Sinterklaas en Zwarte Piet: basisbeginselen van automatische tekstanalyse I
Het is inmiddels bijna ‘traditie’ in Nederland om in de laatste maanden van het jaar een discussie te hebben over ‘Zwarte Piet’, en of het figuur een onschuldige kindervriend is of een racistische karikatuur. Er zijn daarbij een aantal fundamentele vragen die je kan stellen. De eerste vraag, die we hier niet gaan beantwoorden, is of ‘traditie’ überhaupt een argument mag zijn om iets te behouden dat andere Nederlanders, en de rest van de wereld, als kwetsend ervaren. Een andere vraag, en daar kunnen we iets meer mee als historici, is hoe die traditie er dan wel uitzag vroeger en door de eeuwen heen. Digital Humanities kan ons helpen bij het beantwoorden van deze vraag.
In 1850 publiceerde Jan Schenkman zijn Sint Nikolaas en zijn knecht, waar veel elementen van ons huidige Sinterklaasfeest in verwerkt zijn. Als we willen kijken naar de manier waarop de ‘knecht’ voorkwam in de decennia voor en na dit boekje dan zijn er vele bronnen die we kunnen raadplegen, zoals kranten en literaire tijdschriften uit die tijd. Voor mijn eigen onderzoekspraktijk had ik algemene tijdschriften De Gids (1837-1909) en Vaderlandsche Letteroefeningen (1776-1876) al in digitale vorm liggen, waar het volgende op gebaseerd is als een eerste introductie op basale digitale tekstanalyse.
58 teksten met Sinterklaas
Digital Humanities in de meest simpele vorm is het zoeken naar woorden en woordcombinaties in gedigitaliseerde teksten. Een simpele word search in De Gids en Vaderlandsche Letteroefeningen geeft mij 58 teksten waarin 'Sinterklaas', 'Sint Nicolaas' of een spellingsvariant voorkomt. Zoals vrijwel altijd het geval is bij dit soort oefeningen kreeg ik een aantal ‘hits’ die helemaal niet over Sinterklaas gingen. Zo is er ook een stad Sint Nikolaas, gaan sommige teksten over het aanroepen van de heilige of over mythen rond hem, en was "Sint Nikolaas" blijkbaar ook een achternaam. De meeste verwijzingen slaan gelukkig wel op de goedheiligman zoals wij die nu kennen: de kindervriend die vooral bekend is door het Sinterklaasfeest. De Gids en Vaderlandsche Letteroefeningen bespraken alles dat van belang kon zijn voor de beschaafde Nederlander. Dat de goedheiligman in ruim 40.000 artikelen slechts sporadisch voorkomt mag gelden als eerste relativering voor de moderne overspannenheid rond het feest.
Hoewel onze ‘dataset’ eind achttiende eeuw begint, vind ik pas vermeldingen van de goedheiligman in het tweede kwart van de negentiende eeuw. Van een Pietendiscussie was nog geen sprake, wat niet zo verwonderlijk was omdat de knecht van Sint praktisch niet voorkomt en ook nog geen Piet heet.
Wat data over de Sint en zijn knecht
Een vijftigtal vermeldingen van de Sint, soms in artikelen die compleet ergens anders over gaan, lenen zich niet heel goed voor kwantitatieve analyses, dus ik moet het hier laten bij wat anekdotische vondsten.
Het eerste wat opvalt is dat Sinterklaas vroeger blijkbaar door de schoorsteen kwam. Iets kon immers 'uit de lucht ploffen als Sinterklaas door een schoorsteen'. Iets waar hij ruim honderd jaar later te oud voor is geworden, in tegenstelling tot zijn vrolijke alter ego uit de Verenigde Staten.
Niet alleen kinderen konden hun hart ophalen rond Sinterklaas. Blijkbaar stuurden ook volwassenen elkaar wel eens wat, zonder daarbij te vermelden dat het van hen kwam ('en weet je niet van wien?'). Een soort voorloper van de huidige surprises dus.
Niet alle associaties met Sinterklaas waren even vleiend. Zo werd hij ook wel eens geassocieerd met bedriegerij, sprookjes en onechtheid. Zo is er één vermelding van 'Sinterklaas-Christenen', en wordt Sinterklaas elders in één zin genoemd met 'een boeman', een 'drooge sloot', een 'papieren muur'. Gemeen, nutteloos en nep dus. In een andere tekst wordt hij samen met 'Blauwbaard' genoemd als voorbeeld van een fabelfiguur. Soms wordt Sinterklaas ook geassocieerd met verkwisting, door 'tal van geschenken rondom te strooijen’, en werd er opgeroepen ook aan de armen te denken. Het Sinterklaasfeest was in ieder geval een goede marketing techniek, want sommige producten werden specifiek aanbevolen als Sinterklaasgeschenken. Banketbakkerijen deden ook goede zaken tijdens Sinterklaas, waar de (rijke) kinderen hun 'stoutste droomen' verwezenlijkt zagen.
Tegen het einde van de negentiende eeuw lijken steeds meer inmiddels traditionele elementen ingeburgerd te raken, zoals het terugkeren naar Spanje, het 'strooien', de 'pepernoten' en 'het lekkers' in de 'zak'. Dit alles vermoedelijk voor een groot deel dankzij het boekje van Jan Schenkman. De knecht van Sinterklaas was gedurende de negentiende eeuw vooral onzichtbaar. Als hij er wel is, is het er bovendien altijd maar één. Tegen het einde van de negentiende eeuw was hij, volgens sommigen, echter wel zwart. Als een dreumes uit een literaire tekst uit 1889 vol ontzag opkijkt naar een grote vreemdeling, vraagt hij of dat misschien de knecht is van Sinterklaas. Hem wordt dan verteld dat dat toch niet kan, omdat de vreemdeling wit is en de knecht 'pitzwart'. De enige keer dat 'den zwarten knecht' in deze bronnen bij naam wordt genoemd heet hij echter Hansje. Nergens wordt trouwens vermeld waarom de knecht zwart is.
Sinterklaas dus
Wat kunnen wij hier nu van leren? Waarschijnlijk vooral dat men in de negentiende eeuw niet zo overspannen deed over Sinterklaas als nu. Dat terwijl het feest toen ook al minstens driehonderd jaar bestond en sinds die tijd al vele gedaanteveranderingen had doorstaan. In de negentiende eeuw zijn er zonder slag of stoot, bewust of onbewust, veel veranderingen gekomen in het Sinterklaasfeest. Toen hadden we ook nog geen internet om anderen onze mening op te dringen, televisie om het feest nationaal te vieren, of mobiele telefoons om een wegblokkade te coördineren. We hadden wel dingen als slavenhandel en kinderpokken, dus weinig reden om nostalgisch te doen. Ze hadden toen genoeg andere dingen om overspannen van te raken.