Onafhankelijk Dossier Zorgkostenaftrek
Na maanden van zorgvuldig en diepgaand onderzoek ligt er een stevig fundament voor een zorgvuldige politieke afweging. Nu de behandeling in de Eerste Kamer is versneld en de stemming over deze ingrijpende stelselwijziging (met beoogde ingangsdatum 1 januari 2028) op korte termijn gepland staat, is de beschikbare tijd beperkt. Er resteren effectief nog enkele weken om de acute maatschappelijke en financiële risico's voor chronisch zieken, mantelzorgers en burgers met noodzakelijke zorgkosten onder de aandacht te brengen.
Door middel van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek zijn de feiten en data grondig in kaart gebracht. De onderzoeksresultaten en vraagstellingen zijn gedeeld met de senaatsfracties, het ministerie en de verantwoordelijke bewindspersonen.
De cijfermatige onderbouwing en analyses sluiten aan bij eerdere officiële evaluaties. Het Eindrapport Aftrek Specifieke Zorgkosten (juli 2025) gaf reeds een negatief advies over decentralisatie en waarschuwde voor de beperkte capaciteit bij gemeenten om deze opvang te realiseren. Aanvullend onderbouwt recent onderzoek van NRC (26 april 2026) dat circa 870.000 chronisch zieken en gehandicapten door deze maatregel financieel rechtstreeks worden geraakt. Voor de groep op het sociaal minimum veroorzaken reeds gemiddelde zorgkosten (vanaf ca. € 2.500,-) een domino-effect in de inkomensafhankelijke regelingen, wat direct raakt aan de kern van de bestaanszekerheid: het kunnen blijven betalen van noodzakelijke medische zorg en de vaste lasten.
Ondanks de feitelijke onderbouwing en de steun van 6.481 burgers, is een inhoudelijke bestuurlijke reactie op de gepresenteerde data tot op heden uitgebleven.
De onderstaande chronologie documenteert het verloop van de afgelopen zes maanden en brengt de opeenvolgende stappen in kaart om dit dossier bestuurlijk en parlementair te agenderen.
Chronologische weergave radiostilte en selectieve reacties vanuit Den Haag:
Om de aard en omvang van de politieke respons inzichtelijk te maken, toont onderstaande chronologie het verloop van de formele dossiers en informatienota's die stapsgewijs zijn toegezonden aan de betrokken politieke fracties, ministeries en bewindspersonen.
Hoewel het gehele parlementaire spectrum is aangeschreven, hebben uitsluitend de VVD en het CDA een inhoudelijke reactie gegeven op de gedocumenteerde effecten van de hervorming van de Zorgkostenaftrek:
• 11 februari: Formele informatienota verzonden aan de CDA-fractie. Resultaat: Nota doorgezet naar het Ministerie van Financiën; inhoudelijke reactie op datamodellen uitgebleven.
• 27 februari: Formele informatienota verzonden aan de VVD-fractie.
• 3 maart: Inhoudelijke reactie ontvangen van de VVD-fractie. De fractie onderbouwt de voorgenomen afschaffing met de stelling dat de regeling door burgers vaak onjuist wordt ingevuld. Tevens dient de maatregel volgens de fractie als fiscale dekkingsbron voor defensie, opvang van vergrijzing en hervormingen binnen de sociale zekerheid. De Staatssecretaris van Financiën stelde eerder vast dat er geen sprake is van opzet bij foute aangiften, maar van complexe fiscale wetgeving.
• 4 maart: Formele informatienota verzonden aan de fractie PvdA-GroenLinks. Resultaat: Onbeantwoord.
• 26 maart: Formele informatienota verzonden aan de D66-fractie. Resultaat: Onbeantwoord.
• 3 mei: Formele informatienota verzonden aan de SP-fractie. Resultaat: Onbeantwoord.
• 7 juni: Brede informatienota verzonden aan alle Tweede Kamerfracties, het Ministerie van VWS en het Ministerie van Financiën. Resultaat: Onbeantwoord.
• 11 juni: Inhoudelijke reactie ontvangen van de CDA-fractie. De fractie erkent de gebrekkige overheidsvoorlichting omtrent de fiscale regeling, maar houdt vast aan decentralisatie naar lokale gemeenten. Landelijk onderzoek van NRC (26 april 2026, 'Zorgbezuiniging raakt honderdduizenden chronisch zieken en gehandicapten') onderbouwt echter dat gemeenten dit financieel en organisatorisch niet kunnen opvangen, mede door een landelijk budgettair tekort van € 268 miljoen. Gemeenten waarschuwen zelf voor onuitvoerbaarheid en het ontstaan van rechtsongelijkheid.
Analyse van de Politieke Respons
De parlementaire consultatie laat zien dat de feitelijke analyses omtrent de aantasting van de bestaanszekerheid grotendeels onbeantwoord blijven. Waar de VVD de maatregel uitsluitend verdedigt als dekkingsbron, leunt het CDA op de aanname van gemeentelijke compensatie—een aanname die door gemeenten zelf en via onafhankelijk onderzoek als onuitvoerbaar wordt gewaardeerd.
In de praktijk betekenen de voorgenomen maatregelen een directe financiële achteruitgang voor chronisch zieken en mantelzorgers. Door het volledig afschaffen van de zorgkostenaftrek worden zij geconfronteerd met een inkomensval die voor de zwaarst getroffen groep oploopt tot gemiddeld 25,18% van het besteedbaar inkomen.
Met de uitwerking van het regeerakkoord kiest het kabinet-Jetten voor budgettaire saneringen die leiden tot een ingrijpende verslechtering van het levensonderhoud voor chronisch zieken. De wettelijke zorgplicht van de overheid dreigt hiermee ondergeschikt te worden gemaakt aan politieke begrotingsdoelen.
Op 3 maart 2026 stelde coalitiepartner VVD in correspondentie, naast hervormingen in de AOW, WIA, WW en defensie-uitgaven:
"Het belangrijkste blijft dat chronisch zieke Nederlanders er niet onevenredig op achteruit gaan."
De harde feiten uit de impactanalyse en data uit breder onderzoek tonen echter een ander beeld: een inkomensval die oploopt van 15% tot wel 30% is feitelijk een onevenredige aantasting van de bestaanszekerheid voor chronisch zieken.
Het financieren van collectieve ambities door te bezuinigen op burgers met een noodzakelijke zorgbehoefte staat op gespannen voet met de zorgplicht van de overheid. Deze koers leidt tot een stelselmatige ondermijning van de financiële zelfstandigheid van kwetsbare groepen. Tegelijkertijd valt de fiscale aftrek voor mantelzorgers weg, waardoor de druk op de informele zorg onhoudbaar toeneemt.
De afschaffing van de zorgkostenaftrek is dan ook geen neutrale boekhoudkundige maatregel, maar een gerichte beleidskeuze waarbij budgettaire doelen zwaarder wegen dan de bestaanszekerheid van burgers die chronisch ziek zijn of mantelzorg verlenen.
De samenloop van beleidswijzigingen per 1 januari 2028 resulteert in een ingrijpende verandering in de financiële rechtspositie van burgers met hoge zorgkosten. Op basis van feitelijke fiscale data (Aangifte 2025) is een directe inkomensval van 25,18% (een maandelijks verlies van € 432,25, oftewel € 5.187,00 per jaar) vastgesteld.
De Aangifte 2025 vormt het feitelijke fundament voor deze doorrekening. Door het schrappen van de zorgkostenaftrek, het vervallen van de wettelijke Tegemoetkoming arbeidsongeschikten én het doorberekenen van de verhoging van het verplicht eigen risico naar € 460,-, ontstaat een opstapeling van financiële maatregelen. Deze cumulatie veroorzaakt een directe inkomensval die de feitelijke gevolgen voor de burger transparant maakt. Wanneer noodzakelijke zorgkosten niet langer fiscaal herkenbaar zijn, raakt dit rechtstreeks aan de maatschappelijke zorgplicht van de overheid.
Met het voorgenomen beleid van het minderheidskabinet-Jetten verandert de verankering van de zorgplicht op de rijksbegroting. Door de zorgkostenaftrek volledig te schrappen, verdwijnt de fiscale erkenning van noodzakelijke lasten.
Voor een chronisch zieke met gemiddelde zorgkosten betekent dit een inkomensval van ruim een kwart van het besteedbaar inkomen. Dit betreft geen incidentele aanpassing, maar een structurele herziening van de financiële bescherming, die de bestaanszekerheid rechtstreeks beïnvloedt. Deze berekening is bovendien conservatief; inflatie-effecten en verdere fiscale herzieningen richting 2028 verzwaren de feitelijke druk op het besteedbaar inkomen nog verder.
De huidige wijzigingen zijn de uitkomst van een bewuste herverdeling binnen de fiscale wetgeving.
De mechaniek van de kettingreactie: Door het schrappen van de zorgkostenaftrek stijgt het belastbaar (verzamel)inkomen kunstmatig. Dit activeert een volgend effect: inkomensafhankelijke toeslagen, lokale regelingen en gemeentelijke kwijtscheldingen vallen hierdoor (gedeeltelijk) weg.
Calculatieve uitsluiting: Omdat in officiële koopkrachtanalyses hoofdzakelijk wordt gewerkt met landelijke gemiddelden, blijft de werkelijke inkomensval van € 5.187,00 per jaar voor deze specifieke groep buiten het zicht van het politieke debat.
Inperking bestedingsruimte: Bij een bruto inkomen rond het sociaal minimum wordt het door deze cumulatie van verliezen feitelijk onmogelijk om alle vaste lasten (huur, zorg, energie) te dekken. Dit tast het vermogen aan om zelfstandig in het eigen onderhoud te voorzien.
De verschuiving van een landelijke fiscale waarborg naar lokale beleidsvrijheid leidt tot institutionele verschillen per regio. Doordat de uitkomsten afhankelijk worden van gemeentegrenzen, ontstaat het risico dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld.
Zonder de stabiele basis van een landelijke regeling worden de variabele zorgkosten per individu onvoorspelbaar. Voor burgers die net buiten de statische lokale inkomensnormen vallen, ontbreken landelijk geborgde procedures voor maatwerk. Onder de ingezette decentralisatie is de centrale regie op de stapeling van zorgkosten weggevallen, wat de voorspelbaarheid van ondersteuning beperkt.
Inbreuk op het Gelijkheidsbeginsel & VN-Verdrag
De feitelijke uitkomsten van dit beleid roepen fundamentele vragen op over de naleving van het gelijkheidsbeginsel (Artikel 1 van de Grondwet) en het VN-Verdrag Handicap. Wanneer structurele beleidskeuzes leiden tot onevenredige financiële uitkomsten op basis van zorgbehoefte, ontstaat er spanning met de grondwettelijke zorgplicht.
Mantelzorgers als blinde vlek
Wanneer informele zorg door het wegvallen van fiscale compensatie financieel niet langer volhoudbaar is, ontstaat er een verschuiving naar zwaardere en kostbaardere professionele zorg. Dit leidt niet tot een netto besparing op macro-niveau, maar tot een kostenverschuiving naar de publieke sector die de houdbaarheid van het zorgstelsel belast.
Om de bestaanszekerheid van chronisch zieken te waarborgen, dient het beleid op de volgende punten te worden gecorrigeerd:
Stopzetting van de kunstmatige inkomensmutatie: Fiscale correctie voor noodzakelijke zorgkosten moet plaatsvinden vóórdat het verzamelinkomen wordt vastgesteld. Dit voorkomt doorslag-effecten in toeslagen, gemeentelijke voorzieningen en zorggebonden eigen bijdragen (Wmo/Wlz).
Herintroductie van de landelijke waarborg: De financiële compensatie voor variabele zorgkosten dient te worden onttrokken aan lokale beleidsvariatie en te worden teruggebracht naar een uniforme, landelijke fiscale regeling.
Ter vergelijking: waar de nationale economie tijdens de Coronacrisis met 3,8% kromp, onderbouwt dit dossier een persoonlijke inkomensval van ruim 25% voor de getroffen doelgroep. Het opleggen van een factor zes tot zeven hogere last op een specifieke groep vraagt om een hernieuwde bestuurlijke afweging.
Bestaanszekerheid vraagt om een voorspelbaar juridisch en fiscaal fundament. Dit onderzoek pleit voor de transitie van discretionaire, lokale compensatie naar geborgde fiscale autonomie, verankerd in een stabiel landelijk kader.