Van 1945 tot 1949 werd het feest bij Hoopman gehouden. Eerst op de deel en later in de schuur.
Het ringrijden vond wegens plaatsgebrek niet plaats bij Hoopman maar op de Spiekermanweg naast Smelt (nu Memelink). Het bestond uit twee delen: “dogcar rieden veur de vrouwluu en op ut losse peerd veur de mansluu”.
Het dogcar rijden werd verzorgd door de heren Smeitink en Peppelman uit Halle. Zij deden dit ook voor andere feesten in de omgeving.
In 1946 moest men reeds f 21,90 betalen aan de gemeente Zelhem voor de feestvergunning. In 1948 was dit al opgelopen naar f 83,-.
Het bestuur kwam tot de ontdekking dat de vermakelijkheidsbelasting in de gemeente Zelhem veel hoger was dan in Wisch. En dus besloot men gebruik te maken van het feit dat de Meuhoek in beide gemeenten ligt.
De familie Ooijman (Vlaswinkel) stelde haar weide tegenover de Marsse beschikbaar en in 1949 werd het feest in de gemeente Wisch gehouden. Kosten: vijftig cent!
Helaas zijn er van het feest bij Hoopman en ook van het feest in de tent geen foto's. Alleen op deze foto van het gekostumeerd voetbal zien we de tent op de achtergrond.
Voor een indruk van het tentfeest heb ik in 1995 onderstaand stukje geschreven voor het jubileumboek.
Hoe ging dat daar in de weide van Ooijman? Laten we eens gaan kijken door de ogen van een klein (school)jongetje, zo eind jaren vijftig: De vrijdagochtend was op zich al een feest. Vanmiddag vrij, iedereen moest naar school, alleen wij, de kinderen uit de Meu hadden vrij. Meester Rijnsent vertelde het in de klas: in de Meuhoek is feest.
Gauw eten en dan naar het feestterrein. Een dikke rij elzen vormde de scheiding tussen de klinkerweg naar Varsseveld en de weide. Recht tegenover de Marsse was het hek. De elzen waren de parkeerplaats. Allemaal fietsen, want auto’s waren er nog maar weinig.
Een eindje verder in de wei, evenwijdig met de weg, stond de tent. Daarachter was het feest. In de dagen voor het feest werd de tent opgebouwd. Een grote vrachtwagen kwam de spullen brengen.
Aan de voorkant (aan de Varsseveldse kant) van de tent werd het “toneel” gebouwd. Een paar landbouwwagens uit de buurt die met de nodige moeite op gelijke hoogte werden gebracht. Oude gordijnen en ander bruikbaar materiaal vormden de scheiding tussen “het podium” en de “kleedruimten”. Als je er nu over nadenkt was het maar een primitief gedoe maar wat vonden we het toen geweldig.
Helemaal in de hoek stond de “tap” van Derk Nijhof uit Halle. Vooraan op de tafel stond een blauwe emaille ketel, een soort “weckskettel” met onderaan een koperen kraantje. Boordevol met oranjekleurige ranja.
Op de zaterdag na het feest gingen we natuurlijk kijken bij het opruimen en als je dan geluk had was er nog ranja over en werd het verdeeld onder ons, kinderen, zomaar zonder bon!
Achterin de tent, zeg maar aan de kant van de Plark, was de ingang. Als je daar naar binnen ging kwam je eerst links bij de jukebox van Sloots uit Varsseveld. Een wonder van techniek. Voor een stuiver kon je een plaat uitkiezen. Ook toen waren er al ”hits” die de hele dag werden gedraaid. Een plaat die ik me nog steeds kan herinneren was: “O Donna Clara....”
Voor of opzij van de tent, afhankelijk van de windrichting stond de snoepkraam van Johan Teerink (de Spar) uit Heelweg en de viskraam van Lammert Sloots uit Varsseveld.
In het begin was er alleen nog maar vis te koop. Toen kwam er knakworst en nog weer later patat.
Advertenties uit 1946, toen een deel van de levensmiddelen nog op de bon waren.
Een tijdlang begon het feest met een dropping op donderdagavond. Toen ik al wat groter was ging ik met opa wel eens kijken naar het vertrek. Meedoen was er natuurlijk nog niet bij. Wat leek dat spannend en ook griezelig als de “kleppe” van de veewagen dicht ging en de vrachtauto in het donker verdween.
Later werd de dropping niet meer gecombineerd met het buurtfeest, maar op een willekeurige avond, veelal in de herfst gehouden.
Heel lang was ringrijden een populair onderdeel van het feest. In het begin met het losse paard en met een sjeesje voor de dames. Niet altijd zo eenvoudig. Gelukkig kocht Jan Schuurman (de Lindeboom) al vroeg een Allis Chalmers tractor. En daardoor werd het veel eenvoudiger. Een bak achter de tractor en het kon gebeuren.
Evenwijdig aan de heg langs de Kastert was het ringrijden. In de bak achter op de oranje Allis Chalmers van Jan Schuurman (de Lindeboom). Aan het eind van de baan ging het met een bocht om een hoop stenen weer terug. De kinderen mochten daar niet in de buurt komen want onder die stenen zat het restant van de "alekelder" van de "Varsseveldse Kastert". Deze boerderij was in de oorlog door brand verwoest.
Begin jaren vijftig. Ringrijden in de weide van Ooijman. Jan Schuurman met in de bak zijn buurvrouw Bertha Wisselink. Het jongetje is haar zoontje Bert. (Coll. fam. Wisselink)
Ringrijden en de zweefmolen in de jaren negentig, beide een vast onderdeel van het feest in de Meu.
Schieten was en is ook een populair feestonderdeel. Vogelschieten duurde soms heel lang en daarom werd er 's morgens al begonnen.
Op een een officiele opening, om 1 uur, konnen de schutters niet wachten. Uit het programma van 1956.
Het feest wordt stilgelegd, iedereen komt kijken als de vogel lijkt te gaan vallen.
Op 29 augustus 2015, op het laatste buurtfeest bij Jolink streden alle eerdere schutterskoningen om de titel: Keizer van de Meu.
De Keizer werd Erick Rutgers.
Een traditie die niet zo heel lang stand heeft gehouden. Dat allemaal organiseren tussen het dagfeest en het avondfeest bleek toch wel erg bewerkelijk......
Het feest speelde zich altijd af achter het huis bij Jolink.
Omdat er geen doorgaande weg is, zullen zelfs veel Meuhoekers de voorkant van het huis niet kennen.