verzorging‎ > ‎

ziekte

De meest voorkomende ziektes bij vogels:
 
Chlamydia-infectie
Papegaaienziekte of chlamydiose zoals de ziekte tegenwoordig algemeen genoemd wordt, is een veel voorkomende ziekte bij vogels die ook de mens kan aantasten. De ziekte wordt veroorzaakt door Chlamydia psittaci, een smetstof die - vanuit de systematiek gezien - tussen de virussen en bacteriën staat. 
De besmetting met chlamydia geschiedt in eerste instantie direct via de ademhaling door inhalatie van rondzwevende besmette stofdeeltjes of via het voeren van de jongen en van de broedparen onderling. Indirect via voer- en drinkbak, transportkisten, tentoonstellingskooien of door uitwendige parasieten. 
Papegaaienziekte kan zich zeer verschillend manifesteren. Men onderscheidt een acuut en een chronisch ziektebeeld. De acute vorm van papegaaienziekte uit zich in verkoudheidachtige verschijnselen: suffen, rillen, moeilijk ademhalen, neus- en ooguitvloeiingen, uitputting en sterfte. 
Bij chronische infecties zien we slechts algemene vage ziekteverschijnselen, slechte veerconditie, dikwijls treedt gewichtsverlies op. 
Papegaaiachtigen kunnen drager zijn van de smetstof zonder zelf ziekteverschijnselen te vertonen. Ook kunnen deze ogenschijnlijk volkomen gezonde dieren de smetstof met de ontlasting uitscheiden en een voortdurende besmettingsbron zijn voor mens en vogel. 
Indien papegaaienziekte als zodanig wordt erkend is de ziekte met de daarvoor geschikte medicijnen werkzaam te bestrijden. Grotere parkiet- en papegaaiachtigen waaronder aratinga's worden gedurende 45 dagen behandeld met een met chloortetracycline (CTC) of doxycycline (DC) geïmpregneerd zaadmengsel dat gewoonlijk bestaat uit 85% gepelde milletzaad, 10% gepelde en gebroken haver en 5% gepelde zonnebloempitten. Zeer ernstig aangetaste vogels krijgen een tetracycline injectie in de borstspier. 
Tijdens de zaadkuur dient men bijzondere aandacht te schenken aan de verzorging, omdat de vogels dan extra bevattelijk zijn voor infecties met bacteriën en schimmels. Het verdient aanbeveling tijdens de behandelingsperiode dagelijks een multivitamine- en aminozuurpreparaat aan het drinkwater toe te voegen teneinde de negatieve bijwerkingen van de 
tetracycline af te zwakken en de natuurlijke weerstand van de vogels te ondersteunen. Tijdens de behandeling geen grit of kalk verstrekken. 
Het regelmatig reinigen en desinfecteren van het vogelverblijf met een quarternair ammoniumproduct, als Halaquat Forte (Veip), draagt bij de smetstof uit te schakelen en herbesmetting te voorkomen.
 
Trichomoniasis
Deze ziekte wordt veroorzaakt door Trichomonas gallinae, een eencellige parasiet die tot de familie van de zweepdiertjes behoort. Ofschoon trichomoniasis vooral een gevreesde duivenziekte is, komt de ziekte ook regelmatig voor bij papegaaiachtigen en andere vogelsoorten. De parasieten worden door de ouderdieren op de jongen overgebracht door de kropmelk. Onderling besmetten de vogels elkaar via het drinkwater. 
Een kenmerkend verschijnsel van trichomoniasis is een geelachtige, korstvormige aanslag in de keel en een opgezette krop als gevolg van een verhoogde slijmvorming in de keel. Aangetaste vogels zijn lusteloos, tonen een matige eetlust, vermageren sterk en hebben doorgaans lichte diarree. Bij nestjongen treedt bovendien vaak een navelinfectie op, die zich steeds verder uitbreidt, uiteindelijk ook de lever en andere inwendige organen aantast en aldus de dood veroorzaakt. Een zekere diagnose is alleen te stellen door microscopisch onderzoek van het keelslijm. 
Aangetaste vogels moeten onmiddellijk worden geïsoleerd en behandeld met dimetridazole, bijvoorbeeld Emtryl oplosbaar poeder 40% (Specia). Ook de behandeling met het middel Tricho Plus (Oropharma) geeft goede vooruitzichten. Het verdient aanbeveling ook de gezond schijnende vogels een kuur met het anti-protozoaire middel te geven.
 
Snavel- en veerrotziekte
bij papegaaiachtigen of Psittacine Beak and Feather Disease (PBFD) zoals de Engelse benaming van deze ziekte luidt, is een besmettelijke virusziekte die bij een groot aantal papegaaiachtigen, voorkomt. 
De meest opvallende verschijnselen zijn bevederingstoornissen en snavelafwijkingen. Voorts blijkt dat het virus het natuurlijke afweermechanisme van de vogels aantast waardoor ze gevoeliger zijn voor andere ziekteverwekkers. Vooral jonge, in de groei zijnde vogels zijn gevoelig voor PBFD. 
Vaak treden de eerste verschijnselen al op tijdens de eerst ontwikkeling van het verenpakje. Niet zelden echter treden de verschijnselen pas op tijdens de eerste jeugdrui. Maar ook bij volwassen vogels komt de ziekte voor. 
In veel gevallen blijven de veerafwijkingen beperkt tot de vleugel- en staartpennen. Meestal worden stolsels in de veerschacht en verdikkingen en insnoeringen aan de basis van de veer vastgesteld. Soms is ook de lichaamsbevedering aangetast en wijkt de veerstructuur en de pigmentatie van de bevedering duidelijk af van die van gezonde dieren. 
Menigmaal worden ook snavelmisvormingen aangetroffen met ernstige ontstekingen van het hoorn van de snavel. 
Als gevolg van de aantasting van het natuurlijke afweersysteem gaan de vogels uiteindelijk te gronde aan diverse bacteriële infecties en/of schimmelinfecties. 
Verspreiding van het virus geschiedt door huidschilfers, veerstof en uitwerpselen. Ouders kunnen het virus op de jongen overbrengen tijdens het voeren. Mogelijk is er ook een besmettingsroute via het broedei. 

Een bijzonder groot gevaar gaat uit van de zogenaamde 'PBFD-dragers', dit zijn met PBFD besmette dieren die zelf geen ziekteverschijnselen vertonen, maar de ziekte wel kunnen verspreiden. 
In Nederland kan men vogels met afwijkingen laten onderzoeken door de Vakgroep Pathologie, Afdeling Bijzondere Dieren van de Faculteit voor Diergeneeskunde in Utrecht teneinde vast te stellen of het PBFD-virus al of niet aanwezig is. Verdachte dieren echter niet. 

In de USA is een test ontwikkeld waarbij door middel van bloedonderzoek de besmetting kan worden aangetoond. Ook vogels die verdacht worden, kunnen worden getest. Inmiddels is deze test ook in Europa beschikbaar. 
Voor deze ziekte bestaat geen remedie. Euthanasie is, gezien het besmettingsgevaar vooralsnog de enige juiste beslissing. 

In de USA zijn proeven uitgevoerd met een voorbehoedend vaccin. De resultaten lijken, naar verluid, hoopvol. Niettemin zal het nog wel enige jaren duren voordat hier een entstof verkrijgbaar zal zijn, waarmee PBFD kan worden voorkomen. 
Preventieve maatregelen: 
- langdurige quarantaine periode; 
- zorg dragen voor optimale hygiënische omstandigheden (zie de maatregelen 
opgesomd bij polyoma); 
- geen vogels aankopen waarvan de achtergrond onbekend is.
 
Colibacillose
wordt veroorzaakt door verschillende stammen van de bacterie Escherichia coli. De besmetting vindt veelal plaats door opname van met ontlasting bevuild drinkwater of voer. De ziekteverschijnselen zijn niet specifiek, maar meer van algemene aard. Bijna altijd treedt diarree op. De ziekte komt vooral voor bij nestjongen en eist veel slachtoffers. Oudere dieren hebben een zekere weerstand tegen colibacteriën, ofschoon vogels die in een slechte lichamelijke conditie verkeren er ook vatbaar voor zijn. E-colibacteriën kunnen ook in de ademhalingsorganen toeslaan en een chronische ontsteking veroorzaken. 
Colibacillose is slechts door een bacteriologisch onderzoek van de ontlasting of van de inwendige organen vast te stellen. Aangezien er verschillende stammen E. coli bestaan, met een duidelijk verschil in antibioticumgevoeligheid, is zonder gevoeligheidstest geen gerichte behandeling mogelijk. Trimethoprim in combinatie met een sulfapreparaat blijkt vaak goed te werken. 
Goede hygiënische voorzieningen, vooral het voorkomen dat uw vogels van met ontlasting bevuild water drinken, draagt bij de ziekte te voorkomen.
 
Vetzucht
Komt het meest voor bij solitair gehouden vogels, maar ook vogels die lang in broedkooien zitten hebben er wel eens last van. De oorzaken zijn voedingsfouten, gemis aan beweging, maar kunnen ook van hormonale aard zijn. 
Onderhuids op rug en buikwand worden aanzienlijke vetvoorraden aangetroffen. Soms doet zich een donkergele pigmentatie voor met tumoraal aspect. Vetzucht gaat veelal gepaard met kortademigheid, slaperigheid, onvruchtbaarheid, enz. In extreme gevallen kan de vogel bezwijken aan een hartverlamming. 
De behandeling tegen vervetting is simpel. Meer beweging geven, vogel op rantsoen zetten, groenvoer en fruit geven.
 
Gebreksziekten
zijn eigenlijk geen echte ziekten; ze ontstaan als de vogels een noodzakelijk voedingselement tekort komen of er te veel van krijgen en ze verdwijnen gewoonlijk zodra de oorzaak is opgeheven. De gevolgen van een verkeerde voeding ziet men het best en het snelst op momenten, dat aan de vogels hoge eisen gesteld worden, ruiperiode, eieren leggen, maar ook bij infectieziekten en 'stress'. In extreme gevallen, vooral bij nestjongen, kunnen er als gevolg van gebreksziekten misvormingen optreden met onherstelbare gevolgen. 

Een groot aantal gebreksziekten is het gevolg van een gebrek aan een bepaalde vitamine of aan verschillende vitaminen. Iedere vitamine grijpt op een zeer specifieke wijze in het proces van de stofwisseling in. Gebrek of een tekort aan een bepaalde vitamine uit zich in een ziektebeeld dat karakteristiek is voor de ontbrekende vitamine. Men spreekt bij het totaal ontbreken van een vitamine van avitaminose en bij een tekort van hypovitaminose. Een teveel aan vitamine, wat zich vooral voor kan doen bij de vitaminen A en D, wordt hypervitaminose genoemd. Beschouwen we nu de ziektebeelden die het gevolg zijn van vitaminedeficiënties. 

Vitamine A-deficiëntie 
Vitamine A is de meest belangrijke vitamine. Zij is onontbeerlijk voor het bestaan van het leven, de groei en de voortplanting. Avitaminose A uit zich in een algemene achteruitgang van de gezondheid, onbevruchte eieren, zwellingen aan poten en kop, ruwe bevedering en plotselinge sterfte. 
Hypervitaminose A veroorzaakt leverproblemen, ontkleuren en los zitten van de veren. 

Vitamine D3-deficiëntie 
Vitamine D3 speelt een belangrijke rol bij de beenvorming en is vooral onmisbaar bij de calcium- en fosforstofwisseling. Daarnaast speelt deze vitamine ook een rol in de bescherming tegen infecties en de vruchtbaarheid. Avitaminose D3 veroorzaakt veelal rachitis, gekenmerkt dooreen week beendergestel, zachte pijnlijke gewrichten en een in S-vorm vergroeid borstbeen. De aandoening komt alleen voor bij jonge opgroeiende dieren. Men kan de diagnose stellen door aftasting van het skelet. Met enige anatomische kennis is dit zeer wel mogelijk. In twijfelgevallen kunnen door de dierenarts foto's gemaakt worden. De maatregelen ter voorkoming en behandeling van rachitis zijn identiek. Voldoende vitamine D3 verstrekken en zorgen voor voldoende zon. Voorts zorgen dat de vogels de beschikking hebben over een goed mineralenmengsel waarin in voldoende mate fosfor en calcium aanwezig zijn, bijv. voederkalk. In ernstige mate aangetaste dieren blijven misvormd, doordat de verbogen beenderen door de opname van genoemde mineralen hard worden en in de onnatuurlijke vorm blijven staan. 
Andere deficiëntieverschijnselen als gevolg van avitaminose D3 zijn: slechte groei, verlammingsverschijnselen, ruwe bevedering, schaalloze eieren en legnood. Een overdosering vitamine D gedurende langere tijd resulteert in ontkalking van het beendergestel. 

Vitamine E-deficiëntie 
Het feit dat men de vitamine E in sterke concentratie aantreft in de hypofyse, de bijnieren en de testes doet vermoeden dat het een belangrijk biochemische rol speelt in de klieren met inwendige secretie. Verder is vitamine E als antioxidant van vitamine A indirect van invloed op de vruchtbaarheid. Een tekort aan vitamine E resulteert in slechte broeduitkomsten. Ook verlammingsverschijnselen en het onvermogen tot vliegen kunnen een gevolg zijn van een vitamine E-deficiëntie. 

Vitamine B-deficiënties 
Een avitaminose B1 veroorzaakt een vergiftiging van het zenuwstelsel door de afbraakproducten van de suikerverbranding in de spieren. Vandaar dat bij een tekort aan vitamine B1 o.a. verlammingsverschijnselen optreden. Andere deficiëntieverschijnselen zijn: ruwe bevedering, bol zitten en een slijmerige ontlasting. 
Ook het vitamine B2 is betrokken bij de stofwisseling van de suikers. Een vitamine B2 deficiëntie uit zich in een verminderde groei, afsterven van het embryo in het ei en teenverkrommingen. 
Een tekort aan vitamine B6 leidt onherroepelijk tot storingen in de eiwitstofwisseling en een hiermee gepaard gaande slechte groei en kramptoestanden. 
Een vitamine B12-gebrek zal ongetwijfeld leiden tot slechte broedresultaten, zoals slecht uit het ei komen en een hoge sterfte gedurende de eerste levensdagen. 
Choline-deficiëntie leidt tot leververvetting en een hiermede gepaard gaande lichamelijke achteruitgang. 
Een tekort aan nicotinezuur, ook wel vitamine P genoemd, veroorzaakt diarree, gemis aan eetlust, vertraagde groei, een gebrekkige bevedering en ontstekingen aan de huid. 
Een tekort aan pantotheenzuur ten slotte veroorzaakt een groeistilstand. 
Ook lage broeduitkomsten en een slechte bevedering met kale plekken in de nek en hals kunnen op een gebrek aan pantotheenzuur duiden.
 
Tumoren 
Tumoren zijn groei-explosies van bepaalde cellen. Ze komen bij alle papegaaiachtigen voor, maar veruit het meest bij grasparkieten vooral in de leeftijdsgroep van 4 - 6jr. Opvallend is dat de aandoening veel voorkomt bij solitair en in kooien gehouden vogels en in veel mindere mate bij in volières gehouden dieren. De oorzaak van tumoren is niet bekend. Bij tumoren vlak onder de huid, de zogenaamde subcutane tumoren, gaat het meestal om goedaardige vetgezwellen die in sommige gevallen wel tot walnootgrootte kunnen uitgroeien. Ze bloeden gemakkelijk en kunnen bij beschadiging tot ernstig bloedverlies leiden. Onderhuidse tumoren komen voor op vleugels en romp, vooral op de onderbuik. De algemene gezondheidstoestand van de vogel lijkt bij dergelijke tumoren niet aangetast. Behandeling kan alleen door operatief ingrijpen. Het is duidelijk dat dit alleen een zaak voor de dierenarts is. Bij inwendige tumoren tonen de vogels zich vaak erg lusteloos. Ondanks het feit dat ze wel eten, vermageren ze sterk. Bij grote tumoren in de buikholte treden vaak ademhalingsstoornissen op, omdat de tumor op de luchtzakken en longen drukt en ademnood veroorzaakt. Bij vrouwelijke vogels treden vaak eierstoktumoren op, bij mannelijke vogels tumoren aan de testes. Bij nierentumoren vertoont de vogel veelal aan een van beide poten verlammingsverschijnselen. Bij verdenken van inwendige tumoren kunnen röntgenfoto's uitsluitsel geven. In het bevestigende geval is euthanasie de beste oplossing.