Het Italiaanse fascisme en het Duitse nazisme
Na de Eerste Wereldoorlog heerste in de Verenigde Staten een economische heropleving (zie Roaring Twenties). In Europa had de daaropvolgende economische crisis van 1929 grote gevolgen. Daarnaast dreigde in Europa het communistisch gevaar vanuit de Soviët Unie. Deze ontwikkelingen lagen aan de basis van de opkomst van extreem rechts.
Hieronder bekijken we de opkomst van Benito Mussolini en Adolf Hitler in respectievelijk Italië en Duitsland, maar eerst staan we stil bij het fascisme als politieke stroming.
Het fascisme kan volgens Martin Kitchen maar bestaan als de maatschappij aan bepaalde 'voorwaarden' voldoet. In de tekst staan deze uitgebreid uitgeschreven. Lees de tekst aandachtig en vul de cursus aan.
Tip 1: de eerste voorwaarde volgens Kitchen is een kapitalistische maatschappij. Als er geen kapitalistische maatschappij is, kan er moeilijk een fascistische leider aan de macht komen.
Tip 2: per alinea staat er 1 voorwaarde
De historicus Stanley Payne heeft de doelstellingen van het fascisme kort weer. Plaats deze in de cursus. Let erop dat je al de woorden begrijpt. Zoek de definitie op indien nodig!
Payne beschrijft de uiterlijke verschijningsvormen of kenmerken. Lees deze aandachtig en vul aan in je cursus. Zoek woorden die je niet begrijpt op en vul de definitie aan.
Hieronder zie je een paar voorbeelden van deze uiterlijke verschijningsvormen
Een paar begrippen...
Volgende woorden zouden voor jou nu duidelijk moeten zijn:
fascisme
esthetiek
imperialisme
charismatisch
indoctrinatie
corporatisme
mythologie
symboliek
nationalisme
propaganda
autoritair
Extra vrije opdracht: herken je kenmerken van het fascisme in de campagnevideo van Eric Zemmour? Log in in Youtube om het filmpje te kunnen bekijken.
De kenmerken, doelstellingen en ontstaansbodem van het fascisme zoals hierboven beschreven waren zowel in Italië als in Duitsland van toepassing. Toch waren er ook duidelijke verschillen tussen de twee landen en tussen Hitler en Mussolini. In dit onderdeel bekijken we stap voor stap hoe Mussolini van Italië het eerste fascistische land maakte.
Om de opkomst van het fascisme in Italië te begrijpen, moeten we eerst kijken naar de frustraties die leefden onder het Italiaanse volk na de Eerste Wereldoorlog.
Nationale frustratie
Tijdens de Vredesregelingen van Versailles kreeg Italië bepaalde garanties over gebeiden die ze zouden moeten krijgen (o.a. ten nadele van Oostenrijk). De beloftes werden niet nagekomen en dit was voor veel mensen een punt van grote frustratie.
Politieke frustratie
Kort na de Tweede Wereldoorlog kwam in Italië een golf van arbeidersstakingen en fabrieksbezettingen. Deze werden gevoed door de communistische partij. Er heerstte in Italië een gevaar voor het communisme. Deze periode heet de Biennio Rosso en zorgde ook voor de nodige frustratie.
Economische frustratie
Door de mislukte oogsten en de dalende productie kwam al snel een economische crisis kort na de Eerste Wereldoorlog. Deze zorgde voor inflatie (prijsstijgingen). Hierdoor waren arbeiders en boeren extra gefrustreerd. De economische situatie lag aan de basis van de politieke frustratie.
Deze drie punten van frustratie zullen door Benito Mussolini en zijn partij gebruikt worden om aanhang en populariteit te winnen. Wie Mussolini is en hoe hij dit aanpakt zie je in het volgende deel.
Door de onstabiele situatie (zie hierboven) groeide bij veel Italianen een afkeer van de democratie. Al wie hoopte om terug orde te herstellen, kon zich identificeren met de waarden van de fascistische beweging. Hierin zaten mensen van alle sociale groepen (oud-soldaten, studenten, boeren, werklozen, industriëlen,…). Deze groep werd geleid door Benito Mussolini. Hij richtte in maart 1919 de ‘Fasci di Combattimento’ op, een paramilitaire organisatie van knokploegen in uniform. Deze zouden het communistisch gevaar letterlijk de kop indrukken.
Uit deze beweging groeide in 1921 de fascistische partij. Later, in oktober 1922, organiseerde Mussolini met zijn partij de ‘Mars op Rome’. Dit was een poging tot staatsgreep. Mussolini probeerde de macht te grijpen met geweld.
Hij slaagde hierin voornamelijk omdat Victor Emmanuel, de toenmalige koning, bang was van een burgeroorlog. Benito Mussolini kreeg de opdracht om een regering te vormen. Benito Mussolini werd premier en vanaf 1924 startte hij zijn dictatoriaal regime. Enkel de fascistische partij was nog toegelaten. Deze partij had alle macht. Mussolini kreeg daarbij een nieuwe bijnaam: Il Duce (de leider).
In het onderstaande fragment zien we het bestuur van Italië door Mussolini. Bekijk het filmpje en denk na over de volgende vraag:
Welke kenmerken en doelstellingen van het fascisme komen aan bod?
Vul je cursus aan.
De Italianen waren ondergeschikt aan de staat (=kenmerk fascisme). Il Duce was de leider en onfeilbaar. Italië moest terug een grootmacht worden als in de tijd van de Romeinen.
De populariteit van Mussolini nam nog meer toe na het Concordaat of het Verdrag van Lateranen (1929). Waarbij de katholieke kerk de officiële godsdienst werd in Italië. De paus kreeg een onafhankelijke staat: Vaticaanstad.
Voor Mussolini was dit een belangrijke stap. De overgrote meerderheid van Italië was Rooms-katholiek. Mussolini kreeg zo nog meer steun en werd gezien als 'door God gezonden'.
Een paar begrippen...
Volgende woorden zouden voor jou nu duidelijk moeten zijn:
Benito Mussolini
Fasci di Combattimento
dictatoriaal regime
Il Duce
politiestaat
Concordaat van Lateranen
In de link hieronder vind je al de moeilijke woorden die je tot nu toe hebt gehad. Oefen deze in tot je ze kent!
Het meest extreme en bekendste voorbeeld van extreemrechts is het Duiste nationaalsocialisme (afgekort als nazisme). In de opkomst van het nazisme en Hitler zijn duidelijk parallellen te trekken met de opkomst van het fascisme in Italië. Let bij het bestuderen van dit onderdeel expliciet op gelijkenissen en verschillen tussen beide.
Na de Eerste Wereldoorlog werd Keizer Wilhelm II afgezet. Dit markeerde het einde van het Duitse Keizerrijk (1871-1918). Duitsland werd vanaf dan bekend onder de naam Weimarrepubliek (de republiek werd uigeroepen in de stad Weimar). Duitsland werd voor het eerst een republiek met een rijkspresident en een bondskanselier aan het hoofd. Het is in deze context dat het nazisme vorm zal krijgen. Want ook hier, net als in Italië, waren de Duitsers om verschillende redenen bang, gefrustreerd en ontevreden: een wankele republiek.
Nationale frustratie
Het Verdrag van Versailles was voor vele Duitsers een grote vernedering. Naast de hoge herstelbetalingen en demilitarisering, moest Duitsland veel gebieden afstaan aan verschillende buurlanden (zie kaart). Veel Duisters dachten ook dat Duitsland zich niet had moeten overgeven en dat de oorlog nog kon gewonnen worden. Het Diktat van Versailles werd gebruikt door Hitler om aanhang en populariteit te winnen bij de mensen.
Politieke frustratie
Een reeks linkse en rechtse opstanden zorgden voor heel wat instabiliteit. Zowel de communisten als de fascisten waren niet gediend met de democratie zoals die bestond. Beide groepen wilden een revolutie om zo aan de macht te komen. De conservatieven en de elite hoopten het Keizerrijk ooit te herstellen. De bekendste linkse opstand was de Spartacusopstand van 1919. Aan de fascistische kant probeerde Hitler al in 1923 door middel van een staatsgreep aan de macht te komen. Deze mislukte staatsgreepstaat bekend onder de naam Bierkellerputsch.
Economische frustratie
Je ziet het goed! Op de bovenstaande foto spelen de kinderen met bankbiljetten. Tussen 1921 en 1923 kende de Weimarrepubliek een hyperinflatie. Dit is wanneer de prijzen enorm stijgen en de munt steeds minder waard is. Deze economische crisis was het gevolg van de Eerste Wereldoorlog, het Verdrag van Versailles en het slecht economisch en financiëel beleid van de toenmalige regeringen. Hoge werkloosheid was hier een direct gevolg van. De gewone man geraakte nu ook gefrustreerd om de situatie waarin Duitsland zich bevond.
In dit filmpje komt een korte samenvatting van de situatie in Duitsland in de periode tussen 1918 en de opkomst van Hitler. Elementen die niet aan bod kwamen in de les of hierboven zijn uiteraard geen leerstof.
Klik op de link, bekijk het filmpje en vul de blaadjes aan!
Na het bekijken van de documentaire, zou je deze cartoon in eigen woorden moeten kunnen verklaren. Schrijf de boodschap van de cartoonist op!
Tip: klik op de foto voor meer informatie
Extra: deze slideshow vat alles nog eens mooi samen!
Politiek
Doelstellingen NSDAP:
Vorming van een groot-Duitsland
Afschaffing Verdrag van Versailles
Burgerrechten enkel voor ‘zuivere’ Duitsers
Tegen parlementair systeem
Controle over de economie (zie corporatisme)
Nationaal leger
Bestrijden van de ‘joods-materialistische’ geest
Actie, geweld en intimidatie
Ook bekend onder de naam zwarthemden. Aanvankelijk was dit de persoonlijke lijfwacht van Hitler. Later groeide dit uit tot een elite-eenheid. Heinrich Himmler was hiervan de leider.
Ook wel bekend onder de naam bruinhemden. Dit was eerst de paramilitaire vleugel van de Nazipartij. Deze beschermden de partijsamenkomsten en elimineerden tegenstanders, maar heel snel werden ze voorbijgestoken door de SS. De bekendste leider was Ernst Röhm.
Afkorting voor Geheime Staatspolizei. Duitsland werd een politiestaat. Mensen worden vervolgd en op verdenking opgepakt. Deze organisatie werd in 1933 opgericht door Herman Göring.
Indoctrinatie
Brochure om jongeren op te roepen om zich bij de Hitlerjügend aan te sluiten.
Door indoctrinatie probeerden de Nazi-partij en Adolf Hitler al heel vroeg de nazi-ideologie te evrspreiden bij de jeugd. Zowel via onderwijs als via de jeugdbeweging werden hier grote inspanningen geleverd.
Hitlerjugend: dit was de naam van de jeugdbeweging. Er ontstond een Hitler-verheerlijking. Uit deze groep worden later veel soldaten gerekruteerd voor de Tweede Wereldoorlog.
Onderwijs: in scholen werd het verspreiden van nazi-ideologie de norm.
Op deze manier creëerde Hitler haatgevoelens tegenover andersdenkenden en Joden bij de opkomende generatie(s).
De Hitlerjügend
Propaganda en show
Elk politiek optreden was een kans om een show uit te voeren, om een indruk achter te laten bij de aanwezigen. De aanwezigheid van symboliek (hakenkruis en adelaar) is ook opvallend. Elke politieke verschijning van Hitler moest indrukwekkend zijn. De nazipartij had hiervoor een aparte minister: Joseph Goebbels.
Joseph Goebbels was minister van Volksvoorlichting en Propaganda. Hij kon als minister de pers controleren, censureren (nieuwsberichten die niet mogen verschijnen weghalen) en via de media een positief beeld weergeven van de nazi-partij en Adolf Hitler.
Natie bepaald door ras
Heel typerend en kenmerkend voor extreemrechts in Duitsland is het racistisch karakter dat door de nazipartij vorm kreeg. Rasechte Duitsers waren een eeuwig een superieur volk (Arische ras). Ze waren verspreid over grote gebieden en zijn voor altijd verbonden met hun grond (bloed en bodem). Het doel van de NSDAP en Hitler was om het eeuwenoude Germaanse volk terug te verenigen onder 1 vlag. Er moest genoeg ruimte voorzien zijn voor de Duitsers. Wie geen rasechte Duitsers was, had hier geen plaats. De natie en wie erin hoorde, werd bepaald door het rasechte Duitse ras.
'Bloed en bodem' zie uitleg hierboven.
Het Arische ras of het superieure ras wordt hier afgebeeld. Mindervaliden, homoseksuelen, Joden, zigeuners,...hadden hier geen plaats. Pseudowetenschap werd gebruikt om te bewijzen dat de ene ras superieur was aan de andere.
Boycott Joodse winkels (1933)
Rassenwetten van Neurenberg (1935): gebruik van 'wetenschap' (zie video)
Kristallnacht (9-10 november 1938)
Concentratiekampen
Holocaust: uitroeiing van de Joden. Het hoogtepunt hiervan werd bereikt tijdens de Tweede Wereldoorlog.