Zwaartepunt
De zwaartekracht werkt eigenlijk op elk stukje van een voorwerp. Je zou dus een heleboel pijlen moeten tekenen.
In plaats daarvan tekenen we de zwaartekracht op een voorwerp als één pijl. Het aangrijpingspunt ligt in het massamiddelpunt of zwaartepunt . De makkelijkste manier om de plek van het massamiddelpunt te schatten is te bedenken op welk punt het voorwerp in evenwicht zal zijn.
Krachten tekenen
Om opgaven te kunnen maken, begrijpen en beantwoorden moeten we krachten zichtbaar maken. We doen dit vaak in tekeningen. Een kracht heeft niet alleen een waarde in newton , maar ook een richting. Daarom tekenen we een kracht als een pijl (zie onderstaande afbeelding).
Een getekende kracht heeft drie eigenschappen
1. De grootte (= lengte) van de pijl geeft de grootte van de kracht aan.
2. De richting van de pijl geeft de richting van de kracht aan.
3. Het aangrijpingspunt geeft aan op welk punt de kracht precies werkt.
Krachtenschaal
Van een pijl kun je de lengte meten in bijvoorbeeld centimeters. Hiermee weet je nog niet hoe groot de kracht is. Daarvoor moet er een krachtenschaal bij (afbeelding 2). Een krachtenschaal geeft de verhouding aan tussen de lengte van de pijl en de kracht die hij voorstelt. Het ≙ teken betekent 'komt overeen met'. In de onderstaande afbeelding stelt elke centimeter 5 newton voor.
Aangrijpingspunt
Het aangrijpingspunt is de plek waar de kracht werkt.
In de onderstaande afbeelding zie je twee voorwerpen die een kracht op elkaar uitoefenen. In zo'n geval teken je het aangrijpingspunt in het midden van het gebied waar de twee voorwerpen elkaar raken.
Bijvoorbeeld: De hand van het mannetje raakt de kast.
Je tekent het aangrijpingspunt in het midden van zijn hand.
Zwaartepunt
Bij de zwaartekracht zijn er wel twee voorwerpen, de aarde en een hamer, maar die raken elkaar niet. Het aangrijpingspunt van de zwaartekracht teken je in het zwaartepunt . Dit is het punt waarop een voorwerp in evenwicht is.
Je kunt een kracht als een pijl tekenen
1. Bepaal waar het aangrijpingspunt van de kracht zit.
2. Bepaal de richting van de kracht.
3. Zoek op of er bij je tekening een krachtenschaal wordt gegeven. Zo niet bedenk dan zelf een krachtenschaal. Zorg dat je getekende kracht niet te groot of te klein wordt.
4. Bereken de lengte van de kracht die je gaat tekenen. (met een verhoudingstabel)
5. Teken de kracht.
Oefeningen: