De nieuwe Rembrandt: zin en onzin van een visuele constructie
Wetenschappers moeten zich soms de vraag stellen of ze iets moeten doen alleen maar omdat ze het kunnen doen. Een klassiek voorbeeld hiervan staat centraal in Michael Crichtons Science Fiction boek Jurassic Park, waarin wetenschappers een manier hebben gevonden om dinosauriërs te klonen uit geconserveerd dino DNA. Hoewel wetenschappers het in die setting konden doen, en er flink wat geld mee hoopten te verdienen in een pretpark, bleken er heel veel redenen zijn om het toch gewoon niet te doen. Onderstaand plaatje wordt vaak gebruikt om speels te laten zien dat geesteswetenschappen er wel degelijk toe doen. Of het ook een goede manier is om die boodschap over te brengen weet ik niet. Uiteraard denken natuurwetenschappers ook na over de vraag of ze iets wel of niet moeten doen en zijn er ook historici die op knoppen drukken, puur omdat het kan.
Een project waarbij bij mij de vraag rees of je het daadwerkelijk had moeten doen, alleen maar omdat het kan, was de 'next Rembrandt', uitgevoerd door de Universiteit Delft, Microsoft en museum het Mauritshuis. De ING bank was zo vriendelijk hier flink wat geld in te pompen, om hun imago van ‘culturele mecenas’ hoog te houden. In dit project hebben ze letterlijk een ‘nieuwe Rembrandt’ gecreëerd, aan de hand van digital humanities technieken.
In het promotiefilmpje bij dit project komen mensen van de ING bank en Microsoft ook aan het woord. Volgens ING persoon Tjitske Benedictus, wilde de ING hun ‘innovatieve geest’ naar kunst en cultuur overdragen. Ron Augustus van Microsoft beweert dat ze 'technologie en data' gebruikten om iets te maken zoals Rembrandt dat deed met zijn kwasten.
Goed, wat hebben ze nu precies gedaan? Ze hebben zoveel mogelijk schilderijen van Rembrandt gescand en bepaalde karakteristieken daarvan ‘gemeten’ en vervolgens het gemiddelde daarvan genomen. Zo kwamen ze tot de typische, of eigenlijk de gemiddelde, Rembrandt neus, oor en mond, en hun gemiddelde positie op het gezicht. Vervolgens hebben ze al die karakteristieken op een typisch Rembrandt personage geplant, een Caucasische man tussen de dertig en veertig jaar oud, en een 3D printer de ‘Next Rembrandt’ laten maken.
Dit is allemaal buitengewoon indrukwekkend, maar de vraag blijft waarom je dat zou willen doen? David de Witt van het Mauritshuis vertelde in hetzelfde promotiefilmpje dat Rembrandt beroemd was voor het beter portretteren van menselijke emoties dan zijn tijdgenoten. Emoties van echte mensen, onsterfelijk gemaakt door de grote meester is dus wat een Rembrandt een Rembrandt maakt. Deze 'next Rembrandt' daarentegen, is niet meer dan een gemiddelde van al die emoties, geplant op een gemiddeld Rembrandt gezicht van een gemiddeld Rembrandt persoon die nooit bestaan heeft. Hebben we het daarom werkelijk over een ‘Next Rembrandt’, of over een geavanceerde visualisatie van het gemiddelde van in data gehakte karakteristieken van andere Rembrandts? De makers van de ‘next Rembrandt’ hopen dat de grote meester het fijn zou vinden dat zijn werk op deze manier voortleeft. Het is echter waarschijnlijker dat Rembrandt zich zou hebben afgevraagd wat het nut is van een schilderij van een persoon die niet bestaan heeft, en dat zijn echte schilderijen toch over de hele wereld te bewonderen zijn.
Als we de PR rond dit project en het eventuele nut van dit specifieke project even loslaten, dan toont het hoe dan ook een geweldige potentie voor daadwerkelijk, ‘nuttig’, wetenschappelijk onderzoek, gedreven door nieuwsgierigheid en vraagstellingen. Historici en kunsthistorici hebben geweldige mogelijkheden met de Rembrandt dataset, zeker als ze nog verder wordt uitgebreid. Om maar een paar dingen te noemen:
1) De data van de ‘gemiddelde’ Rembrandt kan helpen om andere Rembrandts te identificeren.
2) De data van de ‘gemiddelde’ Rembrandt kan vergeleken worden met de data van ‘gemiddelde’ andere schilders, om te zien hoe uniek de meester daadwerkelijk was.
3) De Rembrandt data kan gebruikt worden om te zien, en vooral ook om te meten, hoe zijn stijl veranderde in de loop der jaren.
Het zou prachtig zijn als we gekwantificeerd kunnen zien hoe de gezichten van Rembrandt anders waren dan die van andere zeventiende eeuwse schilders, zestiende eeuwse voorgangers en achttiende eeuwse volgers. Zowel in het huidige Nederland als in het buitenland. Welke schilderstijlen heeft de meester misschien ‘geleend’ van anderen en hoe heeft hij anderen beinvloed? Om het antwoord te formuleren op zulke vragen is er veel meer data nodig dan we nu hebben. Misschien dat iemand weer bij de ING kan aankloppen, voor dit keer werkelijk innovatief wetenschappelijk onderzoek?