Ik leef graag eenvoudig.
Met ruimte, rust en zo weinig mogelijk moeten.
De voorbije jaren heb ik gemerkt dat mijn leven pas klopt wanneer het tempo zakt en ik dicht bij de basis blijf: natuur, werken met mijn handen, stilte, en echte ontmoetingen. Dat is geen ideaalbeeld, maar iets wat ik zelf nodig heb om in balans te blijven.
Tussenruimte is daaruit ontstaan. Niet als project, maar als leefvorm die ik wil delen.
Ik heb geen therapeutische rol en bied geen behandeling aan.
Wat ik wel meebreng, is levenservaring, aanwezigheid en aandacht.
In verschillende contexten — werken met jongeren, samen leven, vrijwilligerswerk, eenvoudige omgevingen — merkte ik telkens opnieuw dat verbinding vanzelf ontstaat wanneer er niets geforceerd wordt. Gesprekken komen op gang. Stiltes mogen bestaan. Mensen zakken.
Dat is geen methode. Het is een houding.
Ik leef zelf op de plek en zorg voor de omgeving.
Ik bewaak de eenvoud, de rust en de grenzen.
Ik luister. Ik spiegel wanneer dat klopt.
En soms doe ik niets.
Ik neem geen verantwoordelijkheid over wat iemand moet ervaren of bereiken. Iedereen draagt zijn eigen proces.
Omdat ik geloof dat niet alles opgelost moet worden.
En dat veel mensen vooral ruimte nodig hebben — geen uitleg.
Omdat ik zelf heb ervaren wat leegte kan doen wanneer ze niet meteen wordt opgevuld.
En omdat het voor mij zinvol is om mijn leven zo te organiseren dat het ook iets kan betekenen voor een ander — zonder mezelf daarin te verliezen.
Tussenruimte is evenzeer een plek die ik bescherm,
als een plek die ik deel.
Daarom verloopt elk verblijf via persoonlijk contact.
Niet iedereen past hier, en dat is oké.