11. Van Algiers naar Nueva Tabarca
(een zijsprongetje)
(een zijsprongetje)
Nueva Tabarca (Spanje)
Nueva Tabarca is een eilandje (ca. 1800 m. lang en 400 m. breed) voor de Spaanse kust tegenover Santa Pola, op 9 mijl ten zuiden van Alicante.
Vóór 1770 was het eiland bekend onder de naam Isla de Sant Pau (Sint Paulus' eiland). De apostel Paulus zou hier volgens de legende ooit aan land zijn gegaan. In eerdere eeuwen hadden ook Carthagers, Grieken en Romeinen hun sporen al achtergelaten. Het kleinere deel werd Illa Plana (platte eiland) genoemd. Tot halverwege de 18e eeuw werd het voornamelijk als schuilplaats door Algerijnse zeerovers gebruikt.
De huidige naam is ontleend aan die van het eilandje Tabarka voor de Tunesische kust, dat van de 16e tot halverwege de 18e eeuw een Genuese kolonie was. Dit Tunesische Tabarka werd in 1741 overvallen en geannexeerd door de Bey van Tunis en 15 jaar later nog eens geplunderd door de Dey van Algiers. De bevolking werd in slavernij afgevoerd naar resp. Tunis en Algiers.
De gevangenen van Tabarka, die in Tunis werden vastgehouden, werden na 5 jaar vrijgekocht. Hun eiland-genoten in Algiers moesten aanzienlijk langer wachten op hun bevrijding.
Op voorspraak van twee leden van de mercedariër kloosterorde, die zich het lot van de slaven in Algiers hadden aangetrokken, werden ze op 8 december 1768 door koning Carlos III van Spanje vrijgekocht, na een uitruil met moslim gevangenen in Spanje.
Kaartje (1682), waarop de omzwervingen van de voorouders van de huidige bewoners van Nueva Tabarca zijn aangegeven:
Als kolonisten van Genua naar Tabarka, Tunesië (1547), vervolgens in slavernij (1741) via Tunis naar Algiers en vandaar, uiteindelijk weer in vrijheid (1768) naar Nueva Tabarca, Spanje.
De 311 voormalige gevangenen, behorende tot 68 verschillende families, werden op 19 maart 1769 in Cartagena opgevangen en daarna in Alicante, waar ze werden ondergebracht in een voormalige Jezuïetenschool, die leeg stond na de verdrijving van deze kloosterorde uit Spanje.
Alicante, prent uit ca. 1800
Er bevonden zich in deze groep ook enkele mensen met de achternaam Dam(i)ele. Of, en in hoeverre deze verwant zijn aan de familie Damele, die in 1738 van Tabarka bij Tunesië naar San Pietro is overgebracht, is niet bekend.
Een pagina uit het oorspronkelijke Spaanse register uit 1768 met de namen van alle vrijgekochte personen en hun losprijs (600 pesos). Op positie 154-156 staat een zekere Magdalena Damiele (52 jaar) met 2 dochters vermeld; Ana van 18 jaar en Benedicta van 16 jaar.
Al in 1760 had koning Carlos III van Spanje opdracht gegeven om het eiland te fortificeren, om de dreiging van de Noord-Afrikaanse vijand af te kunnen wenden. De militair ingenieur Fernando Méndez Ras ontwierp een versterkte stad met een kasteel, vestingmuren, kades en opslagplaatsen. Deze werkzaamheden werden in 1775 afgerond.
Carlos III van Spanje
Tekening van Méndez Ras, met de bouwplannen voor Nueva Tabarca (1772)
Al een paar jaar eerder, in 1770 konden de voormalige gevangenen zich, samen met een Spaans garnizoen van 80 soldaten, vestigen op Isla de Sant Pau / Illa Plana, dat al snel werd omgedoopt in "Nueva Tabarca". Met financiële hulp van de graaf van Aranda werden voor hen huizen gebouwd.
Pedro Pablo Abarca de Bolea
Graaf van Aranda
Puerta del fuerte
De toegangspoorten van de vesting zijn bewaard gebleven, evenals het huis van de gouverneur (nu een hotel) en de kerk van Petrus en Paulus, die in 1779 werd voltooid.
De "Tabarchini" assimileerden snel; Valenciaans en Castilliaans werden (en zijn nog steeds) de voertalen en zo verloren zij geleidelijk hun Genueese identiteit, taal en cultuur. Desondanks is hun afkomst nu nog herkenbaar aan de typisch Ligurische achternamen, zoals Chacopino, Parodi en Russo.
Het strategische belang van de kolonie en de vesting was tegen het jaar 1850 zodanig afgenomen, dat de gouverneur en het garnizoen werden teruggetrokken.
Het kerkje van Petrus en Paulus
Castillo de San José op Nueva Tabarca
Rond het einde van de 19e eeuw woonden er ongeveer 1.000 mensen op het eiland. Nu bestaat de permanente bevolking uit ca. 50 - 100 mensen, wat Nueva Tabarca tot het kleinste, bewoonde eiland van Spanje maakt. In de zomermaanden komen daar nog eens 500 toeristen bij. Het eiland en de omringende zee zijn beschermd natuurgebied.
De voornaamste middelen van bestaan zijn visvangst en de vismarkt in Santa Pola, op het vasteland, terwijl in de zomer het toerisme voor een belangrijke bron van inkomsten zorgt.
Nueva Tabarca heeft een zusterband met Carloforte op San Pietro bij Sardinië dat in de 18e eeuw eveneens werd gekoloniseerd door Genuezen van het eiland Tabarka, Tunesië.