In dit kaartspel verzamelen de leerlingen katten in allerlei kleuren. Door kaartjes met allelen tot juiste genotypes te combineren kunnen zij de katten van de bijbehorende fenotypes veroveren. Concurrentie ligt op de loer, want ze vissen in dezelfde poel en moeten het doen met de allelen in hun hand. Ze kunnen allelen van elkaar stelen, maar daarvoor moeten ze hun kennis van genetica op de proef stellen met quizvragen.
Met dit spel krijgt de leerling oefening in het vertalen van genotypes naar fenotypes en vice versa. Ook raakt de leerling bekend met bijbehorende concepten zoals recessiviteit, X-chromosomale eigenschappen, codominantie en epistasie.