Slotbeschouwing: nut en onnut van Digitale Vaderlandse Geschiedenis
De Vaderlandse Geschiedenis is rijk en mooi, afschuwelijk en wreed, inspirerend en complex. De computer kan een extra dimensie geven aan deze geschiedenis, door grote hoeveelheden teksten te doorzoeken, analyseren en structureren, te koppelen aan andere bestanden en te visualiseren. Deze website geeft een aantal voorbeelden van de mogelijkheden van digitaal historisch onderzoek, van heel simpel tot enigszins gecompliceerd. Het is daarbij zeker niet uitputtend. Digitale ontsluiting in musea, geografische informatiesystemen (GIS), netwerkvisualisaties en ingewikkelder tekstanalyses zoals Word2Vec en Topic Modelling zijn bijvoorbeeld niet aan bod gekomen. Het zou ook het doel van deze website voorbij schieten, een toegankelijke introductie op Digitale Vaderlandse Geschiedenis, om overal op in te gaan. Een bespreking van de minder basale technieken zou gepaard moeten gaan met een uitvoeriger discussie van wat er allemaal nog niet mogelijk is, of wat met de nodige voorzichtigheid gedaan moet worden, met een abstracter, technischer en methodologischer tekst als gevolg. Dat was niet de bedoeling. De literatuurlijst geeft handreikingen genoeg om verder te lezen voor iedereen die niet alleen geïnteresseerd is geraakt voor wat er al eenvoudig kan, maar ook voor wat er nog meer kan, of in de toekomst verder nog kan komen.
Digital Humanities houdt zich bezig met de vraag hoe we, bestaande en nog te ontwikkelen, tools kunnen toepassen op grote teksten uit de geesteswetenschappen. Een goede digital humanist houdt zich bovendien bezig met de vraag hoe dat op een verantwoorde wijze te doen. De balans tussen tools en humanistische kennis is lastig. Humanistische teksten kunnen gedichten van Vondel zijn, mooi vormgegeven proza van P.C. Hooft over de Nederlandse Opstand , de meest intieme gedachten van Anne Frank, of door een anonieme klerk tot in de kleinste details opgetekende uitgaven van de graaf van Holland. Deze mooie teksten worden niet bepaald liefdevol behandeld door de meeste tools. Ze worden uit hun context gerukt, in stukjes gehakt, gelinkt aan andere gemutileerde teksten en gebruikt voor analyses die veel verder strekken dan hun oorspronkelijke intenties. Deze tekstviolatie is niet noodzakelijkerwijs een slecht ding. Computers kunnen immers niet zelf interpreteren en hun meerwaarde zit in hun rekenkracht. Digital Humanities kan en moet vragen stellen die verder gaan dan onderzoek dat gedaan kan worden door een mens. Dan moet de historicus echter wel kritisch blijven op bronnen, dataverzamelingen en de gebruikte tools.
Bij het doen van digitaal historisch onderzoek, en trouwens ieder onderzoek, moet men altijd eerlijk zijn over de mogelijkheden en grenzen. Vraag je altijd af waarom je iets wel of niet digitaal doet. Daar zijn geen sterke richtlijnen voor. Het is altijd afhankelijk van de onderzoeksvraag, de beschikbare bronnen (digitaal en analoog) en de beschikbare tijd. Soms zijn alleen de eerste verkenningen zinvol om die digitaal te doen, soms kunnen eerste hypotheses getest worden en soms kunnen zelfs hele onderzoeksvragen beantwoord worden. Beloof geen digitale gouden bergen, maar ga wel digitaal als het kan en zinvol is. De geschiedenis kan heel goed zonder het digitale, maar kan ook veel rijker worden met.