Wonen in Nieuw Vinex is daarmee geen utopie en geen dystopie. Het is een variatie op de huidige werkelijkheid waarin de mens niet tegenover de techniek staat, maar erin opgenomen is. Het huis is niet langer een schuilplaats tegen wereldse zaken, maar een knooppunt van de wereld zelf. De vraag die deze omgeving wellicht oproept, is niet of dit goed of slecht is, maar wat het ons zou brengen als wij deze nieuwe vorm van verbondenheid zouden erkennen. Kunnen wij ons vereenzelvigen met het idee dat een machine een vorm van landschap kan zijn? En dat‘thuis zijn’niet per se gebonden is aan natuur, maar aan de ervaring van ritme, continuïteit en samenhang – ook al zijn die constructies van staal? In de voorstelling van Nieuw Vinex schemert het antwoord misschien al zachtjes door: thuis is niet de plek waar je ontsnapt aan de wereld, maar de plek waar je deel wordt van haar voortdurende beweging.