruiste weerhaken her. links recht gesneden door een halve weerhaak onder (G.H.) of onder en boven (H.G.). Koper Thonis de Wayer voert namens zijn moeder [Anna Eded.?] een proces voor het Hof van Friesland tegen Valerius van Roorda en Johannes Vincentius; koper heeft een dochter Anneken die in 1606 voor het gerecht van Harlingen huwde met Willem Klases. Zie ook 2.
6. Tresoar, Archief nr.13-24 Hypotheekboeken Leeuwarderadeel inv.nr. 174, f.3.
7. Tresoar, Authorisaties Leeuwarden W1 (1611-1624), NT 13.186. Bauck Sipkes, geb. 1601, begr. Huizum 29-8-1656, tr. gardenier Simon Arjens van der Let, dr. van Sipke Wybes en Engel Jacobs. Een zoon van Jan Boelens (wedr. Tziets Auckes) en Engel Jacobs is mogelijk: Jacob Boelens van Heerma, vaandrig, tr. Impkje Gabriels Keimpema, met dochter Engeltje. In 1628 is Jan Boelens Heertmans diender te Groningen. Zie 8. 
8. Tresoar, Authorisaties Leeuwarden W1 (1611-1624), NT 13.186. Rinck Robijns van Bolsward huwde ald. in 1614 met Poppe Pieters. Hij woont in 1606 onder Leeuwarden op nr.6 als Foppe (= Phoppe) Pieters met 3 schoorstenen buiten de Hoeksterpoort. Poppe is in 1618 overleden en naamgever van het buurtschap Poppingahuis of Popmahuis (Jeugdweg 3) onder Leeuwarden alwaar Gerrit Heijns in 1619 eigenaar was van het Langeland. Gerrit werd mogelijk geautoriseerd met Jacob Jacobs om Poppes huis te beheren c.q. te bewonen, terwijl Rinske met het 4-jarige kind naar familie in Bolsward terugging. Dit kind is vermoedelijk Pieter van Heerma (Heerema). Pieter Heeres is Schots koopman en heeft een dochter genaamd Rink. Stamvader van dit geslacht lijkt Pieter Heeres van Bilgaard, huwde met Syts Wybes. Zie ook 11.
9. HCL, Groot-Consentboek 1619, f.151. Perceel kadaster Leeuwarden 1728, FC161. Gerrit wordt genoemd als naastligger en verkreeg het land vermoedelijk in 1618 na overlijden van Poppe Pieters. Zie ook 8 en 18.
10. HCL, Groot-Consentboek 1630, f.89. Perceel kadaster Leeuwarden 1728, FC220.
11. HCL, Groot-Consentboek 1632, f.1. Zie ook noten 7 en 8.
12. R.A. Harlingen J13 f.89v. Proces 1657 Hein Gerrits en Dirck Fransen Visscher. Idem 148v, 154, 164; 1659: proces Hein Gerrits van der Bijl en Harmen Thomas.
13. Trijn had een doopsgezinde neef Cornelis Arjens, houtkoper te Dokkum, die na Heins overlijden voogd is van Gerrit, Jan en Cornelis Heins de Oude, eerstgenoemden meerderjarig. Uit het huwelijk in 1644 met Antje Diorres volgt een zoon Diorre Cornelis Stinstra, burger van Dokkum in 1669. Trijns eerste man Cornelis Feitama moet overleden zijn voor otr. 21-9-1635. In de ondertrouwakte te Amsterdam 21-9-1635 is Trijn Jans: van Emden, 30 jaren oud, woont op de Damsluis, heeft geen ouders meer en wordt geassisteerd door ‘haar vrouw’ Baefje Gerrits. Uit zoon Jan Heins een 'doopsgezinde' tak te Harlingen en Dokkum.
14. Naamsvarianten: Dekema, Deeckmans, Dykmans. Zie echter Beeckmans: Stamboek Frieschen Adel, bij Sijtscke van Beyma, generatie 8.
15. Jan Cornelis van Hemert, geb. Harlingen ca. 1580, burger-vaandrig te Harlingen, overl. 22-10-1624, zn. van Cornelis Bartholomeus van Hemert en Trijntje Jans Blaeu. Trijntje (*1556, tr. 1577) is een dochter van Jan Willems Blaeu (geslacht Van Wieringen-Buygers) en Lijsbeth Frederiks, en een zr. van cartograaf Willem Jans Blaeu (1571-1638). Zijn broer Dirck Cornelis van Hemert (*Harlingen ca. 1585) huwde te Amsterdam 1608 met Trijntje Willems Lootsman en zijn zr. Annetje Cornelis van Hemert (*Harlingen 1593 - † Amsterdam 1629) huwde te Amsterdam 1619 met Jan IJsbrants Rodenburgh (1594-1661) waarbij Willem Jans Blaeu assisteerde. Zie Elias, Vroedschap van Amsterdam dl. I, p.34 en p.475.
16. Begraven Grote Kerk Harlingen (GK 61-3); grafschrift: Maeijke G. Felten, overl. 6-4-1643, oud 56 jaar, wed. Jan Cornelis van Hemert. Maeijke is een dochter van Gerrit Hermanussen Felters, secretaris Terschelling, en Isabella van Hoorne, overl. Harlingen 20-09-1606, begraven Grote Kerk Harlingen (GK 61-1). Isabella hertrouwde met Douwe Hommes van Beyma, burgemeester van Harlingen. Gerrit is een zoon van Harmen Phelten, bouwmeester, schepen en burgemeester van Leeuwarden, en Alydt Gerrit Aesges Ysera. Gerrits’ broer Aesge Harmens Phelten was eveneens burgemeester en schepen van Leeuwarden, en betrokken bij de bevrijding van het blokhuis van Leeuwarden tijdens het Verraad van Rennenberg. Naamsvarianten: Feltens, Felters, Pheltens, Phelters, Pheltes, Pheltis. Zie Auckama in Stamboek van den Frieschen Adel dl. II, p.25.
17. HCL, Certificaatboek 1628, f.285.
18. Tresoar, Archief nr.13-24 Hypotheekboeken Leeuwarderadeel inv.nr. 180, f.114. In 1700 is dit perceel eigendom van Jan Snoeck in floreenkohier Cornjum FC29 (floreen 2-14-0) met de Cornjumervaart ten westen. Nu het land ten zuiden van Aldlansdyk 5 te Koarnjum, ten noorden van de voormalige Hinnema-State te Jelsum.
19. HCL, Groot-Consentboek 1655, f.25. Perceel kadaster Leeuwarden 1728, FC161. Zie ook 9. Merk op dat in dit jaar 1655 een Vincent Heinsius geboren is in Harlingen. Album studiosorum universiteit Leiden 1575-1812.
20. HCL, Groot-Consentboek 1661, f.210. Perceel kadaster Leeuwarden 1728, FC220.
21. Bakker, Piet. Gezicht op Leeuwarden. Schilders in Friesland en de markt voor schilderijen in de Gouden Eeuw (proefschrift Universiteit van Amsterdam, 2008, pag. 271) en zijn correspondentie bij de afbeeldingen. Nader omschreven schilderijen (Brouwers: Inventarisatie, 1670): een creeft ende anders, gevogelte ende een ovaeltie, twee van frutagie, een arcadisch landschap, een voorstelling van de vijf zintuigen [Rembrandt], de vier evangelisten, Salomo’s gerecht en de Samaritaanse vrouw. En Dr. Postma nog over de schilderijen: It greatste oantal foun ik yn 1681 by Jan Hessels Schouwenburgh, mar dy wenne ek yn in stins, dy't er yn hier hie fan Doeke Martena van Burmania. Dy hie „int groot sael" 20 skilderijen, „in de middelcamer" 11, „in de Heerekamer" 8, „in de Opcamer. 't schoon gesicht genaemd" 10, „in de stins" 4. Hwat dit léste noch foarstelt? Dan soe men by de skilderijen ek noch rekkenje kinne „de Tafelwet met een ebben lijst", dy't ek yn de hearekeamer wie. Dr. O. POSTMA, Oer it Fryske Iibben fan troch en dei yn 16e en 17e ieu. Snits, 1955.
22. Oprechte Haerlemse Courant #681206,1. Daer werdt een yder bekent ghemaeckt, dat 'er tusschen den 5 en 6 November, oude-Stijl, 1668. 's Nachts, tot Franeker is gestoolen, door 't opbreecken van een Kas, naegenoemde Goederen: een Silveren half Mingelen, staende op het Decksel gesneden 2 Wapens, ende onder op de Randt 2 Letters, H.G. [Hein Gerrits]; een Silveren Ys kroes, met 2 Wapens, met de Namen, Dionisius Pontanus ende Aeltje van Hemert; een Silveren Schutteltje; een silveren Soutvat met 3 knopjes onder aen, een silveren Brandewijn Fluytje; een silveren Lepel met een platte Steel; twee silveren Lepels met gedreven Stelen, en op Yder Steel een Krijghsman; een silveren Lepel, gemerckt W.K. [Willem Kornelis of Knijff]; een silveren Kaysel, onder en boven met Slootjes, met een Beugel en een Haeck daer aen; twee silveren Bellen, waer van d'eene het Slootje boven af is; een los silveren Kettingh; een silveren Bovenwerck met een Ringh, tot een Lidrottingh; een groot silver-vergult stuck-Geldt, daer de Vrede opstaet; een Stuck Geldt, met een Ringh daer aen, daer den Hartogh van Saxen op staet; een Stuck Geldt, daer een Hen met Kieckens op staet; verscheyde oude Stucken Silvergeldt, als Ryckxdaelders, halve en oorden, ende andere Munten van oudt Geldt; een silveren Galon, met gouden Doppen; eenighe stuckjes Goudt; ses Eyers-lepels, de twee gheteyckent, met Letters, A.P. [Antje Pontanus] ende twee met E.P. [Elisabeth Pontanus]; een silveren Decksel van een acht-kantigh Doosje, daer een Trouw handt op staet; verscheyde silver Poppe-goedt, bestaende in een Emmertje, Soutvatje, Kerck-stoeltje, Bedt pannetje, Blaeckertje, Asschopje, Tanghetje, Schaertje, Kayke en andere; een Kettingh roode Bloedt-Kralen, vier dick; een Kettingh geslepen brandtsteenen Kralen; een blaeuwe Terkois Ringh; een ronde gouden Ringh, sleght ghemaeckt; een paer gouden gheamalieerde haecken-Oogen, daer op vier Robijntjes staen; een Schilpadden Memorie boeckje, het Decksel met Silver, en silveren Ystrementen van binnen; een kostelijcke Rood-schaerlaeckens Rock, met drie gempen Koorden, en ses in de Schoot, en een kleyn Ouderom; een roode Rock, met drie sijde Koortjes, en vier in de Schoot; een swart Grofgreynen Rock, met licht groen Voer; een koleurde Greynen Mantel, met Sargie gevoert; een swart Armesijnen Schorteldoeck: wie dese Goederen weet aen te wysen, gelieve het bekent te maecken aen Ian Hessels Schouwenburgh in de Valck tot Franeker, men sal hem een treffelijcke Vereeringh gheven, ende sijn Naem sal versweghen werden.

1 / 2

© 2019 F.N. Heinsius
Subpagina''s (1): schema