Je komt aan in de bergen van Zuid-Spanje.
De plek is eenvoudig. Stil. Er is ruimte. De dagen liggen open.
Er is geen vast dagprogramma. Je staat op wanneer je wakker wordt. Je eet wanneer je honger hebt. Tijd verliest zijn scherpte. Wat je dag brengt, ontstaat vanzelf.
Je verblijft in een sobere woonunit met wat nodig is — niet meer. Water, een bed, een plek om te zitten. Elektriciteit en internet zijn beperkt. De omgeving nodigt uit om naar buiten te gaan, te wandelen, te zitten, te kijken.
Het leven hier is eenvoudig en tastbaar.
Onderhoud van de plek, de tuin, het terrein. Hout, water, eten, zon. Wie wil, kan meehelpen. Wie niet wil, hoeft niets.
Er is geen verwachting tot deelname.
Alles gebeurt op uitnodiging, nooit op verplichting.
Maaltijden bereid je zelf. Af en toe kan er iets samen ontstaan — maar ook dat ligt open. Rust en autonomie blijven centraal.
Tussenruimte is geen groepsverblijf.
Wanneer er meerdere mensen aanwezig zijn, wordt ieders ruimte en eigenheid gerespecteerd.
Contact ontstaat vanzelf, of niet.
Gesprekken hoeven nergens toe te leiden. Stilte mag blijven staan.
Ik leef zelf op de plek en ben in de nabijheid.
Niet als begeleider, niet als programmamaker.
Er kan een gesprek ontstaan. Of samen werken. Of gewoon zwijgen.
Alles mag gebeuren, niets moet.
Niet als doel, maar als bijwerking:
vertraging
rust in lichaam en hoofd
meer helderheid
contact met wat er onder de ruis zit
Soms gebeurt er weinig. Soms veel.
Ook dat is goed.
Er is geen afsluitritueel.
Geen evaluatie die iets moet opleveren.
Je vertrekt wanneer je tijd erop zit — met wat er is ontstaan. Of met niets. Ook dat is een ervaring.