Vriendschap kun je bijvoorbeeld laten zien door een cadeautje te geven. Door een arm om iemand heen te slaan als hij of zij verdrietig is.
Dat je van je mama houdt, maak je duidelijk door haar een zoen te geven.
Woorden werken vooral in op je verstand, terwijl gebaren en symbolen je hart raken. Ze drukken iets uit dat je niet kunt laten voelen met woorden alleen.
En dat doen die sacramenten ook.
Het klinkt misschien gek, maar een sacrament is een zoen of een knuffel tussen God en mensen. In een sacrament laten God en de mens aan elkaar zien wat ze voor elkaar voelen.
Sacramenten zijn gebaren waarin de band tussen God en de mens duidelijk wordt. Iets dat verder gaat dan woorden.
Die gebaren en symbolen in de sacramenten zijn vaak dezelfde: handoplegging, zalving, water, olie, brood en wijn.
Je komt ze ook tegen in de evangelies: Jezus geneest een blinde door zijn hand op de ogen van de man te leggen. Hij zorgt voor brood voor de mensen die honger hebben. Jezus was iemand die mooie woorden uitsprak, maar die ook niet bang was om de handen uit de mouwen te steken. Al heel gauw namen de eerste christenen de gebaren van Jezus over en ze bedachten nog een aantal andere. Zo ontstonden de sacramenten.
Een kind wordt geboren. Een jongere kiest zijn eigen weg in het leven. Twee mensen spreken hun liefde voor elkaar uit. Iemand heeft spijt van zijn fouten en wil opnieuw beginnen. Een bejaarde denkt dankbaar terug aan zijn leven... Enzovoort.
Allemaal momenten waarin God zich laat kennen en waarin je door Hem geraakt kan worden. Die momenten vieren we vaak samen met anderen.
Drie sacramenten zijn bijzonder: ze wijden ons in in het leven als christen. Door die sacramenten laat je zien dat je echt bij de Kerk wil horen. Dat zijn het doopsel, het vormsel en de eucharistie.
In deze sacramenten krijg je de kracht van de Geest door de handoplegging en de zalving met olie.
Het doopsel is het eerste sacrament. Toen je ouders je jaren geleden lieten dopen, kozen zij ervoor om jou te laten opnemen in de grote groep van mensen die Jezus willen volgen.
Hier zegt God dat hij jou altijd zal steunen, dat jij uniek bent, een kind van God. God is als een goede, toffe en coole vriend van jou.
Bij het vormsel is het jouw beurt om te kiezen. Jij kiest om in de voetsporen van Jezus te treden. Je belooft om God en Jezus een plaatsje te geven in jouw leven. Het is misschien niet eenvoudig, maar zeker en vast de moeite waard! Door het vormsel wordt je een christen met eigen verantwoordelijkheid.
De eucharistie is een dankviering. We vieren samen dat Jezus ons voorbeeld is, dat we bij Hem inspiratie kunnen halen om zelf goed te leven. We zijn dankbaar dat Jezus ons heeft geleerd hoe goed God is.
Door het brood te breken doen we wat Jezus heeft gevraagd tijdens het laatste avondmaal. Zo houden we Jezus levend onder ons, telkens opnieuw.
De ontmoeting met Jezus en met Gods liefde in die sacramenten is niet vrijblijvend. Het is geen cadeau dat je voor jezelf kan houden. Sacramenten zijn ook een opgave.
Ze zenden ons: 'ga en beleef wat je ontvangen hebt’.
Zo zie je christenen die zich inzetten voor armen, voor mensen met een beperking of voor vluchtelingen, zich engageren bij Samana, Damiaanactie, Welzijnschakels of Broederlijk Delen,... Parochianen die de kerk poetsen of zingen in het koor. Wie weet, wordt je misschien zelfs diaken, of priester, of zuster.
Je kan altijd een (kleine of grote) taak opnemen binnen de parochie!