In 2012 ontdekten leden van Stichting Archeos Fryslân nabij Kornwerderzand, in de Waddenzee, een mogelijke scheepswraklocatie. Analyse van de sonarbeelden liet duidelijke contouren zien van een grotendeels verzand wrak. Op circa 5 meter diepte bij hoogwater werd een houten scheepswrak van ruim 30 meter lang aangetroffen. Aan één zijde stak een rij spanten over vrijwel de gehele lengte ongeveer 30 tot 50 centimeter boven het zand uit.
Tussen 2022 en 2025 bevestigden meerdere verkennende duiken dat het gaat om een bewapend koopvaardijschip uit de late zeventiende eeuw. De afmetingen, de dubbele dekconstructie, het gebruik van veel grenenhouten constructiedelen en de dubbele grenen beplanking van de scheepshuid wijzen erop dat het een fluitschip betreft: een veelgebruikt scheepstype in de handelsvaart van die periode.
Tijdens de duikexpedities zijn diverse belangrijke bouwkenmerken vastgesteld. Ook werden meerdere vondsten gedaan, waaronder een leren schoenzool, een draaibaskanon, kleipijpen, gebruiksvoorwerpen van aardewerk en koper, en zelfs een dekzwabber.
Deze vondsten, in combinatie met dendrochronologisch onderzoek van de geborgen houtmonsters, wijzen erop dat het schip rond 1680 is gebouwd. Het gebruikte eikenhout is afkomstig uit Oost-Duitsland, terwijl het grenenhout afkomstig is van het Zweedse eiland Gotland. De operationele periode van het schip lag waarschijnlijk tussen circa 1680 en 1700. Vermoedelijk is het schip gestrand in de ondiepten van de vaarroute door de Middelgronden. Op basis van de gevonden Goudse kleipijpen met het hielmerk Prins en Prinses wordt de stranding voorlopig gedateerd tussen 1695 en 1700.
Een fluitschip omstreeks 1680 geschilderd door Claes Jansz. Rietschoof
(© National Maritime Museum, Greenwich, London)
Sonarbeeld (© PeriPlus Archeomare) met overlay van modelbouwtekening fluitschip (© Hoving A.J. 2014)