Inleiding Vernissage “Vloeibare liefde” in Bouchée d’art in Oostende en bij Pim De Rudder in Assenede
Antoon Van den Braembussche - kunstfilosoof
Marieke Janssen maakt werk dat onmiddellijk aanspreekt, toeschouwers vaak onmiddellijk ontroert of begeestert. Haar werken lijken tiidloos. Op het eerste zicht zijn ze eenvoudig, soms bijna kinderlijk en naïef, maar tegelijk excentriek, een tikkeltje vervreemd, een beetje bizar, en altijd ook peilloos en diep.
Haar werken spreken, zoals gezegd, toeschouwers meestal direct aan. Dit komt omdat Marieke werkt vanuit een innerlijke noodzaak, zij tekent en schildert zonder nadenken, zij werkt spontaan, niet bevangen door academische regels, niet bang om fouten te maken of de controle te verliezen. Haar werk is autodidactisch, al doende aangeleerd, steeds opnieuw uit op zelfontdekking, waardoor de werken heel fris ogen. Zij belichaamt als geen ander de “kunst van imperfectie”, wabi sabi, zoals de Japanners het noemen.
Maar er is meer. Marieke heeft, hoewel ze informeel werkt en met vrije penseelvoering, een eigen, meteen herkenbare stijl ontwikkeld. Herkenbaar is het eigen, vaak pastelkleurig coloriet, de geheel eigen sensibiliteit, waarin intieme stemmingen en existentiële gevoelens de boventoon voeren. In haar werk zit veel tederheid, genegenheid, intimiteit, menselijke aanwezigheid. Het menselijk gelaat is prominent aanwezig. Daarnaast is er in haar werk ook een droomachtig element. Een geheel eigen soort van surrealisme. Maar altijd zijn er de bijna doorschijnende kleuren, die geen sterke contouren hebben, die vloeibaar (vloeibare liefde!) zijn, altijd een lyrische hunkering bevattend naar het oneindige of een knipoog naar het onbevattelijke, het onuitsprekelijke.
Marieke wordt wel eens in verband gebracht met de nieuwe figuratie., soms met het neo-expressionisme, soms met art brut, enzovoort. Gelukkig is haar werk niet zo gemakkelijk in een stroming onder te brengen. Dit bewijst hoe origineel haar werk is. Er zijn wel affiniteiten met de beklijvende portretten van de Amerikaanse schilderes Alice Neel (1900-1984), die al in het begin van de vorige eeuw geheel eigen figuratief werk maakte en die tot haar 74 jaar moest wachten op erkenning, Maar het werk van Alice Neel is rauwer, meer confronterend dan de schilderijen van Marieke.
Als ik dan toch zelf een paar leuke aanknopingspunten mag aanduiden met een paar grote schilders, dan denk ik in de eerste plaats aan Paul Klee: in de eerste plaats aan “de engelen van Paul Klee”, die hij in zijn laatste levensfase heeft getekend en geschilderd en waaraan ik in mijn boek “Tekens van het onzichtbare” een geheel essay wijdde. Ooit gaf Paul Klee bij een bezoek aan een tentoonstelling van kindertekeningen betekenisvol toe: “Toen ik zo oud was als deze kinderen kon ik tekenen als Rafaël. Het heeft vele jaren geduurd vooraleer ik kon tekenen als deze kinderen”. Deze uitspraak toont aan dat de vaak opvallende, kinderlijke onbevangenheid in het latere werk van Paul Klee, de vrucht was van een lang ontwenningsproces, waarbij hij uiteindelijk ernaar streefde om van nul af aan te beginnen met tekenen en schilderen. Paul Klee is hiermee geëindigd, Marieke daarentegen is hiermee in zekere zin begonnen.
Een tweede grootheid aan wie het werk van Marieke mij doet denken, is Marc Chagall, die overigens ook engelen heeft geschilderd. Het zeer aansprekend coloriet, de vrije, spontane, wonderlijke penseelvoering tonen een zekere verwantschap. Vooral in de grotere werken van Marieke, waarin personages en objecten kriskras door elkaar zijn geschilderd, herinneren aan de werken van Chagall waar een eendere wemeling van personages en details is te zien. Maar meer in het algemeen is het vooral de spontane verwondering en vooral de betovering die ik ook zowel bij Marieke als Chagall aantref.. Of zoals ik ooit eens schreef: “Kunst is de schildwacht van de betovering”. Bestaat er een mooiere definitie voor het werk van Marieke?
26-11-2024
Antoon Van den Braembussche
Kunstfilosoof