Status Parlementaire Agendering (Herfst 2026)
De Tweede Kamer (vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport) heeft dit dossier (kenmerk: 2026Z18983 / 2026D47431) formeel toegevoegd aan de officiële Kamerstukken. Het onderzoek en de empirische impactanalyse zijn geagendeerd voor mondelinge behandeling tijdens het commissiedebat Langdurige Zorg / Wmo op woensdag 2 december 2026.
Centraal staan vijf fundamentele kernwaarden
1. Behoud van de fiscale aftrek
Geen belastingheffing over noodzakelijke en niet-vermijdbare zorgkosten. Behoud van fiscale compensatie voor zorgkosten die burgers niet kunnen vermijden en borging van de verantwoordelijkheid van de overheid voor de toegankelijkheid en betaalbaarheid van noodzakelijke zorg.
2. Bescherming van draagkracht
Voorkomen van een acute inkomensval tot 25%. Sanering van de zorgkostenaftrek raakt burgers met noodzakelijke zorgkosten, maar pakt bijzonder zwaar uit voor mensen rond het sociaal minimum. In de onderzochte modelcasus leidt een niet-gecompenseerde zorglast van € 2.400, door cumulatieve fiscale en inkomensafhankelijke stapelingseffecten, tot het verdampen van circa een kwart van het besteedbaar inkomen.
3. Landelijke rechtsgelijkheid en rechtszekerheid: Bescherming van het rechtsgelijkheidsbeginsel door een uniform landelijk kader voor de fiscale behandeling van noodzakelijke zorgkosten. Voorkomen dat decentralisatie leidt tot verschillen in uitvoering, ondersteuning en toegang tot voorzieningen als gevolg van gemeentelijke beleidsruimte, uitvoeringscapaciteit en financiële draagkracht. De rechtspositie en ondersteuning van mensen met noodzakelijke zorgkosten mogen niet afhankelijk worden van de gemeente waarin zij wonen.
4. Waarborging van bestaanszekerheid en autonomie
Voorkomen dat het schrappen van de aftrek voor medisch noodzakelijke zorg- en vervoerskosten — waaronder noodzakelijk dialysevervoer, voorgeschreven diëten, hulpmiddelen en niet-vergoede medicatie — het voor inkomensafhankelijke voorzieningen gehanteerde toetsingsinkomen op papier verhoogt zonder dat de feitelijke draagkracht toeneemt. Hierdoor kunnen aanspraken op voorzieningen verminderen of vervallen, terwijl de noodzakelijke zorgkosten blijven bestaan. Dit kan de bestaanszekerheid en de mogelijkheid om zelfstandig regie te voeren over het eigen leven ernstig onder druk zetten.
5. Erkenning van mantelzorg
Erkenning en fiscale compensatie van aantoonbare meerkosten die samenhangen met mantelzorg. Daarmee wordt beoogd overbelasting en uitval binnen de informele zorg te voorkomen en de continuïteit van thuiszorg en ondersteuning te behouden.
Centrale Onderzoeksvraag: Vanuit het lopende praktijkonderzoek rijst de vraag in hoeverre de cumulatieve gevolgen van deze voorgenomen sanering van zorgkostenaftrek vooraf integraal zijn onderzocht. Waar macro-economische ramingen uitgaan van generieke gemiddelden, wijst de praktijk op een lastenverschuiving die onevenredig zwaar kan neerslaan op een kwetsbare groep mensen met een chronische ziekte of een beperking. Dit dossier toetst en onderzoekt de beleidsmatige aannames aan de hand van geverifieerde data en geldend recht.
Onderstaande chronologie toont het verloop van de formele dossiers en informatienota's die stapsgewijs zijn toegezonden aan de betrokken politieke fracties, ministeries en bewindspersonen:
11 februari: Formele informatienota verzonden aan de CDA-fractie. Resultaat: Nota doorgezet naar het Ministerie van Financiën; inhoudelijke reactie op datamodellen uitgebleven.
27 februari: Formele informatienota verzonden aan de VVD-fractie.
3 maart: Inhoudelijke reactie ontvangen van de VVD-fractie. De fractie onderbouwt de voorgenomen afschaffing met de stelling dat de regeling door burgers vaak onjuist wordt ingevuld. Tevens dient de maatregel volgens de fractie als fiscale dekkingsbron voor defensie, opvang van vergrijzing en hervormingen binnen de sociale zekerheid. De Staatssecretaris van Financiën stelde eerder vast dat er geen sprake is van opzet bij foute aangiften, maar van complexe fiscale wetgeving.
4 maart: Formele informatienota verzonden aan de fractie PvdA-GroenLinks. Resultaat: Onbeantwoord.
26 maart: Formele informatienota verzonden aan de D66-fractie. Resultaat: Onbeantwoord.
3 mei: Formele informatienota verzonden aan de SP-fractie. Resultaat: Onbeantwoord.
7 juni: Brede informatienota verzonden aan alle Tweede Kamerfracties, het Ministerie van VWS en het Ministerie van Financiën. Resultaat: Onbeantwoord.
11 juni: Inhoudelijke reactie ontvangen van de CDA-fractie. De fractie erkent de gebrekkige overheidsvoorlichting, maar houdt vast aan decentralisatie naar gemeenten. Gemeenten waarschuwen in de pers en in gesprekken met ons over de onuitvoerbaarheid, rechtsongelijkheid en een structureel tekort aan middelen.
15 september 2026 – Formeel verzoek om inhoudelijke reactie aan Ministerie van VWS en coalitiefracties
Context: Naar aanleiding van de formele registratie van het dossier bij de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer (2026Z17182 / 2026D43404).
Actie: Verzending van een formeel journalistiek verzoek aan minister Mirjam Sterk (VWS – Langdurige Zorg, Wmo en Mantelzorg), met afschrift (CC) aan de coalitiefracties (D66, VVD, CDA) en de vaste commissies voor Financiën en VWS.
Kern van het verzoek: Aandacht gevraagd voor de acute fiscale cumulatie (samenloop van inkomensafhankelijke eigen bijdragen Wmo/Wlz en het schrappen van de specifieke zorgkostenaftrek per 2028), het ontbreken van individueel afdwingbare compensatie binnen het Regeerakkoord, en de structurele inkomensval van 25,18% bij huishoudens op het sociaal minimum.
Status: In afwachting van ambtelijke en politieke beantwoording ter voorbereiding op de Algemene Beschouwingen.
18 september 2026 – Besluit Vaste Commissie voor Financiën (Tweede Kamer)
Documentkenmerk: 2026Z16518 / 2026D44450
Status: Formeel besluit griffie commissie Financiën
Inhoud: De commissie besluit het ingediende dossier officieel te betrekken bij het aankomende commissiedebat Fiscaliteit – Arbeid, inkomen en herziening van het belasting- en toeslagenstelsel. De Kamerleden ontvangen de stukken ter voorbereiding op de plenaire afronding (tweeminutendebat).
30 september 2026 – Besluit Vaste Commissie voor VWS (Tweede Kamer)
Documentkenmerk: 2026Z18983 / 2026D47431
Status: Formeel besluit griffie commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Inhoud: De commissie besluit het ingediende dossier officieel toe te voegen aan de documentenset voor de Kamerleden ter voorbereiding op het commissiedebat Langdurige zorg op 2 december 2026 (13:30 – 18:30 uur). Het debat kan worden afgerond met een tweeminutendebat in de plenaire zaal voor het indienen van moties.
25 oktober 2026 – Formele burgerinbreng & data-notitie ingediend
Empirische onderzoeksnotitie over de acute inkomensval (gemiddeld 25%) door het afschaffen van de zorgkostenaftrek officieel verzonden aan de Tweede Kamer, commissiegriffies en politieke woordvoerders.
27 oktober 2026 – Officiële registratie & agendering Tweede Kamer
Status: Ontvangstbevestiging van de griffie plenair / Bureau Wetgeving.
Kamerkenmerken: 2026Z23111 / 2026D53305.
Vervolg: Officieel opgenomen in het centrale parlementsinformatiesysteem en doorgezonden naar de vaste commissie voor Financiën voor behandeling in een van haar eerstvolgende vergaderingen.
Empirische database: Onderzoekspool groeit door naar N = 133 respondenten (56,4% alleenstaand, 87% < modaal).
Actie: Verzending van de geactualiseerde onderzoeksdata en praktijkcasuïstiek aan de vaste commissies en alle betrokken fractiewoordvoerders (inclusief Lid Keijzer).
Borging maatschappelijk draagvlak: Het data-onderzoek en de praktijkcasuïstiek worden op dit moment bekrachtigd via de petitie, ondersteund door 6.846 geverifieerde handtekeningen.
Met de uitwerking van het regeerakkoord kiest het kabinet-Jetten voor budgettaire saneringen die leiden tot een ingrijpende verslechtering van het levensonderhoud voor chronisch zieken. De wettelijke zorgplicht van de overheid dreigt hiermee ondergeschikt te worden gemaakt aan politieke begrotingsdoelen.
Op 3 maart 2026 stelde coalitiepartner VVD in correspondentie, naast hervormingen in de AOW, WIA, WW en defensie-uitgaven:
"Het belangrijkste blijft dat chronisch zieke Nederlanders er niet onevenredig op achteruit gaan."
De harde feiten uit de impactanalyse en data uit breder onderzoek tonen echter een ander beeld: een inkomensval die oploopt van 15% tot wel 30% is feitelijk een onevenredige aantasting van de bestaanszekerheid voor chronisch zieken.
Het financieren van collectieve ambities door te bezuinigen op burgers met een noodzakelijke zorgbehoefte staat op gespannen voet met de zorgplicht van de overheid. Deze koers leidt tot een stelselmatige ondermijning van de financiële zelfstandigheid van kwetsbare groepen. Tegelijkertijd valt de fiscale aftrek voor mantelzorgers weg, waardoor de druk op de informele zorg onhoudbaar toeneemt.
De afschaffing van de zorgkostenaftrek is dan ook geen neutrale boekhoudkundige maatregel, maar een gerichte beleidskeuze waarbij budgettaire doelen zwaarder wegen dan de bestaanszekerheid van burgers die chronisch ziek zijn of mantelzorg verlenen.
BEWIJS: Analyse Inkomensval (Ankerpunt 2025 vs. Prognose 2028)
De samenloop van beleidswijzigingen per 1 januari 2028 resulteert in een ingrijpende verandering in de financiële rechtspositie van burgers met zorgkosten. Op basis van feitelijke fiscale data (Aangifte 2025) is een directe inkomensval van 25,18% (een maandelijks verlies van € 432,25, oftewel € 5.187,00 per jaar) vastgesteld.
De Aangifte 2025 vormt het feitelijke fundament voor deze doorrekening. Door het schrappen van de zorgkostenaftrek, het vervallen van de wettelijke Tegemoetkoming arbeidsongeschikten én het doorberekenen van de verhoging van het verplicht eigen risico naar € 460,-, ontstaat een opstapeling van financiële maatregelen. Deze cumulatie veroorzaakt een directe inkomensval die de feitelijke gevolgen voor de burger transparant maakt. Wanneer noodzakelijke zorgkosten niet langer fiscaal herkenbaar zijn, raakt dit rechtstreeks aan de maatschappelijke zorgplicht van de overheid.
Samenvatting: De herziening van de zorgplicht
Met het voorgenomen beleid van het minderheidskabinet-Jetten verandert de verankering van de zorgplicht op de rijksbegroting. Door de zorgkostenaftrek volledig te schrappen, verdwijnt de fiscale erkenning van noodzakelijke lasten.
Voor een chronisch zieke met zorgkosten betekent dit een inkomensval van ruim een kwart van het besteedbaar inkomen. Dit betreft geen incidentele aanpassing, maar een structurele herziening van de financiële bescherming, die de bestaanszekerheid rechtstreeks beïnvloedt. Deze berekening is bovendien conservatief; inflatie-effecten en verdere fiscale herzieningen richting 2028 verzwaren de feitelijke druk op het besteedbaar inkomen nog verder.
De Analyse: Calculatieve uitsluiting
De huidige wijzigingen zijn de uitkomst van een bewuste herverdeling binnen de fiscale wetgeving.
De mechaniek van de kettingreactie: Door het schrappen van de zorgkostenaftrek stijgt het belastbaar (verzamel)inkomen kunstmatig. Dit activeert een volgend effect: inkomensafhankelijke toeslagen, lokale regelingen en gemeentelijke kwijtscheldingen vallen hierdoor (gedeeltelijk) weg.
Calculatieve uitsluiting: Omdat in officiële koopkrachtanalyses hoofdzakelijk wordt gewerkt met landelijke gemiddelden, blijft de werkelijke inkomensval van € 5.187,00 per jaar voor deze specifieke groep buiten het zicht van het politieke debat.
Inperking bestedingsruimte: Bij een bruto inkomen rond het sociaal minimum wordt het door deze cumulatie van verliezen feitelijk onmogelijk om alle vaste lasten (huur, zorg, energie) te dekken. Dit tast het vermogen aan om zelfstandig in het eigen onderhoud te voorzien.
Systemische erosie van de rechtsstaat
De verschuiving van een landelijke fiscale waarborg naar lokale beleidsvrijheid leidt tot institutionele verschillen per regio. Doordat de uitkomsten afhankelijk worden van gemeentegrenzen, ontstaat het risico dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld.
Zonder de stabiele basis van een landelijke regeling worden de variabele zorgkosten per individu onvoorspelbaar. Voor burgers die net buiten de statische lokale inkomensnormen vallen, ontbreken landelijk geborgde procedures voor maatwerk. Onder de ingezette decentralisatie is de centrale regie op de stapeling van zorgkosten weggevallen, wat de voorspelbaarheid van ondersteuning beperkt.
Inbreuk op het Gelijkheidsbeginsel & VN-Verdrag
De feitelijke uitkomsten van dit beleid roepen fundamentele vragen op over de naleving van het gelijkheidsbeginsel (Artikel 1 van de Grondwet) en het VN-Verdrag Handicap. Wanneer structurele beleidskeuzes leiden tot onevenredige financiële uitkomsten op basis van zorgbehoefte, ontstaat er spanning met de grondwettelijke zorgplicht.
Mantelzorgers als blinde vlek
Wanneer informele zorg door het wegvallen van fiscale compensatie financieel niet langer volhoudbaar is, ontstaat er een verschuiving naar zwaardere en kostbaardere professionele zorg. Dit leidt niet tot een netto besparing op macro-niveau, maar tot een kostenverschuiving naar de publieke sector die de houdbaarheid van het zorgstelsel belast.
Beleidsmatig Voorstel tot Aanpassing van het Regeerakkoord: Herstel van Fiscale Autonomie
Om de bestaanszekerheid van chronisch zieken te waarborgen, dient het beleid op de volgende punten te worden gecorrigeerd:
Stopzetting van de kunstmatige inkomensmutatie: Fiscale correctie voor noodzakelijke zorgkosten moet plaatsvinden vóórdat het verzamelinkomen wordt vastgesteld. Dit voorkomt doorslag-effecten in toeslagen, gemeentelijke voorzieningen en zorggebonden eigen bijdragen (Wmo/Wlz).
Herintroductie van de landelijke waarborg: De financiële compensatie voor variabele zorgkosten dient te worden onttrokken aan lokale beleidsvariatie en te worden teruggebracht naar een uniforme, landelijke fiscale regeling.
De toets op materiële gelijkheid
Ter vergelijking: waar de nationale economie tijdens de Coronacrisis met 3,8% kromp, onderbouwt dit dossier een persoonlijke inkomensval van ruim 25% voor de getroffen doelgroep. Het opleggen van een factor zes tot zeven hogere last op een specifieke groep vraagt om een hernieuwde bestuurlijke afweging.
Bestaanszekerheid vraagt om een voorspelbaar juridisch en fiscaal fundament. Dit onderzoek pleit voor de transitie van discretionaire, lokale compensatie naar geborgde fiscale autonomie, verankerd in een stabiel landelijk kader.