OWna6 Het weer en het klimaat waarnemen, onderzoeken, beschrijven en vergelijken; aantonen hoe leefgewoonten mee bepaald worden door het weer en het klimaat.
De invloed van weersomstandigheden op de omgeving, op mens en dier, planten … ervaren.
Natuurlijke verschijnselen, waaronder weersomstandigheden, die een bepaald seizoen kenmerken waarnemen.
Het weer onderzoeken en beschrijven zoals het zich op een bepaald moment voordoet.
De weerselementen waaronder temperatuur, neerslag, windsnelheid, windrichting en bewolking over een bepaalde periode waarnemen, meten en vergelijken.
België heeft een gematigd zeeklimaat. De gemiddelde temperatuur in België is 11,2 °C, maar er zijn verschillen op te tekenen per regio. Die temperatuur komt, doordat de warme Golfstroom in de Atlantische Oceaan ook de Noordzee verwarmt. Daardoor wordt het in de winter gemiddeld niet kouder dan 5 °C. De laagste temperatuur wordt laat in de winter bereikt, omdat dan het water is afgekoeld. Verder heeft het weer een sterk wisselvallig karakter. Zo is de laagste temperatuur ooit gemeten in België −30,1°C, terwijl de hoogste temperatuur ooit 38,8°C was.
Bij WO leren de kinderen in verschillende leerjaren om het weer te observeren, allen op hun eigen niveau.
De leerlingen leren begrippen gebruiken en herkennen zoals neerslag, windsnelheid, windkracht, bewolking, temperatuur, windrichting, ...
Naarmate de leerlingen ouder worden en hun schoolloopbaan vordert wordt de observatie steeds complexer en grondiger.