Wat is het?
Onder artificiële intelligentie wordt 'nagemaakte slimheid’ verstaan. Dit is een tak van informatica dat probeert menselijke intelligentie na te streven. Het computersysteem leert ons zaken beter te doen, over en over. Hiervoor wordt data gebruikt. Door deze steeds te herwerken kan artificiële intelligentie alsmaar beter worden. AI is iets waar iedereen mee te maken krijgt in het dagelijks leven. Sociale media, online shoppen, Spotify, zelfrijdende auto’s, taal en spraak (Siri & Alexa) ... maken allemaal gebruik van AI (De Ketelaere, 2020; Van Leuken, 2019).
Drie vormen van AI
Kunstmatige zwakke intelligentie (Artificial Narrow Intelligence of ANI)
Dit is de enige kunstmatige intelligentie die succesvol gerealiseerd is. Bij ANI kan iemand denken aan gezichts-, spraak- of stemherkenning, maar ook aan autorijden of opzoekwerk op het internet. Denk hierbij ook zeker aan Siri en Spotify. Het ‘zwakke’ aan deze intelligentie is dat het enkel menselijk gedrag stimuleert op basis van een beperkt aantal gegevens en contexten. Hierbij kan men nog niet spreken van menselijke intelligentie. ANI heeft al vele doorbraken gekend. AI-systemen worden bijvoorbeeld al in de geneeskunde gebruikt om uiterst nauwkeurig onderzoek (en diagnose) te doen naar onder andere kanker.
Kunstmatige algemene intelligentie (Artifical General Intelligence of AGI)
Bij deze vorm van kunstmatige intelligentie wil men een machine maken waarbij er menselijke intelligentie/gedrag nagebootst kan worden. Ook zou de machine zich moeten aanpassen om een probleem op te lossen. Om nadien te kunnen denken, begrijpen en handelen zoals een mens dat kan. Deze intelligentie is nog niet gerealiseerd. Onderzoekers missen voornamelijk de manier om een machine te maken die mensen echt kan begrijpen. Dit komt voornamelijk doordat men nog niet alle kennis heeft over de functionaliteit van het menselijke brein.
Kunstmatige superintelligentie (Artificial Super Intelligence of ASI)
Hierbij gaat het niet meer over menselijke intelligentie begrijpen of nabootsen, maar het overtreffen van de menselijke intelligentie. ASI zou theoretisch gezien veel beter zijn in alles wat men doet, zoals het vormen van besluiten en oplossen van problemen. Er zijn veel twijfels rond het maken van deze superintelligente wezens. De impact op het voortbestaan van de mens wordt hierbij in twijfel gesteld. Voorlopig bestaat enkel zwakke AI, maar de technologie blijft zich ontwikkelen en daardoor zijn er al twee theorieën rond AI ontstaan. In de eerste theorie worden de robots zo intelligent en sterk, dat ze de mensheid gaan uitroeien en de wereld overnemen. Terwijl in een andere theorie wordt gezegd dat mensen en robots gaan samenwerken. Ze gebruiken de kunstmatige intelligentie als hulpmiddel om beter te kunnen leven (O’Carroll, 2017).
Uit onderzoek van Dialogic worden enkele positieve en negatieve effecten van AI in het onderwijs weergegeven:
Werkdruk verlagen bij leerkrachten.
Het onderwijs sluit beter aan bij de leerling, zowel qua resultaten als het leerproces zelf. (adaptief leren)
Ondersteunt leerkrachten met inhoudelijke inzichten.
Verbeteren toetsing van kennis.
Het vergroot de effectiviteit van digitale leermiddelen en ook de samenwerking met andere technologieën.
Onderwijsdoelen kunnen in het geding raken doordat niet alle handleidingen in één platform aanwezig zijn.
Privacy gevoelig
Leerkrachten zijn onzeker over hun werkzekerheid in de toekomst.
Andere basisvoorzieningen zijn nog niet op orde, maar men wil al wel AI toepassen binnen onderwijs.