Auteur: John Deen, 1e druk: december 2013, 96 pagina's (EAN 9789065232731)
In de columns van huisarts John Deen beschrijft hij op geheel eigen wijze zijn ervaringen als eilanddokter op Vlieland. De columns stonden model voor de populaire TV-serie met Monique van de Ven in de hoofdrol.
Voordat hij naar Vlieland kwam, was John Deen 22 jaar huisarts in het Zeeuwse Goes. Hij heeft 12,5 jaar de huisartspraktijk op Vlieland bemand. Een dorp met ongeveer 1.200 inwoners in de winter, maar ’s zomers een trekpleister voor duizenden toeristen per week. Dat levert natuurlijk mooie dorpsverhalen op en spannende avonturen van toeristen die de gevaren van het eiland niet kennen!
,,Je hebt hier niets. Geen ziekenhuis, geen psychologische of psychiatrische hulp. Dan komt er veel op de schouders van de huisarts terecht. Maar ook het geven van bijvoorbeeld psychologische hulp heb ik een mooi onderdeel van mijn werk gevonden’’, zegt Deen.
(bron)Auteur: John Deen, 1e druk: januari 2016, 96 pagina's (EAN 9789065234612)
In zijn columns beschrijft huisarts John Deen op geheel eigen wijze zijn ervaringen als eilanddokter op Vlieland. In dit Deel II ruim 25 nieuwe columns over het soms dorpse en soms onstuimige leven op Vlieland.
Voordat hij naar Vlieland kwam, was John Deen 22 jaar huisarts in het Zeeuwse Goes. Hij heeft 12,5 jaar de huisartspraktijk op Vlieland bemand. Een dorp met ongeveer 1.200 inwoners in de winter, maar 's zomers een trekpleister voor duizenden toeristen per week. Dat levert natuurlijk mooie dorpsverhalen op en spannende avonturen van toeristen die de gevaren van het eiland niet kennen!
John Deen was 12,5 jaar huisarts op het waddeneiland Vlieland, tot hij in 2004 afscheid nam. Dit boekje is het tweede deel* van een verzameling columns die hij tussen 2000 en 2006 schreef in de Vliezier (het nieuwsblad van Vlieland). Op Vlieland is behalve de huisarts en een ambulance verder geen medische zorg en voor spoed wordt de helicopter ingezet. En dat met ongeveer 8000 toeristen in de zomer. Dat levert mooie en spannende, maar ook filosofische verhalen op. Het is op Vlieland ook niet vreemd dat de volgende patiënt een paard of een hond is, want een dierenarts is er niet. Het is een goed leesbare verzameling geworden van mooie dorpsverhalen en spannende, levensreddende daden van de eilanddokter, die model stond voor de populaire tv-serie Dokter Deen. Een helder geschreven en gemakkelijk leesbaar boekje.
A. Jeeninga, huisarts
(bron)Auteur: John Deen, 1e druk: oktober 2018 (EAN 9789065239815)
In dit derde deel van de verhalen van huisarts John Deen vinden we veel nieuwe verhalen over het prachtige eiland Vlieland en zijn bijzondere bewoners. Vriendelijk, eigenzinnig, soms een beetje anarchistisch! En kijkt John Deen terug op zijn carrière als huisarts. En eigenlijk ook als dierenarts, psycholoog en coach. De eerder in het lokale weekblad Vliezier gepubliceerde columns, waren de aanzet voor de populaire TV-serie met Monique van de Ven in de hoofdrol.
Voordat hij naar Vlieland kwam, was John Deen 22 jaar huisarts in het Zeeuwse Goes. Hij heeft 12,5 jaar de huisartspraktijk op Vlieland bemand. Een dorp met ongeveer 1.200 inwoners in de winter, maar 's zomers een trekpleister voor duizenden toeristen per week. Dat levert natuurlijk mooie dorpsverhalen op en spannende avonturen van toeristen die de gevaren van het eiland niet kennen!
,,Je hebt hier niets. Geen ziekenhuis, geen psychologische of psychiatrische hulp. Dan komt er veel op de schouders van de huisarts terecht. Maar ook het geven van bijvoorbeeld psychologische hulp heb ik een mooi onderdeel van mijn werk gevonden'', zegt Deen.
(bron)Auteur: Mathijs Deen, 1e druk: februari 2018, 336 pagina's (EAN 9789400405158)
Al een miljoen jaar reizen mensen door Europa. Van de raadselachtige homo antecessor die zijn voetafdrukken achterliet op de kust van Engeland tot de reiziger over de snelwegen van vandaag. Onder elke voetstap ligt een vorige, onder elke verharde weg een ezelpad of karrenspoor, onder elk voetpad de afdrukken van een jager of prooidier. Toch spelen de lange, doorgaande wegen van Europa geen rol in de verbeelding of de identiteit van haar bewoners. Waarom heeft de Europeaan zo'n ambivalente verhouding ten opzichte van de doorgaande routes van zijn continent? Op zoek naar het antwoord op die vraag volgt Mathijs Deen ontheemden, struikrovers, pelgrims, gelukzoekers, veroveraars en racers die hun weg hebben gezocht langs de kusten en over de rivieren en de wegen van Europa.
Van Boekelo tot Smolensk en van de eerste Europeanen tot de baronnen die rond 1900 op de openbare wegen van Europa raceten: Over oude wegen is een avontuurlijke tocht door Europa en een fascinerende reis door de tijd.
Het E-wegennet dat Europa van noord tot zuid en west tot oost omspant, inspireerde Deen tot acht virtuele reizen door de geschiedenis van Europa, het spoor volgend van mensen die langs één van die routes reisden. Omlijst door persoonlijke herinneringen aan zijn fervent autorijdende vader vertelt Deen eerst hoe het al in de jaren 1950 geformuleerde ideaal van helder genummerde en uniforme lange-afstandsroutes, gemodelleerd op de Amerikaanse Interstates, geleidelijk vastliep in administratief gemodder. Daarna neemt hij de lezer met grote passen en veel verbeeldingskracht kriskras mee door de tijd en door Europa, van de prehistorie tot nu, van het ene geografische uiterste tot het andere. Telkens vlecht Deen zijn eigen belevenissen en ontdekkingen langs de virtuele routes door de verhalen heen, wat het voor de lezer bijzonder levendig maakt. Met als resultaat een soort zeer onderhoudende historische reisverhalen. Een uitgebreid dankwoord bevat literatuurverwijzingen.
Joost Jonker
(bron)Auteur: Mathijs Deen, 1e druk: oktober 2013, 304 pagina's (EAN 9789400401877
De Wadden: een woest en veranderlijk kustgebied waar niets zich laat vastleggen en alles beweegt. Wie er wil wonen of verblijven moet zich aanpassen. In dit boek vertelt Mathijs Deen het verhaal van boeren en vissers, Romeinse krijgsheren, Friezen, Vikingen, lekenbroeders, piraten, vluchtelingen, gelukszoekers, schipbreukelingen, bezetters en badgasten, die zich allen op hun eigen manier schikten naar de wetten van water, wind en zand. De eilanden werden niet alleen een haven voor onverstoorbare zeelieden of een jachtterrein voor jutters, maar ook een wijkplaats voor vervolgden, een nachtmerrie voor strategen en een plek waar vastelanders de lasten en verplichtingen van het dagelijks bestaan van zich af voelen glijden. Deen beschrijft deze unieke geschiedenis poëtisch, zijn historische blik scherp en zijn verhaal meeslepend.
De auteur (journalist, radiopresentator van de VPRO) gaat diep in op het ontstaan en de ontwikkeling van de Nederlandse wadden door de eeuwen heen. Na een korte inleiding met eigen ervaringen, komen vervolgens in veertien hoofdstukken de ontstaansgeschiedenis van de wadden vanaf de IJstijd, de bewoning en het leven, de heren en koningen, de gevolgen van de oorlogen, de komst van badgasten en vooral hoe alles door de invloed van het water steeds veranderde, onder de aandacht. Vol feiten en anekdotes wordt het verhaal van dit bewegende gebied geweven. Aan de hand van geschreven historische teksten, informatie van wetenschappers en bewoners (van Gaius Plinius, de kronieken van Egmond tot boer Talsma) krijgt de lezer een geschiedenis verteld. Waar hiaten in de feiten zitten, vult de auteur deze naar beste kunnen aan. Een duidelijke, zeer overzichtelijke geschiedenis, waarbij de mogelijke toekomst van het gebied in het nawoord aan bod komt. Als naslagwerk of achtergrondinformatie voor een wadliefhebber een genot. Met overzichtskaarten in de kaften. Geen illustraties, geen register.
Jacolien Zwart
(bron)Auteur: Mathijs Deen, 1e druk: augustus 2016, 224 pagina's (EAN 9789400407428)
Jan is landbouwer. Hij woont alleen. Zijn ouders zijn dood. Om de eenzaamheid te verjagen, plaatst hij een contactadvertentie. Hij zoekt een vrouw voor aanspraak, voor seks, en als het even meezit misschien zelfs voor een kind. Maar de vrouw die reageert heeft eigen plannen. Zij wil alleen een overzichtelijk bestaan op een afgelegen plek. Voor haar is de verhuizing naar de boerderij een vlucht uit de Randstad en een afrekening met haar verleden. Daarin past niet veel aanspraak en zeker geen kind.
Onder de mensen is een roman waarin traditie en zelfbeschikking op gespannen voet staan. Het levert een conflict op dat met wisselend resultaat wordt uitgevochten. Het enige wat de personages gemeen lijken te hebben, is het hardnekkige voornemen bij elkaar te blijven.
'Ergens, ver in het noorden, staat tegen de deltadijk een boerderij als een wachtend werkpaard met zijn kont naar de zee. Het is een groot, bruin achterwerk van riet, zonder deur en zonder raam. Van de dakgoot op ooghoogte rijst het dak steil op naar de nok, die zo hoog is dat hij boven de luwte van de dijk onbeschut in de zeewind staat. Het dichtstbijzijnde huis staat vijf kilometer landinwaarts en aan de andere kant van de dijk wonen in een verzande kreek enkel krabben en platvissen. Het is winter en het is koud.'
(bron)Auteur: Mathijs Deen, 1e druk: februari 1997, 114 pagina's (EAN 9789054520405)
'Goddank kan ik morgen weg. Het gaat stormen en regenen, hoorde ik. Het is allemaal niet erg. Het gaat erom samen met Å als gestoorde gedrevenen te jakkeren, ergens nooit langer dan tien minuten blijven, tenzij om te eten. Dat we nooit ergens naar tevredenheid zullen ariveren en zullen blijven, staat op voorhand vast. Daar is het allemaal om begonnen. Er is niets dramatisch, integendeel, maar het is wel zoals het is.' In onverrichter zake, het debuut van Mathijs Deen (1962), wordt veel ondernomen maar zelden iets afgemaakt. De e-mails, brieven en verslagen die de hoofdpersoon W. Zwaan aan vrienden en geliefden schrijft, getuigen van een stuurloos leven dat zich afspeelt tegen het decor van universiteit, televisie, radio en enkele weinig opbeurende reisbestemmingen in binnen- en buitenland. Onverrichter zake is een opwekkend boek over frisse tegenzin en onvervuld verlangen.
Dit romandebuut heeft de zeer overzichtelijke structuur van vier tekstsoorten met telkens een eigen thema. In de eerste tekstsoort schrijft de hoofdpersoon, docent aan de universiteit in 'schrijven', middels E-mails aan zijn geliefde over zijn verlangen naar haar. Dan richt hij zich in brieven tot zijn vrienden over de doelloosheid van zijn werk. In de vorm van verslagen bericht hij over zijn mislukte strandwandeling, ondernomen om ten minste ooit eens een onderneming voltooid te hebben (zie de titel). Ten slotte schrijft hij enkele korte verhalen over de bizarre denkwijze van een dolgedraaide professor. De samenhang tussen tekstsoorten en themata is vrij oppervlakkig. Daardoor slaagt de schrijver (1962) er nauwelijks in de stuurloosheid van het leven van de hoofdpersoon literair overtuigend in beeld te brengen. Toch ligt er over het boek een sfeer van vertederende dichterlijkheid vanwege de onopgesmukte beschrijving van elementaire menselijke ervaringen als verliefdheid en vaderliefde.
Drs. J.G. Heymans
(bron)Auteur: Mathijs Deen, 1e druk: november 1999, 148 pagina's (EAN 9789054520665)
In 'Drie Dagen Wenen Voor Twee Personen' laat Deen zien hoe zijn personages monter aanmodderen in een wereld vol goede bedoelingen, ontoereikendheid en misverstand.
Vier regionale schrijvers, met wie het maar niet vlotten wil, ontvoeren een uitgever uit Amsterdam en raken verstrikt in een veel te groot en tragisch misverstand. Een tobberige bordenwasser uit de keuken van een internationale trein doet een vergeefse gooi naar het geluk. Een zwijgzame boer ontvangt in de schuur van zijn afgelegen boerderij zestig man uit de top van het bedrijfsleven om zandkastelen te bouwen. Een uit het ziekenhuis ontslagen patiënt raakt op weg naar huis verdwaald in de krochten van zijn eigen stad.
Vier novellen, kortom, met vrolijke en ontroerende verhalen uit het leven zelf.
In deze bundel heeft de schrijver (1962) vier verhalen van zijn hand opgenomen. Twee ervan zijn kort (minder dan twintig bladzijden), de overige twee benaderen meer de omvang van novellen. In het eerste verhaal voelen aspirant-schrijvers zich in de kou staan omdat hun uitgever niet voldoende op hun ingezonden werk reageert. Ze besluiten hem daarom te ontvoeren. Het tweede, wat langere verhaal gaat over het organiseren van een soort survivaldag voor managers (niet zoals gebruikelijk in de Ardennen, maar in een Friese boerderij) en de daarbij komende complicaties en persoonlijke problemen van de betrokken organisatoren. Hoe het een ongelukkige bordenwasser op een internationale trein vergaat en de dramatische, bijna surrealistische thuisreis uit het ziekenhuis van een ten dode opgeschreven man in het titelverhaal zijn de onderwerpen van de andere verhalen. Het valt niet mee om de vaak bizarre gedachtegang van de schrijver te volgen. De bundel is op onderdelen niet zonder kwaliteit, maar als geheel wat onevenwichtig: zo nu en dan heeft de lezer het idee een niet onaardig schoolopstel te lezen in plaats van een volwassen verhalenbundel. De schrijver publiceerde al enkele romans en verhalenbundels.
Drs. Fieke Nugteren
(bron)Auteur: Mathijs Deen, 1e druk: september 2011, 96 pagina's (EAN 9789060058213)
Met speels gemak betrapt Mathijs Deen in deze miniatuurtjes historische personages op een ontworteld moment in hun leven. In enkele zinnen weet Deen een wereld op te roepen waarin historische gebeurtenissen in een ongewoon licht komen te staan.
Prachtige literaire miniatuurtjes, 44 in getal, met een historisch feit als onderliggende kern. In pakweg 300 woorden (twee pagina's) schetst de auteur (1962) in een poetische stijl de achterkant van de geschiedenis met een flard 'human interest', een persoonlijke anekdote, waarbij voedsel en dieren als subtiele rode draad door vrijwel alle verhaaltjes zijn geweven (vgl. titel). De schilderijtjes zijn chronologisch gerangschikt, van 'Bessen, Doggerland 32.000 v.Chr.' tot 'Ribs & Pizza, Maloy 2001', omlijst met twee oerverhalen over appels. Kennis van de geschiedenis is zeker geen vereiste om de miniatuurtjes te genieten. Primair staat het literaire proeven van de lezer, die via de beelden en stemmingen zomaar een momentum in de geschiedenis mag meebeleven: het beleg van Groenlo, de moord op de gebroeders De Witt, de veldtocht van Napoleon naar Rusland enz. Een indrukwekkende ervaring! De auteur publiceerde sinds zijn debuutroman 'Onverrichter zake' (1997) romans, verhalen en historische luisterboeken. Hij is redacteur/presentator van het radioprogramma OVT - over geschiedenis. Kleine druk.
Drs. P. van der Haar
(bron)Auteur: Mathijs Deen, 1e druk: november 1997 (EAN 9789054520474)
Jan is landbouwer. Hij woont alleen. Zijn ouders zijn dood. Om de eemzaamheid te verjagen plaatst hij een contactadvertentie. Hij zoekt een vrouw voor aanspraak, voor seks, en als het even meezit misschien zelfs voor een kind. Maar de vrouw die reageert heft haar eigen plannen. Ze wil alleen een overzichtelijke bestaan op een afgelegen plek. Voor haar is de verhuizing naar de boerderij een vlucht uit de Randstad en een afrekening met haar verleden. Daarin past niet te veel aanspraak en zeker geen kind.
Jan is landbouwer en altijd door zijn moeder geclaimd. Na de dood van zijn ouders plaatst hij een contactadvertentie in de hoop gezelschap te vinden. De vrouw die reageert is echter op zoek naar eenzaamheid om met haar verleden af te rekenen. Zij ziet de afgelegen boerderij als een ideaal middel, en heeft hele plannen om Jan op een soort zijspoor te zetten. Ze raken voortdurend met elkaar in conflict, maar hun verlangen om (via de ander) hun idealen te verwezenlijken blijkt groter te zijn dan de ergernis om de aanwezigheid van die ander. En uiteindelijk blijkt er toch iets van begrip tussen hen te groeien. Deze tragi-komische roman geeft een beeld van twee mensen die elk hun eigen weg willen gaan, maar de ander daarvoor als onontbeerlijk beschouwen. Ze hebben hoog oplopende conflicten, vaak met veel humor beschreven. Leuk, maar vooral eigentijds om te zien hoe de zelfstandigheid van mensen een wassen neus blijkt te zijn.
Marian Verstappen
(bron)Auteur: Mathijs Deen, 1e druk: 1997, 64 pagina's (EAN 9789054520443)
Het dagelijks leven is een stoet van slinkse onbeduidendheden. Beslissende gebeurtenissen kuieren op hun gemak, vermomd als kleinigheid voorbij. Een terloopse opmerking een uit verveling geboren uitstapje, een stuk aan een broek: het lijken dingen van weinig betekenis. Tot ze gaan werken.
(bron)Auteur: Mathijs Deen, 1e druk: november1999, 96 pagina's (EAN 9789054520672)
Mensen die gaandeweg een gesprek in andere mensen veranderen, armen die geen vleugels blijken te zijn, kamers die last hebben van stemmingen, wegen die nergens op uitkomen, huizen die maar doorgaan, holen die eilanden blijken en natuurlijk al die onmogelijk omslachtige dingen die koste wat kost gedaan moeten worden.
Dromen doen er beter aan nimmer waar te worden.
In DROMEN WORDEN WAAR treft u een selectie van columns die Mathijs Deen in 1998 en 1999 schreef en voorlas voor Radio Noord.
(bron)Auteur: Femke Deen, 1e druk: september 2018, 418 pagina's (EAN 9789045024721)
Femke Deen (1975) is historicus, gespecialiseerd in de geschiedenis van de zestiende eeuw. Ze promoveerde op een studie over publiek debat en propaganda tijdens de Nederlandse Opstand.
"Anna van Saksen', van historica Femke Deen, vertelt over het leven van Anna van Saksen, de tweede vrouw van Willem van Oranje. Willem van Oranje is achtereenvolgens met vier vrouwen getrouwd geweest, van wie er drie een min of meer onberispelijke reputatie hebben. Maar Anna van Saksen (moeder van de latere stadhouder prins Maurits), is de geschiedenis ingegaan als verdorven en egoïstisch, een overspelige vrouw die uiteindelijk haar verstand
verloor. Deze nieuwe biografie van de meest verguisde vrouw uit de Nederlandse geschiedenis laat zien dat Anna van Saksen in feite een sterke en onafhankelijke
vrouw was. Anna's uiteindelijk tragische lot had zij niet alleen aan zichzelf te danken, maar ook aan het gedrag van Willem van Oranje en de Nassaus. "Anna van Saksen' laat de tragische neergang zien van een rijke en felbegeerde prinses wie letterlijk alles werd ontnomen – en het werpt een nieuw licht op Willem van Oranje.
Levensbeschrijving van Anna van Saksen (1544-1577), de tweede echtgenote van Willem van Oranje. Anna groeide op aan het hof van haar oom en tante, keurvorsten van Saksen. Ze was door haar hoge afkomst en rijkdom, ondanks een lichamelijke beperking, een felbegeerde prinses. Op haar zestiende trouwde ze met de twaalf jaar oudere Willem. Ze werd moeder van prins Maurits. Haar huwelijk werd gekenmerkt door ruzies en overspel. Het eindigde dramatisch; Oranje verstootte haar, ze verloor haar verstand en stierf jong in een dichtgemetselde ruimte in haar ouderlijk slot in Dresden. De visie op Anna was tot nu toe weinig genuanceerd. Ze zou ofwel een eerzuchtige alcoholiste zijn geweest, ofwel het slachtoffer van de kwade opzet van haar echtgenoot. De auteur, gepromoveerd historica, deed nieuw archiefonderzoek en stelde die karikatuur bij. Ze schetst het tragische leven van de temperamentvolle Anna, gemangeld tussen de belangen van haar familie en die van haar echtgenoot, in een politiek woelige periode. Met stamboom, illustraties, kleurenfotokatern, stambomen, literatuuropgave, eindnoten en register.
Dr. Nelleke Manneke
(bron)Auteur: Femke Deen, 1e druk: mei 2004, 128 pagina's (EAN 9789025109301)
Maartje is verliefd, voor het eerst in haar leven écht verliefd. Illias is knap, lief en attent - in één woord perfect. En hij is ook verliefd op Maartje, dat moet wel. Anders zou hij haar toch niet overstelpen met cadeautjes? En haar tien keer per dag bellen? Maartje is ervan overtuigd: Illias is de enige die haar echt begrijpt!
Maar dan begint Illias wel erg veel van Maartje te vragen. En ziet ze kanten van hem die ze eigenlijk liever niet wil zien. Voordat ze er erg in heeft, zit ze diep in de nesten. Dieper dan ze ooit voor mogelijk had gehouden. De vraag is of ze zich hieruit kan redden. En of ze het wel wil. Want Illias is alles voor haar. Toch?
Maartje is voor het eerst echt verliefd en nog wel op een oogverblindende jongen die merkkleding draagt en in een dure auto rijdt. Als ze een ring van hem krijgt, hoort ze helemaal bij hem en niet meer bij haar vriendinnen en haar ouders. Maar zoals zoveel meisjes die eenzaam en naief zijn, kicken op uiterlijkheden en snakken naar aandacht, loopt ze regelrecht in de armen van een loverboy. Op het eerste gezicht lijkt deze paperback met voorop een foto van een verliefd stel, een niemendalletje. Toch kan het verhaal voor de doelgroep die voldoet aan de beschrijving van de hoofdpersoon een waarschuwing zijn om goed te kijken naar de motieven van diegene op wie je zo halsoverkop verliefd wordt. Aan 't eind van het boek wordt verklaard wat loverboys zijn, wat ze willen en hoe ze te werk gaan. Ook worden adressen vermeld van hulpverleningsinstanties die voorlichting geven over en meisjes opvangen die slachtoffer zijn geworden van loverboys. Matige stijl. Vanaf ca. 14 jaar.
W. van Es-Kik
(bron)Auteur: Femke Deen, (EAN 9789089647054)
Media en communicatie speelden een onmisbare rol in de Nederlandse Opstand. Op grote schaal zetten de partijen in het conflict verschillende media in om een breed publiek te betrekken bij de gebeurtenissen. Daardoor kon een levendig publiek debat ontstaan over de politieke en religieuze ontwikkelingen. Dat debat, waarin lokale thema's en actoren een doorslaggevende rol speelden, bepaalde in belangrijke mate de politieke agenda. In Moorddam. Publiek debat en propaganda in Amsterdam tijdens de Nederlandse Opstand (1566-1578) analyseert Femke Deen het gebruik van communicatievormen als petities, afkondigingen, pamfletten, liedjes en propagandabrieven in Amsterdam tijdens de beginjaren van de Nederlandse Opstand. Door op lokaal niveau te onderzoeken op welke manier de partijen communicatiemiddelen inzetten voor hun eigen doeleinden, blijkt hoe uitgekiend hun mediastrategie n waren. De vorm en inhoud van het debat werden voor een belangrijk deel bepaald door lokale aspecten. De bestaande machtsverhoudingen in de stad beïnvloedden bijvoorbeeld de mate waarin de partijen het debat konden beheersen. Ook lieten de partijen zich leiden door lokale sentimenten en angsten bij hun keuze voor media en boodschappen. Door deze constante blootstelling aan politieke argumenten, ontstond uiteindelijk een kritisch en goed geïnformeerd publiek.
(bron)Auteur: Femke Deen, 1e druk: maart 2007, 157 pagina's (EAN 9789050188418)
'Lieve, lieve jongen laat je gedachten en verlangens de mijne kruisen…,' schrijft Helga Deen op 8 juli 1943 in een brief aan haar vriend Kees. Het zijn haar laatste woorden vanuit kamp Westerbork, vlak voordat zij in Sobibor vermoord wordt.
Helga Deen hield een dagboek bij in kamp Vught, een aangrijpende en ontroerende getuigenis van het dagelijks leven in een concentratiekamp. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen liefde en afkeer, tussen wanhoop en optimisme. Plotseling beroofd van alles wat haar vertrouwd was schrijft ze op indrukwekkende wijze hoe ze zo waardig en bezield mogelijk probeert te leven.
Meer dan zestig jaar later zijn Helga's dagboek en brieven teruggevonden in een schooltas, door de zoon van de vriend van wie ze zo hartstochtelijk hield. De internationale pers verzamelde zich in Tilburg toen bekend werd dat het Regionaal Archief Helga Deens nalatenschap in beheer had genomen. Het archief heeft dagboeken en brieven met de uiterste zorg omgeven, historisch onderzoek laten doen en ten slotte het manuscript aan uitgeverij Balans ter publicatie aangeboden. Er dringen zich vergelijkingen op met Anne Frank en Etty Hillesum, maar toch is ondanks wellicht eenzelfde compassie en houding, hier een heel eigen stem hoorbaar: intens, lyrisch, wanhopig, geërgerd, bang soms, maar tot het laatst vitaal.
Dagboek en brieven van Helga Deen werden getranscribeerd en van noten voorzien door Rob Tempelaars. De historicus Ronald Peeters schreef een nawoord over Tilburg en Helga Deen.
Op 1 juni 1943 werd de joodse Helga Deen op 18-jarige leeftijd uit Tilburg met haar Duitse moeder, haar Nederlandse vader en broer Klaus naar concentratiekamp Vught gebracht. Daar begint ze een dagboek en schrijft brieven aan haar vriend Kees en hun beste vrienden. Helga's ouders woonden in het Duitse Stettin, waar haar moeder arts was, maar na Hitler's machtsovername verhuisden ze naar Tilburg, waar haar vader vandaan kwam. Helga gaat er naar de HBS en ontmoet er Kees. Vanuit Vught wordt het gezin op 2 juli naar Westerbork gebracht. Ze hopen op uitstel, maar op 13 juli gaan ze op transport naar concentratiekamp Sobibor, waar ze 16 juli worden vergast. Het dagboek en de brieven werden na de dood van Kees van den Berg gevonden. Het geheel is nu goed ingeleid en geredigeerd en wordt gevolgd door een zeer informatief nawoord over Helga's ouders, hun gezin en Kees. Het emotionele dagboek is maar 22 pagina's, maar heeft met de brieven grote zeggingskracht door het contrast tussen Helga's prille liefde en het lot dat ze ervaart. Met noten en zwart-witfoto's.
Drs. Madelon de Swart
(bron)(co-)Auteur: Femke Deen, 1e druk: april 2005 (ISBN 9789035128019)
Het is moeilijk iets nieuws te schrijven over de Tweede Wereldoorlog, als je kijkt naar het aantal boeken dat over dit thema geschreven is. Daarom kwam bij de auteurs van deze reisgids de kritische vraag naar boven of het wel zinvol was om nog een nieuw boek over deze bewogen periode te publiceren. Toch kwamen zij tot de conclusie dat het niet zo moeilijk is om wezenlijk iets bij te dragen aan het bestaande boekenaanbod over de Tweede Wereldoorlog.
Bijna iedereen heeft wel eens iets gelezen over bepaalde onderwerpen van de Tweede Wereldoorlog zoals het bombardement van Rotterdam, de Jodenvervolging of de invasie in Normandië. Maar de context waarbinnen alles plaatsvond is vaak onduidelijk en onbekend. Volgens de auteurs was er daarom een grote behoefte aan een boek over de Tweede Wereldoorlog in Nederland dat zowel toegankelijk is en tot de verbeelding van jong en oud spreekt, als recht doet aan de gecompliceerde werkelijkheid. “Reisgids voor de Tweede Wereldoorlog” is geschreven vanuit de gedachte om in die behoefte te voorzien.
Het boek is ingedeeld in vier delen: De inval; Aanpassing, Collaboratie en vervolging; Confrontatie en verzet; Uitstel en bevrijding. Elk deel bestaat uit drie hoofdstukken. Zo bestaat deel drie over confrontatie en verzet uit de hoofdstukken: De april-meistakingen; Van onderduikersparadijs tot onderduikershol; Gewapend verzet.
Elk hoofdstuk is opgebouwd uit twee reportages, die een onderdeel van de Tweede Wereldoorlog belichten vanuit het perspectief van een locatie of gebied in Nederland. Hoofdstuk 1 behandelt bijvoorbeeld de Duitse opmars door Brabant. Elk hoofdstuk is voorzien van een inleiding en een afsluiting met enkele tips om verder te lezen, adressen om te bezoeken en sites om verder te lezen/ kijken. Tussendoor zijn ook nog afgescheiden tekstblokjes opgenomen die details uit de in het hoofdstuk beschreven gebeurtenissen toelichten. In het hoofdstuk over de strijd bij de Grebbenberg wordt in een tekstblokje bijvoorbeeld aandacht besteedt het oorlogsverhaal van Ouwehands Dierenpark.
“Reisgids voor de Tweede Wereldoorlog” bevat zowel bekende als onbekende verhalen en geeft daarmee een interessant overzicht van het Nederlandse oorlogsverleden. Informatie over de slag om Arnhem of de strijd rond de Grebbeberg is in veel meer boeken te vinden, maar er worden ook gebeurtenissen beschreven die tot nu toe (bijna) niet bekend zijn bij het grote publiek. Zo wordt er bijvoorbeeld aandacht besteedt aan ‘het bunkerdrama’ in Kamp Vught waarbij 74 vrouwen door de Duitsers in een ruimte van 9 vierkante meter werden gepropt. Ook wordt er bijvoorbeeld iets geschreven over de opstand van de Georgiërs op Texel die niet langer voor hun Duitse meesters wilden vechten.
De auteurs schrikken er ook niet voor terug om onderwerpen te beschrijven die vroeger in de doofpot gestopt werden. Zo wordt er bijvoorbeeld aandacht geschonken aan de mishandeling van collaborateurs en NSB’ers in de opvangkampen na de oorlog. Ook wordt er meer verteld over de onwaardige behandeling die de Poolse parachutistenbrigade na de mislukte slag om Arnhem kreeg.
Dit boek is net zoals “Route '40-'45” van Jeroen Wielaert geen traditionele reisgids, maar een bundeling van verhalen over plaatsen en bezienswaardigheden die herinneren aan de oorlog. Ook in “Reisgids voor de Tweede Wereldoorlog” zijn foto’s opgenomen, maar het aantal is beperkt en niet alle foto’s dragen even duidelijk bij aan het verhaal. Voor de echte battlefieldtour-deelnemer is dit boek helaas niet zo geschikt, omdat er geen duidelijke overzicht- of routekaarten in zijn opgenomen.
De auteurs zijn erin geslaagd om een toegankelijk boek te schrijven voor jong en oud door het taalgebruik, de illustraties en de korte verhalen. Door de mix van bekende en onbekende reportages en de verwijzingen naar verdere literatuur en musea is het boek ook voor kenners van de Tweede Wereldoorlog interessant. De thema’s en de hoofdstukken zijn heel divers en voeren langs verschillende gebieden, waardoor een veelzijdig beeld van de Tweede Wereldoorlog in Nederland ontstaat. In die zin zijn de auteurs erin geslaagd om in de door hen geschetste behoefte te voorzien.
(bron)In de Reisgids voor de Tweede Wereldoorlog vertellen drie jonge auteurs, Maurice Blessing, Femke Deen en Marieke Prins, het verhaal van de Tweede Wereldoorlog in Nederland aan de hand van het Nederlandse landschap, stad én land.
Uitgangspunt vormt steeds de zeggingskracht van het verhaal zelf. Deze gids is daarom in de eerste plaats een verzameling aansprekende en onthullende 'historische' reportages die smane het grote verhaal van de Duitse bezetting van Nederland vertellen.
Drie jonge auteurs vertellen aan de hand van een serie historische reportages het verhaal van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Mensen en hun belevenissen op bepaalde plaatsen staan centraal. Vier thema's: inval, aanpassing, verzet en bevrijding; daarbinnen twaalf hoofdstukken met reportages over plaatsen waar in de oorlog significante grote en kleine gebeurtenissen plaatsvonden, met ooggetuigeverslagen, achtergrondinformatie, korte artikelen (over Philips, jodenjagers, Titus Brandsma, razzia's, Engelandvaarders, Ouwehands Dierenpark enz.), en routebeschrijvingen van wandelingen. Aan het eind van ieder hoofdstuk de rubriek Verder Lezen, en relevante (internet)adressen. Aan de orde komen onder meer de strijd rond de Grebbeberg, het bombardement op Rotterdam, de Georgische muiterij op Tessel, de staking bij Stork in Hengelo, Kamp Vught, onderduikadressen, de overval op de gevangenis in Assen, de slag bij Arnhem, bevrijdingsdrama op de Dam en internering van NSB-ers in Fort de Bilt. Met zwartwitfoto's van toen en nu, kaarten en een plaatsnamenregister. Boeiende, zeer toegankelijk geschreven en ingedeelde, informatieve oorlogs(reis)gids die juist door de andere (plaatsgebonden) insteek de Tweede Wereldoorlog dichterbij brengt.
(bron)Auteur: Erik Deen, 3e druk: november 2017 (EAN 9789462154872)
(bron)Auteur: R. Deen (en Fred Houtzager), 3e druk: september 2002, 29 pagina's (EAN 9789055733453), Psychologie
Dit boek is een uitgave van een stichting die 'levensbeschouwelke communicatie' bevordert. Het is bedoeld voor gebruik in het primair onderws. Wat betreft de inhoud geven 'verhalen uit alle windstreken' en van 'alle culturen' en 'drama(onderws)' elkaar een hand. De opbouw is eenvoudig en duidelk. De verhalen worden aangeboden voor drie leeftdscategorien: van 4 t/m 6, van 7 t/m 9, van 10 t/m 13 jaar. Qua verdeling over het schooljaar worden de vier seizoenen gevolgd. Rondom ieder verhaal wordt aangegeven wat de mogelkheden zn voor verwerking in een drama-les. De inhoud kan gezien worden als een complete leergang voor drama-onderws/levensbeschouwing/geestelke stromingen; er kan echter ook uit geput worden ten behoeve van op zichzelf staande lessen. Het boek kent een bruikbaar drama-ABC waarin zo goed als alle b drama-onderws horende begrippen worden uitgelegd. De uitwerking is overzichtelk, gemakkelk bruikbaar en zit boordevol tips en ideen. Aan alles is te zien dat de auteurs veel onderwservaring hebben op voornoemde vakgebieden. Z hebben haarfn aangevoeld wat de vraag is van ieder die met groepen kinderen werkt (zowel binnen als buiten school!) en op een doordachte wze invulling willen geven aan drama-activiteiten.
Mart Seerden
(bron)Auteur: William M. Deen, 1e druk: februari 1998, 624 pagina's (EAN 9780199740253)
Analysis of Transport Phenomena, International Second Edition, provides a unified treatment of momentum, heat, and mass transfer, emphasizing the concepts and analytical techniques that apply to these transport processes.
The international second edition has been revised to reinforce the progression from simple to complex topics and to better introduce the applied mathematics that is needed both to understand classical results and to model novel systems. A common set of formulation, simplification, and solution methods is applied first to heat or mass transfer in stationary media and then to fluid mechanics, convective heat or mass transfer, and systems involving various kinds of coupled fluxes.
An ideal text for graduate level courses in transport phenomena for chemical engineers,Analysis of Transport Phenomena provides a unified treatment of momentum, heat, and mass transfer, emphasizing the concepts and analytical techniques that apply to all of these transport processes.
The first few chapters establish the tools needed for later analyses while also covering heat and mass transfer in stationary media. The similarities among the molecular or diffusive transport mechanisms--heat conduction, diffusion of chemical species, and viscous transfer of momentum--are highlighted. Conservation equations for scalar quantites are derived first in general form, and then used to obtain the governing equations for total mass, energy, and chemical species. The scaling and order-of-magnitude concepts which are crucial in modeling are also introduced. Certain key methods for solving the differential equations in transport problems, including similarity, perturbation, and finite Fourier transform techniques, are described using conduction and diffusion problems as examples.
Following chapters are devoted to fluid mechanics, beginning with fundamental equations for momentum transfer and then discussing unidirectional flow, nearly unidirectional (lubrication) flow, creeping flow, and laminar boundary layer flow. Forced-convection heat and mass transfer in laminar flow, multicomponent energy and mass transfer, free convection, and turbulence are also covered. The appendix summarizes vector and tensor operations and relations involving various coordinate systems.
Based on twenty years of teaching and extensive class testing, Analysis of Transport Phenomena offers students both extensive coverage of the topic and inclusion of modern examples from bioengineering, membrane science, and materials processing. It is mathematically self-contained and is also unique in its treatment of scaling and approximation techniques and its presentation of the finite Fourier transform method for solving partial differential equations.
Auteur: William M. Deen, 1e druk: augustus 2016 624 pagina's (EAN 9781316577578)
Designed for introductory undergraduate courses in fluid mechanics for chemical engineers, this stand-alone textbook illustrates the fundamental concepts and analytical strategies in a rigorous and systematic, yet mathematically accessible manner. Using both traditional and novel applications, it examines key topics such as viscous stresses, surface tension, and the microscopic analysis of incompressible flows which enables students to understand what is important physically in a novel situation and how to use such insights in modeling. The many modern worked examples and end-of-chapter problems provide calculation practice, build confidence in analyzing physical systems, and help develop engineering judgment. The book also features a self-contained summary of the mathematics needed to understand vectors and tensors, and explains solution methods for partial differential equations. Including a full solutions manual for instructors available at www.cambridge.org/deen, this balanced textbook is the ideal resource for a one-semester course.
'Professor Deen has provided many examples illustrating the principles of fluid dynamics in a clear manner, which highlights both important ideas and their generality. A student should find the approach to be one that assists learning and understanding, and an instructor will find many examples, ideas and quality explanations.' Howard Stone, Princeton University, New Jersey 'It is very well written, the explanations are clear and detailed, and it contains numerous original 'real-world' examples and problems.' Andreas Acrivos, Stanford University, California Professor Deen has provided many examples illustrating the principles of fluid dynamics in a clear manner, which highlights both important ideas and their generality. A student should find the approach to be one that assists learning and understanding, and an instructor will find many examples, ideas and quality explanations. Howard Stone, Princeton University, New Jersey It is very well written, the explanations are clear and detailed, and it contains numerous original 'real-world' examples and problems. Andreas Acrivos, Stanford University, California
(bron)Auteur: Sophie Deen, 1e druk: oktober 2016, (EAN 9781912022540)
Nine-year-old tech whizz Detective Dot has a dangerous new mission from the Children's Intelligence Agency - investigate teenage trillionaire Shelly Belly. Why are all her inventions so cheap, and where does she make them? Dot's going to have to use all her coding skills, cunning and gadgets to crack the case.
(bron)Auteur: Sanne van Heijst, 1e druk: april 2016, (EAN 9789045031361)
De titel geeft al aan dat het boek probeert een tweetal verhaallijnen met elkaar te combineren, namelijk enerzijds het levensverhaal van Gerda Nothmann, die van 2 juli 1943 tot met 2 juni 1944 was opgesloten in het doorgangskamp Vught en gedurende het grootste deel van haar verblijf deel uitmaakte van het zogenaamde Philips-Kommando, en anderzijds een verduidelijking van de betekenis van dat Philips-Kommando in de overlevingsmogelijkheden van Joodse gevangenen in het kamp. Sanne van Heijst (1980), die na haar studie bedrijfskunde werkzaam was bij de Stichting Nationaal Monument Kamp Vught, is in haar debuut als schrijfster erin geslaagd een mooi en informatief boek te maken, met de kanttekening dat over de oorlogsinspanningen van Philips wel iets meer te vertellen is dan de schrijfster doet.
Gerda Nothmann wordt in 1927 geboren in een welvarend en intellectueel Joods milieu. Haar vader Max Nothmann is een gepromoveerd rechter aan een arrondissementsrechtbank. Haar moeder Adele is een telg van de familie Ginsberg-Sachs, een prominent handels- en bankiersgeslacht en een van de meest vooraanstaande Joodse families, die volgens de historicus Sebastian Haffner een elite vormen binnen de Weimarrepubliek, bijna een ‘tweede aristocratie’. De kinderen Gerda en Vera groeien dan ook op in een sfeer waarin cultuur, klassieke opleiding en patriottisme de centrale elementen zijn. De kinderen zijn twaalf en tien jaar oud in 1939 als ze door hun ouders op het vliegtuig naar Nederland worden gezet met als doel een paar maanden bij pleeggezinnen in Breda te verblijven. Gerda komt terecht bij het kinderloze echtpaar Swaep, dat de beste bedoelingen zal hebben gehad om een bevriend paar uit Berlijn te helpen, maar waar Gerda slechts een weinig hartelijke atmosfeer ervaart. Vera daarentegen, toch al een veel zorgelozer kind dan haar wat oudere zus, komt terecht bij het gezin Koperberg, dat een dochtertje van Vera’s leeftijd heeft, waar ze direct liefdevol wordt opgenomen in het gezin. De ouders blijven ondertussen in Berlijn drukdoende om alsnog te proberen een emigratie uit de hoofdstad van het Derde Rijk te bewerkstelligen, maar zullen er uiteindelijk nooit in slagen een gezamenlijke emigratie naar Amerika voor elkaar te krijgen. Eind 1940 zijn ze er zo van overtuigd dat het gaat lukken, dat ze Vera vanuit het op dat moment relatief veilige Breda terug naar Berlijn laten komen. In de loop van 1943 zullen Max, Adele en Vera worden gedeporteerd naar Auschwitz en waarschijnlijk direct na aankomst worden doorgestuurd naar de gaskamers.
Gerda is intussen in februari 1940 verhuisd naar Tilburg, waar ze onderdak vindt bij het Joodse gezin Deen, dat een zoon en dochter van dezelfde leeftijd heeft en waar ze direct helemaal in het gezin wordt opgenomen. De overgang moet voor haar enorm zijn geweest van de enorme welstand in Villa Augusta in de deftigste wijk van het mondaine Berlijn, via het bepaald ook niet armlastige echtpaar Swaep in hun riante en fraai gelegen woning in Breda, naar de wel armlastige familie Deen in hun rijtjeswoning in de grauwe fabrieksstad Tilburg. Gerda heeft het er echter enorm naar haar zin, leert snel Nederlands en haalt prima cijfers op school. Een vervolgopleiding wordt echter snel onmogelijk gemaakt vanwege maatregelen die door de Duitse bezetter aan de Joodse bevolking worden opgelegd. In juni 1943 komt het bevel dat de familie Deen en hun kostganger zich moeten melden in Kamp Vught. Daar weet Gerda een baantje te krijgen bij het Philips-Kommando, iets wat ze aanvankelijk wil weigeren. De familie Deen dient namelijk door te reizen naar Westerbork en de zestienjarige Gerda wil bij hen blijven. Käthe Deen, uit Duitsland afkomstig en daar opgeleid als arts, weet haar te overtuigen te blijven. De familie Deen zal uiteindelijk in 1943 in Auschwitz om het leven worden gebracht.
Kamp Vught wordt in de loop van 1942 midden in een bos gebouwd. In januari 1943 neemt de SS het zogenoemde Konzentrationslager Herzogenbusch in gebruik voor het onderbrengen van vooral politieke gevangenen, in mindere mate als doorgangskamp voor Joden uit Zuid-Nederland. In totaal hebben er in de periode januari 1943 - september 1944 ruim 31.000 mannen, vrouwen en kinderen korte of langere tijd gevangen gezeten, waaronder 12.000 Joden. Van hen zijn er in die periode circa 750 in het kamp om het leven gekomen door uitputting, mishandeling of executie.
Als snel na de opening van het kamp komt uit Berlijn het dringende verzoek aan directeur Frits Philips om een werkplaats voor gevangenen in te richten in Kamp Vught. De werkplaats zal door het vervaardigen van radiobuizen, waarvoor de Duitse fabrieken niet langer de mankracht hebben om aan de vraag te voldoen, een bijdrage dienen te leveren aan de behoeften binnen de Duitse legers. Die vraag komt overigens niet uit de lucht vallen. Al in 1933 is Philips Europa's grootste fabrikant van radiobuizen (de voorgangers van de hedendaagse chips). Radiobuizen vormen de kern van radarsystemen, draadloze telefonie, richtapparatuur, radiobakens, boordradio's en zendinstallaties, kortom van alle apparatuur waarmee de vernietigingskracht van leger, luchtmacht en marine wordt verveelvoudigd. Door een octrooigeschil met Duitslands grootste radiobuizenproducent (Telefunken) produceert Philips vrijwel geen radiobuizen voor Duitsland. Officieel althans, want Philips heeft wel degelijk via dochterondernemingen grote belangen in Duitsland en is niet onbelangrijk binnen het totale herbewapeningsprogramma dat Hitler vanaf 1935 in gang zet. In een artikel van 17 januari 1996 in De Groene Amsterdammer (‘De oorlog van Frits’) geeft Pieter Lakeman een lange opsomming van de commerciële belangen van Philips in Duitsland en van hun grote waarde voor de Duitse oorlogseconomie. De auteur concludeert dan ook dat Frits Philips op kleine schaal (het Kommando) weliswaar een mensenredder was, maar op grote schaal verantwoordelijk kan worden gesteld voor de verlenging van de oorlog met vele maanden. Geen misselijke vergelijking. In het boek wordt met geen woord over deze en soortgelijke kritische visies op de rol van Philips gesproken.
In de oorlog is de steun van een belangrijke producent als Philips nog belangrijker en er is de Duitsers dus veel aan gelegen het bedrijf te bewegen om binnen het Kamp Vught voor hen te gaan produceren, is het niet goedschiks dan maar kwaadschiks. Meneer Frits zou dit eerst hebben geweigerd, maar in tweede instantie na intern overleg en met instemming vanuit het verzet toch hebben ingestemd. Hij denkt zo de belangen van het bedrijf en haar werknemers te dienen, maar ook de gevangenen te kunnen helpen en wellicht een beetje de Duitse oorlogsmachinerie te kunnen saboteren. Aan zijn medewerking verbindt hij de volgende voorwaarden:
Tot grote verbazing van de bedrijfsleiding van Philips gaat de SS-kampleiding akkoord met deze voorwaarden, maar gezien het grote belang voor de Duitse oorlogsindustrie is het niet zo verbazingwekkend dat de eisen snel worden ingewilligd. Philips moet de SS wel betalen voor elke tewerkgestelde gevangene: 3 gulden per dag voor een ongeschoolde en 4,50 gulden voor een geschoolde gevangene. Op 22 februari 1943 gaat de Philips Speciale Werkplaats B677 van start. De gevangenen die daar werken vormen het Philips-Kommando. In totaal hebben ruim 3.100 mannen en vrouwen, waaronder 600 Joden, er gewerkt. Gerda was er één van.
Op 2 juni 1944 wordt ze samen met de andere Joden afgevoerd naar Auschwitz, waar de ‘Philips-meisjes’ direct als gehele groep, een unicum in de geschiedenis van het kamp, naar een speciale barak worden afgevoerd. Al een maand later wordt de gehele groep doorgestuurd naar Reichenbach, om daar voor Telefunken hetzelfde werk te doen als eerder voor de grote Nederlandse concurrent. In de periode februari 1945 - mei 1945 zwerft de groep door Noord-Duitsland, op een gedwongen vlucht voor de oprukkende Russische legers. Na de bevrijding in Sleeswijk-Holstein kan ze in Zweden op krachten komen. Van daaruit vertrekt ze in februari 1946 naar de Verenigde Staten, waar ze eerst gaat studeren en daarna met Charles Luner een gezin sticht. Vanaf het begin heeft ze in de VS vertelt over haar oorlogservaringen. Voor haar kinderen en kleinkinderen heeft ze in 1990 haar levensverhaal op papier gezet. Sanne van Heijst heeft uit dit verhaal kunnen putten.
Het is een indrukwekkend levensverhaal geworden over een tragisch leven. Natuurlijk, er is een happy end want de oorlog is overleefd, maar zoals bij iedereen die uit de vernietigingskampen terugkeerde is er teveel kapotgegaan om echt te spreken van een gelukkig slot. Gerda is haar complete familie kwijt, haar pleeggezin is ook van de aardbodem verdwenen, het familiefortuin is in de dertiger en begin veertiger jaren geheel door de Duitse overheid ingepikt en vooral is er psychisch een grote dreun uitgedeeld. Als Gerda in 1993 in een brief aan een vriendin op haar leven terugkijkt, merkt ze op: "Ik heb een goed leven gehad, zo goed als te verwachten valt voor iemand die het trauma van haar ervaringen in 1933-1945 nooit te boven is gekomen. Ik heb nog steeds nachtmerries, en heel vaak migraine, en het is ook niet altijd gemakkelijk geweest voor Charles. Iets in mij is doodgegaan. Ik heb dus nooit echt gelukkig kunnen zijn. Maar ik heb een goede echtgenoot, goede kinderen, goede schoonzoons, heerlijke kleinkinderen, hoewel ze zo ver weg wonen."
Gerda en met haar alle andere Philips-meisjes laten steeds weten Philips dankbaar te zijn voor de inspanningen in de oorlog, in de overtuiging dat zij allen hun leven te danken hebben aan het Eindhovense bedrijf. Zelfs de enkeling van hen die een kritische noot op het bedrijf heeft (het zou immers ten koste van de gevangenen aan het Kommando verdiend hebben) erkent dat feit. Anderen, en Gerda Nothmann behoort tot die groep, zijn van mening dat zij hun leven aan Philips te danken hebben, maar dat het redden van een groep Joodse gevangenen geen doel van het bedrijf is, slechts na de oorlog een prettige bijkomstigheid. Van de 496 Joden die in juni 1944 in het Kommando zitten, overleven er uiteindelijk 382 de oorlog en de rol van Philips is daarbij onmiskenbaar. Frits Philips ontvangt daarvoor in 1996 de Yad-Vashem-onderscheiding, een toekenning die door Israël nooit lichtvaardig wordt gegeven. In Bijlage 2 van het boek beschrijft dr. D.B. Jochems op overtuigende manier de inspanningen van het Philips-Kommando en de beweegredenen die aan de onderscheiding ten grondslag liggen.
Maar toch, de algemene conclusie is dat het bedrijf destijds onder Duitse druk een sprong in het diepe heeft gemaakt met het bedrijfsbelang als belangrijkste criterium. De oprichting van het Philips-Kommando was dus beslist geen verzetsdaad en Frits Philips was geen Nederlandse Oskar Schindler. De werkwijze van het Kommando is echter ook geen voorbeeld van collaboratie (dat erkent ook de al genoemde Lakeman, het gaat hem en geestverwanten om de rol die het Philips-concern op macro-economisch niveau speelt), want men heeft hier niet helemaal willoos aan de Duitse leiband gelopen en aantoonbaar veel gedaan aan de verbetering van de leefomstandigheden en daardoor aan de overlevingskansen van gevangenen.
Sanne van Heijst heeft het boek geschreven in opdracht van de Stichting Geschiedschrijving Philips-Kommando Concentratiekamp Vught ’43-’44, wat een beetje de verdenking met zich meebrengt dat iets teveel de wat rooskleurige Philips-versie van het verhaal wordt gevolgd. Zo wordt tamelijk uitvoerig verslag gedaan hoe de drie Philips-kopstukken in het kamp (Carel Braakman, Dirk Wissink en Bram de Wit) met veel bravoure en list de kwaadaardige kampcommandant steeds te slim af waren, terwijl de feitelijke gang van zaken was dat die commandant Chmielewski het bedrijf dwong Joden en vrouwen in het werkkamp aan te nemen. De schrijfster had hier iets kritischer mogen zijn; ze stipt de kritiekpunten op het bedrijf wel aan, maar de negatieve kanttekeningen krijgen aanzienlijk minder ruimte dan de beschrijvingen van de heldendaden van Philips en genoemd drietal. Laat staan dat ingegaan wordt op de zeer harde kritiek die vanuit diverse hoeken ook op het bedrijf is geuit. Als men gezien de titel van het boek zo erg inspeelt op het Philips-Kommando binnen Kamp Vught was het gepast geweest op de kritiekpunten dieper in te gaan. Het zou het prima boek dat Van Heijst heeft afgeleverd nog krachtiger hebben gemaakt.
(bron & bron)