We passen de theorie toe op het voorbeeld van een modern sprookje.
OPDRACHTEN
VOORKENNIS: Sprookjes waren niet altijd verhalen die eindigden niet altijd met "en ze leefden nog lang en gelukkig". Ze vonden hun oorsprong in volksverhalen die heel wat gruwelijker van aard waren. In onderstaand fragment vertellen auteur Marita De Sterck en onderzoeker Vanessa Joossen over deze vroegere versies van sprookjes.
ZAKELIJKE LEESVAARDIGHEID: Lees onderstaand artikel. Vooraleer je begint te lezen, denk je al eens na over deze vragen.
Druk het artikel indien mogelijk af: op papier lezen is nog altijd aangenamer dan lezen op je scherm.
ZAKELIJKE LEESVAARDIGHEID: De leerkracht overloopt nog even de leesstrategie "collaborative close reading" en geeft jullie een enveloppe met de herstelstrategieën. Op het einde geef je met je groep een begrippenlijst af en een versie van de tekst waarbij er in elke alinea de kernzin onderlijnd is.
KRIJGERS: jullie leiden de discussie en zorgen ervoor dat alles vlot verloopt. Je zorgt er ook voor dat in het artikel van elke alinea de kernzin aangeduid wordt, of geeft deze taak door aan een groepslid dat nog geen taak heeft.
MAGIËRS: Jullie zijn verantwoordelijk voor de herstelstrategieën. Zorg ervoor dat de kaartjes op het einde terug verzameld worden en samen de samenvatting van de tekst afgegeven wordt.
GENEZERS: Jullie zijn de verslaggevers. Jullie zijn eindverantwoordelijke voor de begrippenlijst.
WOORDENSCHAT: Gebruik onderstaand sjabloon om een begrippenlijst aan te leggen van ten minste 10 woorden of uitdrukkingen.