Geen woordpaar komt alleen.
Woordparen vormen groepjes.
een groepje van een vier woordparen (geplukt uit het WNT):
heel en geheel
wis en gewis
streng en gestreng
trouw en getrouw
Bron: Etymologiebank, daar: vindplaats: touw (koord),
daar: bron P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn
daar: vindplaats: makkelijkdaar:
vondsten
Daar ook:
Evenzo zien we een enkele maal naast elkaar vormen met en zonder be-:
hoeven en behoevendanken en bedankenhoren en behoren.Het is heel waarschijnlijk dat deze voorvoegsels in de gesproken taal verdwenen zijn, omdat ze geen duidelijke betekenis meer hadden. In de voltooide deelwoorden immers zijn ze bewaard gebleven. De eigenlijke betekenis van ge- was: samen, maar daarna kreeg het de functie te laten zien dat de handeling voltooid was. In zinnen als: hij heeft geslagen en: hij is gekomen, vervult ge- dus een taak. Daardoor kon het daar met meer succes weerstand bieden tegen klankverlies en afval.
Die vind je op de pagina