Ontwikkelingsmatrix
De ontwikkeling van jeugdspelers is uitgedrukt in competenties die zijn onderverdeeld in fases en levels. Deze competenties bestaan uit technische, tactische, mentale en sociale aspecten. Er worden twee ontwikkelingsmatrixen gehanteerd, waarvan ontwikkelingsmatrix 2 uit twee delen bestaat:
Ontwikkelingsmatrix 1 (baan in de breedte, achterwand is de zijwand of het hek)
voor de jongste jeugd;
bestaat uit 10 fases en 3 levels;
spelers spelen over de breedte van de baan;
wedstrijdbal is de oranje bal;
in wedstrijden is een extra stuit na de wand of het hek toegestaan.
Ontwikkelingsmatrix 2 (volledige baan)
voor spelers die klaar zijn om op de volledige baan te spelen;
bestaat uit 10 fases en 6 levels;
spelers in level 1, 2 en 3 mogen in wedstrijden gebruik maken van een extra stuit na de wand of het hek;
wedstrijdbal is de groene bal;
spelers in levels 4, 5 en 6 hanteren de officiële spelregels, dus een extra stuit is niet meer toegestaan en de gele bal wordt gebruikt.
In de fases worden komen steeds dezelfde thema’s aan de orde, zoals bijvoorbeeld padel voetenwerk of wand & hek. Alle fases dragen bij aan de ontwikkeling van spelers. Ze vormen samen één geheel. Er is wel verschil in directe zichtbaarheid in het spelniveau op de baan. Dit zijn de vijf niveaubepalende fases: