Dit is de nieuwe website van de SBPN. De website is in uitvoering, nog niet alle onderdelen zijn gevuld.
Op 28 oktober 2023 heeft in het Van Dieren Ontdekpark, onderdeel van scholengroep Aeres (www.aeres.nl) de jaarlijkse pleeeggrootouder-en-kleinkind-dag plaatsgevonden. Deze dag is mogelijk gemaakt met medewerking van de Rading, Jeugd & Opvoedhulp, Youké Pleegzorg en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dit is het verslag van deze dag.
10.00 – 10.30 Ontvangst met koffie en thee.
10.30 – 10.45 Welkom en introductie SBPN en Van Dieren Ontdekpark
10.45 – 11.00 Manager de Rading Nicolien van der Berg
11.00 – 11.20 Presentatie Pleegzorg Nederland, Evelien Priester
11:20 – 11:45 Presentatie LOPOR, Aad Koolaard en Jan Lucke
11.45 – 12.00 Korte introductie van de workshops in het middagprogramma
· Verlies en rouw in de pleegzorg, Carla Kraak
· Adempauze voor pleeggrootouders, Heleen van der Vlugt
· Hechting en trauma, Vivien van der Linden
12.00 – 13.30 Lunch & wandeling door het park
13.30 – 14.20 Ronde 1 van de workshops
14.30 – 15.20 Ronde 2 van de workshops
15.30 – 16.00 Afsluiting met een drankje
10:00 – 10:30 Ontvangst
10:30 – 12:15 Kinderprogramma
12:15 – 13:30 Lunchpauze samen met de pleeggrootouders
13:30 – 15:30 Kinderprogramma
15:30 – 16:00 Gezamenlijke afsluiting met een drankje
De studenten van de mbo-opleiding Dierverzorger bij het Van Dieren Ontdekpark hebben vier activiteiten ontwikkeld voor de kinderen:
1. Speurtocht over het terrein waarbij met hints de volgende afdeling moet worden gezocht.
2. Reptielenexperience in ons reptielenlokaal
3. Konijn/knaagdierexperience bij de knaagdieren en konijnen
4. Een escaperoom in de hoefdierenstal
De kinderen zijn verdeeld in 4 groepen op basis van hun leeftijd. Iedere groep heeft deelgenomen aan 2 van bovenstaande activiteiten.
De pleeggrootouder-en-kleinkind-dag wordt georganiseerd door de Stichting Belangenbehartiging Pleeggrootouders Nederland (SBPN). Deze stichting bestaat al vele jaren en heeft twee hoofddoelen:
· Zorgen voor optimale pleegzorg voor kleinkinderen door de belangen van hun opa’s en oma’s te behartigen zodat zij de beste ondersteuning kunnen geven.
· Met raad-en-daad de pleeggrootouders bijstaan, vooral op die gebieden waar de kennis van pleegzorgorganisaties beperkt is. Denk aan zaken op het gebied van fiscale regelingen, gezagskwesties en vooral de spagaat waar pleeggrootouders in terecht kunnen komen omdat zij zowel rekening willen en moeten houden met de eigen kinderen als met de kleinkinderen.
De SBPN is een kleine stichting, wordt volledig gerund door (voormalig) ervaringsdeskundigen en pleegzorgprofessionals die het bestuurswerk in eigen tijd en op eigen kosten uitvoeren en is afhankelijk van sponsorinkomsten voor het kunnen organiseren van de pleeggrootouder-en-kleinkind-dagen.
Van Dieren Ontdekpark werkt aan 25 thema’s waarin we je mee nemen in de wereld van dieren. Vraagstukken over dieren zoals; is het een goede ontwikkeling dat de wolf terug is in Nederland of niet? Samen gaan we met onze bezoekers het dialoog aan. We richten ons op gezelschapsdieren, productiedieren en wilde dieren.
We brengen onze bezoekers doormiddel van onze arrangementen in contact met het Ontdekpark (onze campus met meer dan 2000 dieren) en betrekken onze MBO studenten hierbij, zodat zij later in het werkveld gebruik kunnen maken van hun hospitality vaardigheden.
De studenten van het Aeres MBO Barneveld hebben een belangrijke rol in het Van Dieren ontdekpark. Zij begeleiden jou tijdens je ontdekkingstocht waarbij je door de ogen van dieren hun leefwereld leert ontdekken. Hierdoor ontwikkelen ze hun persoonlijke-, sociale- en communicatie vaardigheden waar het werkveld meer en meer om vraagt. De grote winst is het welzijn Van Dieren.
Nicolien van de Berg, bestuurder van “de Rading, met een hartverwarmend openingswoord. Omdat zij zelf een pleegouder ‘op leeftijd’ is, is was zij goed op de hoogte van de zorgen die pleeggrootouders hebben Ook zij herkende volledig dat een kind dat uit huis geplaatst wordt, bij voorkeur binnen het eigen netwerk geplaatst moet worden. De helft van de netwerkplaatsingen bestaat uit plaatsing bij grootouders. Dit is een grote winst voor de pleegzorg maar het roept ook vragen op bij grootouders. Zoals “wat als we door gezondheidsproblemen onze taak niet kunnen afmaken”.
Tijdens de workshops in de middag was er voldoende aandacht om dit onderwerp met lotgenoten verder te bespreken.
Evelien Priester gaf een presentatie over de rol van Pleegzorg Nederland en wat deze organisatie kan betekenen voor publiciteit voor pleeggrootouders.
Volgens Evelien is het van belang dat pleeggrootouders in de vorm van de SBPN meer bekendheid moeten zien te bereiken bij hun achterban.
Voor pleeg(groot)ouders is een handig platform beschikbaar: www.pleegzorg.nl
Aad Koolaard en Jan Lucke verzorgden een presentatie namens de LOPOR. Beiden zijn pleeggrootouders en geven aan dat het wenselijk zou zijn dat we een samenwerkingsverband aangaan met de SBPN. Er zijn veel raakvlakken en wellicht kunnen we elkaar versterken.
4.1 Workshop Verlies & Rouw
Carla Kraak | KOOS Utrecht Specialistische Jeugdhulp | Carla.kraak@koosutrecht.nl
KOOS = Netwerkorganisatie voor specialistische jeugdzorg | https://www.koosutrecht.nl/
Carla heeft veel ervaring bij pleeggrootouders. Vanuit eigen ervaring heeft zij gemerkt dat er weinig aandacht is voor Verlies & rouw. De pleegzorgbegeleiding is vooral gericht op de praktische zaken zoals bezoekregeling e.d.
"Ik ben een open en spontane trainer die veel ervaring heeft in het begeleiden van pleegouders. Ik vind het belangrijk om pleegouders meer handvaten te kunnen bieden bij het opvoeden van hun pleegkind. Ik hou van wandelen, lezen en kamperen en ben moeder van drie volwassen kinderen die allen niet meer thuis wonen."
Bij verlies en rouw denkt men al snel aan de dood. Echter dit kan ook op een heel andere manier uitgelegd worden. Een pleeggrootouder die gaat zorgen voor het kleinkind krijgt met groot verlies te maken. Je eigen kind kan niet voor zijn/haar kind zorgen. Als pleeggrootouder moet je dus keuzes gaan maken. Welk belang komt voorop. Het belang van je kleinkind, het belang van je eigen kind of het belang van jezelf. Hier begint het verlies en start de rouw.
Praktijkvoorbeeld 1:
· Moeder zet twee kinderen op straat en zegt: "Ga maar naar opa en oma, ik wil niet meer voor jullie zorgen"
· Plotsklaps het hele leven van de grootouders op zijn kop. De praktische zaken hebben voorrang: regelen van slaapplaatsen, kleren, de dagelijkse ritten naar school enzovoort. Pleegzorg regelen komt pas veel later aan de orde; inclusief de bijbehorende (financiële) ondersteuning.
Je maakt de keuze om voor je kleinkind te kiezen maar daar komen veel veranderingen op je pad. Familie en vrienden hebben geen of weinig begrip voor je keuze. Zij zitten ook in een andere levensfase en zitten niet te wachten om weer terug in de tijd te moeten. Jij hebt deze keuze wel gemaakt dus haken zij af. Een groot verlies voor jou want je sociale contacten vervagen. Soms kom je zelfs alleen te staan.
Praktijkvoorbeeld 2:
· Zoon neemt afscheid van vrouw, vrouw kan/wil niet voor eigen kinderen zorgen.
· Zoon wil niet voor eigen kinderen zorgen, maar woont inmiddels wel samen met een andere vrouw die twee kinderen heeft en zorgt daar wel voor.
DE BUITENWERELD SNAPT HIER NIETS VAN!
Alles veranderd door deze keuze. Je opties, je baan, je relaties. Je verlies de regie in je leven die je dacht goed in handen te hebben. Omdat je voor je kleinkind gaat zorgen krijg je een andere relatie met je eigen kind. Ook dit is een afscheid dus een vorm van verlies.
En dan moet je ook nog dealen met het verlies dat je kleinkind doormaakt omdat deze niet meer bij zijn/haar ouders kan wonen. Dit alles is vergelijkbaar met een periode van rouw. Rouwverwerking gebeurd ook in periodes en deze periodes zijn vergelijkbaar met wat pleeggrootouders doormaken als zij de keuze maken om voor hun kleinkind te gaan zorgen.
Vanuit de pleegzorg organisaties is het dus erg belangrijk om hier oog voor te hebben. Soms is het noodzakelijk om hier meer tijd voor nemen. Het is nogal snel vergeten omdat grootouders vanuit gevoel en plichtsbesef reageren. Er zijn ook pleegzorg organisaties die dit weliswaar hebben ingebouwd in hun programma maar er toch niet de tijd voor nemen. Misschien is het raadzaam en mogelijk om therapeuten op dit gebied in te vliegen als pleezorgwerker niet kan voldoen.
Pleeggrootouders hebben in dit gehele proces een aantal taken te vervullen. Aanvaarden, pijn voelen, aanpassen en een plek geven. Zolang er beweging en emoties blijven zitten is het oké. Zie het als een driehoek. Impact, coping, support. Zorg er wel voor dat deze driehoek altijd zo groot mogelijk blijft.
Leven is verlies ervaren en rouw is overleven en leren ermee om te gaan. Verlies in de pleegzorg kent veel facetten maar doe het niet alleen is het advies van Carla. Zij is getraind in deze casus.
Persoonlijke noot van een deelnemer: “Ik ben als pleeggrootouder van mening dat dit soort workshops niet een keer per jaar op de pleeggrootouder/ kleinkind dag gegeven moet worden maar ook bijvoorbeeld op de koffieochtenden die zoals in Tilburg. Daar is een groep pleeggrootouders die 6 of 7 keer per jaar samen koffie drinken om ervaringen te delen.”
Op basis van het rouwtakenmodel
· Verlies aanvaarden; specifiek voor pleeggrootouders:
o Van grootouder weer opvoeder worden in een andere tijdsgeest
o Pleeggrootouder zijn en tegelijk ‘gewone’ grootouder zijn van andere kleinkinderen
o Verandering van de band met de eigen kinderen
o Vrienden en kennissen die in een andere levensfase en waarmee contact moeizamer wordt of verdwijnt
· Pijn doorvoelen
· Aanpassen aan een ander leven
· Verlies een plek geven
Tips om meer informatie te vinden:
· Boek van Manu Keirse, "Leven is verlies ervaren, overleden is leren om ermee om te gaan"
· Video’s: manu kierse omgaan met mensen met rouw - Zoeken Video's (bing.com)
Heleen van der Vlugt | Bemiddelingsmedewerker, gedragswetenschapper en mindfulnesstrainer bij De Rading
Heleen kan goed afstemmen, intunen en zorgen voor een fijne sfeer waarin pleegouders zich op hun gemak weten en veilig voelen. Daarnaast zorgt zij goed voor de inwendige mens. Ze heeft twee kinderen en weet hoe ‘stressvol’ het kan zijn om werk en privéleven met elkaar te combineren.
Heleen is opgeleid als orthopedagoog en mindfulnesstrainer (mindful parenting, ACT, compassie). Heleen heeft 20 jaar ervaring in de crisisopvang en bemiddelingswerk.
In deze workshop kwamen de volgende onderwerpen aan bod:
· Introductie door Heleen.
· Stille zorgen beschreven door Eline Engelhart.
· Oefening “De reis door je lichaam”.
· Oefening “Eigenlijk” d.m.v. een enquêteformulier.
Na de introductie werden de zes stille zorgen benoemd en besproken.
1. Slaaptekort.
2. Speelbal agenda.
3. Voogd.
4. Afwijzing.
5. Conflicten binnen het gezin.
6. Schuldig voelen.
Algemene inleiding op de 6 stille zorgen
Pleegouder zijn is niet supergewoon. Pleegzorg is niet supergewoon. Het is vaak superhard werken om een kind een beetje een ‘gewone’ opgroei te bieden. Pleegouders worden vaak bejubeld door hun omgeving, maar soms ook terechtgewezen door hulpverleners of verguist door de ouders van de uithuisgeplaatste kinderen.
Veel pleegouders maken zich in stilte zorgen. Ze worden ongevraagd op een voetstuk of juist in het beklaagdenbankje geplaatst. Het is lastig om daar mee om te gaan. De meeste pleegouders kozen voor het pleegouderschap omdat ze een bijdrage willen leveren aan het levensgeluk van een kind dat in nood verkeert. De extreme loftuitingen, maar ook de harde verwijten maken het voor hen erg ingewikkeld om te delen wat hen echt bezighoudt.
Stille zorg 1: Slaaptekort
Het eerste punt lijkt een inkopper. Het pleegouderschap lijkt namelijk in veel opzichten (ook) op ‘gewoon’ ouderschap met herkenbare ongemakken zoals te weinig slaap. Maar daar waar reguliere ouders dit slaapgebrek meestal alleen ervaren in de eerste maanden na de geboorte, of kortstondig als een kind ziek is, voeden veel pleegouders ernstig getraumatiseerde kinderen op, die onafhankelijk van hun leeftijd, te kampen hebben met nachtmerries, angst om te gaan slapen en slapeloosheid. Deze angst- en verwerkingsreacties kunnen jarenlang aanhouden.
Het is voor pleegouders vaak een lange zoektocht naar manieren om het kind te helpen zijn ervaringen te verwerken. Lang niet elke begeleider weet wat trauma met een kind doet of hoe je daarmee om kunt gaan. Naast dat dit bij de pleegouders leidt tot veel gepieker en slapeloze nachten, durven veel pleegkinderen, zeker als zij net in het pleeggezin zijn gaan wonen, er niet op te vertrouwen dat de pleegouder hen zal beschermen en troosten. Geduld en een rustige houding zijn van groot belang.
Ga daar maar eens aanstaan als je geen nacht kunt doorslapen. Niets menselijks is een pleegouder vreemd, maar een snauw of mopper heeft meer en langer impact op een kind dat zich al niet veilig voelt. Met als gevolg nog meer nachtelijke onrust.
Stille zorg 2: Speelbal van agendamakers
Van pleegouders wordt verwacht dat zij met veel partijen afstemmen en samenwerken. Uiteraard met de ouders van de kinderen die bij hen geplaatst worden, en doorgaans ook met opa’s en oma’s, brusjes en andere familieleden van het kind. En met (vaak veranderende) partijen die het kind en de pleeggezinsomstandigheden onderzoeken en monitoren, zoals de (gezins)voogdijwerkers, therapeuten, Raadsonderzoekers. En natuurlijk, net zoals bij ‘gewone’ ouders ook de oppas, de juf, sportcoach, huisarts en orthodontist.
Ondanks dat pleegouders juridisch nauwelijks een positie hebben en naast alle pleegzorgverplichtingen ook een echt leven hebben met werk, opvoeding, familie en vrienden, wordt er vaak erg makkelijk een beroep op hun flexibiliteit gedaan. Terwijl zij zich, -‘in het belang van hun pleegkind’- gedwongen voelen te richten naar de vele agenda’s van de betrokkenen, worden gemaakte afspraken vaak alsnog op het laatste moment afgebeld of zonder bericht niet nagekomen. Gevolg: frustratie en steeds minder animo om anderen toe te laten in hun gezin. Met name wanneer ze zien hoeveel verdriet hun pleegkind heeft van bezoekjes van de ouders die onverhoopt niet doorgaan omdat het niet goed gaat met de ouder, of omdat er geen begeleiding voorhanden is. Pleegouders willen hun pleegkind beschermen tegen nog meer teleurstelling, maar hebben het gevoel dat daar geen rekening mee wordt gehouden.
Stille zorg 3: Verwikkeld raken in conflicten met gemeenten of zorgverleners
De meeste pleegouders starten hun pleegouderloopbaan uit de overtuiging dat zij een positieve bijdrage willen leveren aan een kind dat dat nodig heeft. Eenvoudig en betrokken. Als zij eenmaal in de wereld van pleegzorg meedraaien ontdekken ze dat die gedachten erg naïef waren. Er komt zoveel meer bij kijken: want pleegzorg kost ook geld en gemeenten en zorgaanbieders bewaken de schatkist. Zij beoordelen wat goed is voor een kind en wat dat mag kosten. Ze bepalen welke vorm van zorg nodig is, welke kosten daarvan wel of niet vergoed worden en wie dat gaat leveren. En als je als pleegouder daar een andere mening over hebt, zijn er nauwelijks mogelijkheden om je stem te doen gelden en op te kunnen komen voor je pleegkind.
Omdat een afwijkende mening hebben vaak synoniem is aan ‘niet meewerken’, voelen veel pleegouders de druk om toe te geven. Ze zijn bang dat anders hun pleegkind wordt doorgeplaatst. Met alle gevolgen van dien.
Stille zorg 4: Afwijzing
Voor ouders van een kind dat uit huis geplaatst wordt, is het vaak ondraaglijk dat hun kind in een ander gezin gaat wonen. Gedurende dit proces van rouw, weerstand en verzet tegen de veranderde situatie komt het niet zelden voor dat pleegouders de zwarte piet krijgen toegeschoven. Zij zorgen nu voor het kind en zijn daarmee schuldig aan de pijn die de ouders voelen. Dit roept bij pleegouders een sterk gevoel van afwijzing en de bijbehorende spanningen op.
Tel daarbij op dat ook een flinke groep uithuisgeplaatste kinderen vanuit hun loyaliteit naar hun ouders, de pleegouders niet zondermeer accepteren als nieuwe opvoeders of de hele angstige pleegkinderen die hun pleegouders niet durven toelaten uit angst opnieuw gekwetst te worden. Uit complete onmacht zetten zij hun klauwtjes uit en doen rake uithalen naar hun pleegouders.
Probeer al die afwijzende acties maar eens te (blijven) zien als onmacht in plaats van afwijzing van jouw persoon.
Stille zorg 5: (Loyaliteits)conflicten binnen het pleeggezin
De extra aandacht die een pleegkind en alle betrokkenen om hem heen vragen, kan leiden tot conflicten binnen het pleeggezin. Niet zelden ontstaan irritaties en conflicten tussen de pleegouders onderling vanwege de pleegzorgplaatsing. Hoe blijf je tijd voor jezelf en je relatie maken terwijl de pittige opvoeduitdagingen, slapeloze nachten, overvolle agenda’s, pijnlijke kwetsuren en frustraties over elkaar heen rollen. En hoe bespreek je de echtelijke perikelen met de pleegzorgbegeleider, die medeverantwoordelijk is voor besluiten over waar het kind opgroeit?
We weten allemaal dat het voor alle kinderen van groot belang is dat hun opvoeders (voor pleegkinderen zijn dat er al meer dan twee!) op één lijn zitten rondom de opvoeding. Dat vergt al heel wat overleg en afstemming voor ouders die alleen hun eigen kinderen opvoeden, maar is een niveau hoger als er ook kinderen in huis komen die een hele andere opvoeding hebben gehad en vaak ook met beschadigende ervaringen te kampen hebben gehad.
Hoe verdeel je je aandacht als een pleegkind meer aandacht nodig heeft? Hoe ga je er mee om als je kind lijdt onder bepaald gedrag van je pleegkind? Allemaal dilemma’s waar pleegouders een antwoord op moeten zien te vinden.
Stille zorg 6: Schuldig voelen
Pleegouders geven heel veel van zichzelf. Ze stellen huis, hart en gezin open voor kinderen (en hun ouders) die het moeilijk hebben. Heel vaak gaan zij over hun eigen grenzen in hun gedrevenheid om het leven van een ander makkelijker te maken. Als het dan op een gegeven moment écht niet meer gaat en het pleeggezin door uitputting de plaatsing moet afbreken, dringt een allesvernietigend schuldgevoel zich op. Schuld omdat ze het kind laten gaan, terwijl het hen nodig heeft. Schuld dat zij hun doel niet hebben kunnen waarmaken en daarin anderen (en zichzelf) teleurstellen. Schuld omdat zij door ziekte of ernstige gebeurtenissen kwetsbaar zijn en even niet meer zo stevig in hun schoenen staan. Ondanks dat we allemaal weten dat perfectie niet haalbaar is, is dit schuldgevoel een enorm kruis om te dragen en jezelf vervolgens weer bij elkaar te kunnen rapen om toch weer opnieuw jezelf open te stellen voor een nieuwe plaatsing.
Afsluiting
Het is belangrijk dat we als maatschappij erkennen dat het pleegouderschap veel vraagt van opvoeders. Stel je voor dat pleegouders zich gesteund en gedragen voelen door de mensen om hen heen en waarmee ze samenwerken? Stel dat zij zich kwetsbaar durven gaan opstellen naar jou, zonder meteen de hemel ingeprezen te worden (met het risico er heel hard uit te vallen als ze je vertellen hoe zwaar ze het soms vinden). Stel dat jij daar een positieve bijdrage aan zou kunnen leveren? We kunnen niet allemaal pleegouder worden, maar we kunnen degene die dat wel doen, zo steunen, dat ze hun inzet vol kunnen blijven houden.
In deze workshop ging het om mindfulness waarin Heleen samen met de pleeg grootouders een 15 minuten gedurende sessie mindfulness aanging. Iedere deelnemer moest zijn ogen sluiten en vanuit deze sessie begon de reis vanuit de linkervoet naar het linker bovenbeen via de buik naar de linker borst en de nek en hoofd vervolgens naar de nek naar rechterschouder naar de buik naar het rechter bovenbeen naar de rechtervoet waarbij werd gelet op het ademhalen en uitademen. Het gevoel wat uit deze oefening voortkwam was een moment van rust. Hierna werd door Heleen gevraagd welk gevoel bij de deelnemers was ontstaan.
De oefening is uitgevoerd obv een enquêteformulier uitgereikt met JA/NEE vragen die alle deelnemers moesten uitwerken waarna dit formulier ook werd besproken.
Viviën Verlinden | Orthopedagoog / gedragswetenschapper bij Youké.
“Ik ondersteun het team pleegzorg in Gooi en Vechtstreek. Ik houd me veelal bezig met thema’s die komen kijken bij het pleegouderschap. Denk hierbij aan trauma, hechtingsproblematiek, gedeeld ouderschap, werving, selectie en matching van nieuwe pleeggezinnen en pleegkinderen en perspectiefonderzoeken.”
Viviën wordt bij de uitvoering van de workshop ondersteunt door twee collega’s van Youké, Harmien de Wit, pleegzorgbegeleider en Katja.
Introductie van de workshop
· Veel pleegkinderen hebben te maken met hechtingsproblematiek en / of trauma. Dit vraag iets extra’s in de opvoeding van pleegkinderen.
· Wanneer het je lukt als pleegouders om hier bij stil te staan én daarnaast ook durft te kijken naar je eigen hechtingspatronen, triggers en mogelijke trauma’s, dan helpt dit in de opvoeding van je pleegkind(eren).
Doelen
· Overbrengen van basiskennis over de thema’s hechting en trauma.
· Stimuleren van bewustwording van de invloed die eigen gedrag en houding hebben op je pleegkind.
Uit de praktijk
Praktijkvoorbeeld 1: Een pleeggrootmoeder heeft vier jaar lang twee kleinkinderen in huis gehad. Daarna is door de rechter bepaald dat de kleinkinderen terug naar de moeder met Borderline moesten. Dezelfde moeder die destijds letterlijk haar kinderen 'aan de weg heeft gezet' en is weggefietst. Gelukkig heeft het oudste kleinkind ondersteuning gekregen bij traumaverwerking, met positief resultaat.
Praktijkvoorbeeld 2: Een bestandspleegouder was ‘gewoon’ pleegmoeder totdat het oudste pleegkind (16) zwanger werd. Bedoeling was dat de pleegdochter zou gaan proberen om met haar vriend vorm te geven aan het ouderschap, mét ondersteuning door de pleegouders. Helaas is haar vriend na paar weken vertrokken. Pleegdochter kon in haar eentje niet goed voor kind zorgen, dus als vanzelfsprekend sprongen de pleeg-ouders bij. Het kind is inmiddels tien jaar en woont nu deels bij moeder en haar nieuwe vriend en deels bij de pleegouders. Mét goede onderlinge relaties.
Begrippen
Trauma: in de psychiatrie en psychologie wordt de term trauma gebruikt wanneer iemand na een schokkende gebeurtenis blijft steken in gevoelens van angst, woede of eenzaamheid. De gebeurtenis is in dat geval zo ongewoon, pijnlijk, schokkend of extreem dat het niet lukt om ermee om te gaan.
Van <https://www.umcutrecht.nl/nl/ziekte/trauma
Onderscheid naar eenmalig en chronisch trauma. Bij pleeg(klein)kinderen is regelmatig sprake van name chronisch als gevolg van hechtingsproblematiek.
Voorbeelden:
· Kinderen die heel erg schrikken omdat ze thuis extreem gestraft werden bij 'fout' gedrag
· Liegen als vorm van ontwijkend gedrag
Herkennen van trauma
Achtergrondinformatie over het herkennen van de ‘onzichtbare koffer’ die ieder mens met zich meedraagt: https://www.ilseschrijft.nl/leren-kijken-door-een-traumabril/
In de workshop wordt aan de opbouw van trauma uitgelegd obv een voorbeeld:
· Mens wandelt op pad, ziet (gevaarlijke) slang op het pad en schrikt daar hevig van
· Even verderop op het pad een tak op pad met een vorm die doet denken aan een slang. Omdat mensen leren door ervaringen, gaan álle alarmbellen rinkelen.
· Deze vorm van leren van ervaringen, wordt gevormd vanaf circa 5 maanden in de baarmoeder
Wat als er trauma optreedt
Als de alarmbellen afgaan, dan slaat alles dicht! De traumatische ervaring wordt niet als geheel opgeslagen, maar als puzzelstukjes. Brein slaat meer negatieve dan positieve ervaringen op. Normen en waarden, goed en fout, alles vervaagt of is niet meer beschikbaar.
Omgaan met trauma
De workshopleiders leggen op bass van het window of tolerance uit hoe je als pleeggrootouder met trauma bij je pleegkleinkind kunt omgaan.
Zie voor meer informatie https://www.psychologievandaag.nl/zelf-doen/de-kunst-van-het-wachten-en-de-window-of-tolerance/
Tips en leerpunten
Na 'bevriezen' van een kind, de energie eruit halen door iets actiefs te doen.
Wat kun je als pleeggrootouder bijdragen aan het herstel van de kleinkinderen?
· Positieve ervaringen opdoen
· Veilige situaties creëren
Mogelijke interventies
· Zelf kalm blijven
· Leiding geven en een voorbeeld zijn
· Veilige basis en stabiele relatie bieden
· Positieve ervaringen aanbieden
· Uitleggen van situaties en gevoelens
· Emotioneel en fysiek beschikbaar zijn
· Sensitief reageren op behoeften kind
· Begrenzen
· Voorspelbaarheid bieden
· Controle (terug)geven door keuzes te geven en te vragen: "Hoe gaan we dit doen?"
· Het kind het gevoel geven dat het ergens bij hoort
· Een hoopvol toekomstperspectief bieden
De kinderen zijn verdeeld in 4 groepen op basis van hun leeftijd. Iedere groep heeft deelgenomen aan twee van de vier door studenten (zie bovenstaande foto) ontwikkelde activiteiten:
1. Speurtocht over het terrein waarbij met hints de volgende afdeling moet worden gezocht.
2. Reptielenexperience in ons reptielenlokaal
3. Konijn/knaagdierexperience bij de knaagdieren en konijnen
4. Een escaperoom in de hoefdierenstal
Geen foto’s beschikbaar
1) Voor ons is nog alles nieuw, omdat we pas pleegouders zijn geworden. Alle tips zijn welkom.
2) Is het mogelijk de rechtspositie van de (groot)-pleegouders te verbeteren?
3) De spagaat als moeder van de ouder van het kind en de opvoeder/oma van het kind. De gespleten persoon die je eigenlijk bent. Hoe gaan anderen daar mee om.
4) Zijn er ook co-pleegzorggrootouders en hoe zijn de ervaringen?
5) Komt er nog een oplossing voor het grote personeelsgebrek bij de pleegzorg. Wij hebben nu al 11 maanden geen pleegzorgbegeleidster.
6) Contact met pleeggrootouders-kleinkind korter in de buurt. Kleine groep. Is daar meer behoefte aan en is dit mogelijk? Nu is het maar 1x per jaar, maar bv 4x per jaar
7) Hoe ervaren of hebben pleeggrootouders de screening voorafgaand het besluit ervaren? Wat ging hierin goed en wat is voor verbetering vatbaar?
8) Bij wie of welke instantie kan men terecht voor onkosten die hoger zijn dan de vergoeding die men krijgt bij een loket van pleegzorg.
9) Digitale ontwikkeling mbt pleegzorg en praktische begeleiding?
10) Wat is het “plan van aanpak 2035"?
1. Wie zorgt er voor onze kleinkinderen als we fysiek dan wel mentaal niet meer in staat zijn om hen op te kunnen voeden?
Het is van belang dat pleeg/ jeugd zorgbegeleider bij de screening bespreekt dat een ondersteunend netwerk van belang is om b.v. weekend opvang dan wel vakantie opvang te kunnen bieden. Dit onderwerp blijft een aandachtspunt tijdens evaluaties.
2. Er waren positieve reacties betreffende de begeleiding van jeugd(pleeg) zorgwerkers. Pleeggrootouders voelden zich gehoord en ervaren een open en transparante samenwerking.
Pleeggrootouders ervaren nog wel dat hun ervaring met hun kwetsbare dochter/ zoon niet meegenomen wordt in het behandelplan van hun kleinkinderen. Als ervaringsdeskundigen willen ze mee participeren en hier in graag serieus genomen worden.
3. Als er juridisch wordt besloten dat de kleinkinderen weer bij hun ouders gaan wonen kan dit voor pleeggrootouders moeilijk te accepteren zijn.
Advies voor hulpverlening kan zijn dat pleeggrootouders meegenomen worden in het besluit tot terug plaatsing bij ouders. Pleeggrootouders zijn vaak een vertrouwenspersoon voor hun kleinkinderen en als deze beslissing gezamenlijk genomen wordt is dit beter uit te leggen aan de kleinkinderen.
4. Geef pleeggrootouders dezelfde plichten en rechten als ouders. Dit voorkomt in het dagelijkse leven veel onrust.
Pleeggrootouders realiseren zich dat een goede samenwerking met ouders en familie netwerk noodzakelijk is. Voorkom dat het kind als dossiernummer wordt gezien . Het is maatwerk maar als jeugdzorgwerker is het van belang dat er respect is voor familiebanden en de cultuur van het kind.
Onderstaand een opsomming van vragen en onderwerpen uit voorgaande jaren, die (helaas) nog steeds actueel zijn.
1) Waarom verschil tussen ‘gewone’ pleeggrootouders en pleeggrootouders met voogdij. Dat scheelt in de ondersteuning die beschikbaar is. De volgorde van pleeggrootouder worden en voogdij krijgen maakt daarbij niet uit. Vooral hulp valt weg omdat voogden beschouwd worden als ‘gewone’ ouders en het daarom zelf maar moeten uitzoeken. Overal achteraan moeten bellen om iets gedaan te krijgen.
2) Kan er een richtlijn komen voor de gemeenten hoe zij in bepaalde omstandigheden kunnen / moeten handelen? Dat zou willekeur en ongelijke behandeling kunnen voorkomen.
3) Hoe zit het met internationale verdragen zoals mensenrechten, rechten van het kind e.d. Daarbij is de Nederlandse staat de ondertekende partij, maar de uitvoering ligt bij gemeenten.
4) Zorg moet komen vanuit de gemeente waar de moeder woont. Dit is een administratief gedoe, zeker bij kinderen (vader of moeder) die regelmatig verhuizen of zelfs geen vast verblijfplaats hebben.
5) Waarom heeft jeugdbescherming zoveel macht? Een voogd kan je maken of breken als pleeg(groot)ouder waarbij geen weerwoord mogelijk is.
6) Wanneer is er sprake van een crisis en wie bepaalt dat? Wanneer is de situatie zodanig onveilig dat uithuisplaatsing noodzakelijk is?
7) In de praktijk worden signalen van grootouders laat opgepikt of niet voldoende serieus genomen. Een concrete casus: Kleinkind heeft jaren bij oma gewoond, is terug gegaan naar vader. Maar daar gaat het niet goed, kleinkind wil terug, maar dat lukt niet. Oma heeft geen rechtsbijstandverzekering en ook geen geld om juridische hulp te regelen.
8) Kunnen wij als pleeggrootouders een andere status krijgen waardoor we minder machteloos zijn?
9) Concrete situatie waarbij oma kind meerdere keren heeft moeten ‘ontvoeren’ om het kleinkind te beschermen. Jeugdzorg luistert niet naar de signalen, neemt deze niet serieus.
10) Kleinkind wordt vooral gezien als een ‘dossier’, niet als een kind.
11) Oproep om de stem van het kind meer te horen, ook al op jongere leeftijd.
12) Ervaring is dat zelf de regie in handen nemen werkt, maar dat zou eigenlijk niet nodig moeten zijn. Concreet voorbeeld: relatie opgebouwd met wethouder, nu niet langer gezien als dossier maar als een gezin bestaande uit mensen van vlees-en-bloed.
13) Is het begrip ‘pleeggrootouder’ voldoende bekend bij de professionals in de gemeente? Inclusief de bijzondere kenmerken van deze groep.