Er zijn veel dingen die de interesse voor geschiedenis kunnen aanwakkeren: jeugdboeken, romans, films, videospelletjes, tv series, strips, musea, re-enactment en, niet in de laatste plaats, een goede geschiedenisleraar op de middelbare school. Als geschiedenisstudent, en later als historicus, wil je je verdiepen in het verleden, het verleden begrijpen, er lessen uit trekken voor het heden. Onderzoeken, lezen en schrijven.
De laatste jaren krijgen historici steeds meer te maken met een fenomeen dat hen niet in eerste instantie naar de geschiedenis heeft getrokken, de zogenaamde ‘digital humanities’. Met digital humanities onderzoek worden grote hoeveelheden ‘data’ onderworpen aan digitale tools, op zoek naar antwoorden op vragen uit de geesteswetenschappen. Historici krijgen te horen dat ze het verleden ook, of zelfs beter, kunnen begrijpen met behulp van ‘tools’, ‘computeralgoritmes’ en hoogstaande visualiseringstechnieken. Het aantal geschiedenisstudenten dat zich grif opgeeft voor de digital humanities keuzevakken is echter niet bepaald hoopgevend, zowel in Nederland als in het buitenland.
Velen hebben zich het hoofd hebben gebroken over dit ‘gebrek aan belangstelling’. Uiteindelijk denk ik echter dat het niet aan een gebrek aan belangstelling op zich ligt. Historici zijn van nature nieuwsgierige mensen. Als iets hen kan helpen om beter, mooier of anders onderzoek te doen, dan trekt hen dat. Als je als student echter de keuze krijgt uit vier of vijf verdiepingsmodules dan is ‘digital humanities’ vaak met stip de keuze die het verst van je af staat. Ik ben zelf een historicus die studeerde in een tijd dat digital humanities nog niet als zodanig bestond, maar ik moet toegeven dat het zeer onwaarschijnlijk is dat ik die richting zou hebben gekozen. Niet alleen zou digital humanities door het technische gehalte te ver uit mijn ‘comfort zone’ hebben gelegen, het is ook een tak van sport waarbij zaken aan de orde komen die mij pas vrij laat in de studie gingen interesseren, zoals: de verhouding tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek, algemene onderzoeksmethodologie en theorie van de geschiedenis.
Het gevolg van dit alles is dat geschiedenisstudenten dan wel allemaal weten van ‘digital humanities’ op het moment van afstuderen, maar dat ze het ook grotendeels links kunnen laten liggen als iets dat gedaan wordt door het beperkte groepje dat dat leuk vindt. Onderzoekers van de oude stempel weten ‘er van’ en respecteren meestal dat het bestaat en meerwaarde heeft, maar voelen zich zelden geroepen er ook zelf echt iets mee te doen. Heel erg is dat ook niet. Het verleden kon en kan, en moet soms zelfs, ook prima bestudeerd worden zonder computationele analyses. Wel is het jammer dat ‘digital humanities’ een ver-van-je-bed-show blijft voor velen, of op zijn hoogst een boek op het nachtkastje is dat nooit wordt ingekeken. Het biedt andere ingangen op onderzoek, die de geschiedenis nog rijker maken dan ze al is.
De oplossing ligt voor de studenten niet in een beter promoten van de minoren, keuzevakken, et cetera. Je gaat geen studenten trekken die niet op zijn minst al in grote mate een latente interesse hebben. Je gaat geen concurrentieslag winnen met museumstudies en koloniale geschiedenis. Waar de winst te behalen is, is in een integratie van digital humanities in de vakken die studenten nu toch al krijgen. Op ieder punt van het curriculum kan je het kwijt, zonder daar grote kunstgrepen voor te hoeven doen. Voor reeds gelauwerde onderzoekers ligt het misschien nog lastiger. Zij hebben het altijd al veel te druk en zich bekwamen in digitale onderzoeksmethodes is een flinke investering. Om hen dieper de digital humanities in te trekken is het vooral zaak om te laten zien dat er ook al heel waardevolle dingen gedaan kunnen worden zonder al te grote investering.
Deze verzameling teksten is een introductie op Digital Humanities, toegespitst op ‘digital history’ in Nederland. Het is de website waarvan ik wilde dat het bestaan had toen ik mij voor het eerst, in 2012, met digital humanities ging bezighouden. Het is dan ook voornamelijk bedoeld voor studenten en onderzoekers die de eerste stappen aan het zetten zijn op het pad van digital humanities, of die er over denken dat te doen. De teksten kunnen los van elkaar gelezen worden, maar er zit een opbouw in van zeer eenvoudig tot iets meer gecompliceerd.
Deze website zou er niet zijn gekomen zonder de inspirerende gesprekken die ik de afgelopen zes jaar heb mogen voeren met collega's en studenten uit de geesteswetenschappen, computationele linguïstiek en computerwetenschappen. Mijn dank gaat naar hen uit voor de vele indirecte bijdragen. De directe bijdragen van mensen zijn als zodanig genoemd in de betreffende hoofdstukken. Uiteraard blijven alle opvattingen en fouten voor mijn rekening.
Serge ter Braake.
Lelystad, 22 januari 2019