Een woordpaar is per se een van een groep. Zo'n groep is niet erg groot, te klein om de regelset als productief te bestempelen. De groepen dijen niet uit, hebben een vast aantal leden. Zoek ze maar, in de woordenboeken.
Het WNT geeft enkele groepen van zulke paren:
heel en geheelwis en gewisstreng en gestrengtrouw en getrouwhandig en linksverstandig en domgezond en ziekbeleefd en lompVergelijken we de woordparen handig — links, verstandig — dom, gezond — ziek, beleefd — lomp e.d., dan blijkt dat wij wel spreken van onhandig, onverstandig, ongezond, onbeleefd, maar niet van: onlinks, ondom, onziek of onlomp