1. Het verschil tussen rouwen en neerslachtigheid.
Wat is het verschil tussen rouwen en neerslachtigheid? Rouwen is een zaak van het hart, terwijl neerslachtigheid een zaak van het hoofd is. Rouwen leidt tot denken, terwijl neerslachtigheid het denken stil legt. Rouwen komt van het licht in iemand zijn ziel, en neerslachtigheid komt van de duisternis in iemand zijn ziel. Rouwen wekt iemand op tot leven, en neerslachtigheid brengt het tegenovergestelde. De Torah verplicht iedereen om te rouwen wanneer dat gepast is, maar het verbiedt neerslachtigheid en gebiedt iedereen om de Almachtige te dienen met vreugde.
2. Accepteer de pijn van de rouw.
De pijn die iemand ervaart wanneer er een naast familielid overlijdt kan niet ontkend worden, net zo min als de lichamelijke pijn die iemand ervaart wanneer een ledemaat geamputeerd is van iemands lichaam.
Accepteer de onvermijdelijke pijn in plaats van er tegen te vechten, en dan zal het gemakkelijker te tolereren zijn. Emotionele pijn wordt verergerd wanneer iemand zich slecht voelt omdat hij zich slecht voelt. Gepaste rouw is een uitdrukking van de liefde en waardering voor de overledene. U kan zich er goed over voelen dat u die gevoelens hebt.
3. Het Tora gezichtspunt op rouwen.
A) Iemand die gelooft weet dat iemand zijn dood niet het einde is van diens bestaan. De ziel van de overledene gaat juist naar een betere wereld. De tranen geplengd over de dood van een geliefde is als huilen over iemand die verhuist naar een plaats ver weg. Maar dit is anders dan huilen over iemand die verloren is en nooit meer terug zal komen.
B) Rabbijn Simcha Zissel van Kelm zei dat onze verplichting om te rouwen over de dood van een ontvallen dierbare is om mee te leven met de overledene. Uzelf slecht voelen omdat u een dierbare mist is ongepast. Aangezien we allemaal kinderen van de Almachtige zijn zou het een aanklacht tegen de Almachtige zijn om u gebroken te voelen omdat u een dierbare mist. De reden waarom het gepast is om te rouwen uit medeleven voor de overledene is omdat we moeten meeleven met het lijden van anderen, hetgeen de vervulling is van het gebod om uw naaste lief te hebben.
Rabbijn Jeruchem Levovitch van Mir schreef aan iemand die zijn moeder verloren had: “Probeer jezelf te verheffen door deze gebeurtenis. Probeer niet neerslachtig te zijn of te lijden omdat jij je moeder mist. Dat zou een overtreding zijn, en een persoon moet daar heel voorzichtig in zijn. De juiste houding zal je gezondheid beschermen en je in staat stellen om de Almachtige met vreugde te dienen. Vind troost in je geestelijk groei en dat zal je moeder, gezegend zij haar herinnering, goed doen.
C) Het Torah concept van rouwen is om mee te leven met de overledene. Vaak huilen rouwende over hun persoonlijk verlies zonder zich te richten op de persoon die overleden is. Zij hebben een dierbare verloren, en voelen pijn vanwege hun verlies.
U zal uzelf miserabel maken wanneer u tegen uzelf blijft herhalen: “Wat vreselijk dat mijn dierbare niet langer in leven is. Hoe kan ik doorgaan zonder hem?” Maar u hebt de mogelijkheid om tegen uzelf te zeggen: “Ik kan het leven aan. Het zou moeilijk kunnen zijn, maar ik red het wel.” Wat u uzelf vertelt zal bepalen hoe u zich voelt. Waarom zou u het leven moeilijker maken voor uzelf door uw moeilijkheden onnodig uit te vergroten?
D) De Torah verplicht ons om te rouwen om het verlies van een dierbare, maar deze rouw is niet om het lichamelijke verlies. Het lichamelijke verlies is niet voldoende reden voor rouw. Gezien puur vanuit het lichamelijke perspectief, wat zou een persoon winnen als hij vele jaren langer zou leven? Wat is de uiteindelijke winst van het verorberen van honderden extra kippen, en duizenden extra broden? Wat is het grote verschil als de overledene dit aan anderen overgelaten heeft? De Torah verplicht ons om te rouwen om de nadruk te leggen op het verlies van de ware zin van het leven; namelijk de geestelijke verheffing die een persoon had kunnen verkrijgen als hij nog geleefd had. De Almachtige heeft hem hier op deze aarde neergezet voor een reden. De dood van die persoon moet de treurenden er aan herinneren om hun leven te vullen met alle geestelijke groei waar ze toe in staat zijn.
4. Hoewel rouwen een plicht is, is overmatig treuren (zowel in kwantiteit als in kwaliteit) ongepast.
A) De Talmoed waarschuwt ons om niet buitensporig te treuren om het verlies van zelfs onze naaste familieleden. Hoewel we verplicht zijn om te rouwen om diegenen die ons na staan, moet onze rouw binnen de perken blijven. De voorgeschreven hoeveelheid is: Drie dagen om te huilen, de gehele shiva (periode van 7 dagen) voor toespraken over de overledene, en de shloshiem (dertig dagen) voor externe tekenen van rouw. Daarna zegt de Almachtige: “Het is niet passend dat jij meer genade toont dan Ik.”
B) Met betrekking tot het rouwen om onze dierbaren zegt de Torah: “Jullie zijn kinderen van de Almachtige” (Deut 14:1) Daarom is het jullie verboden om jezelf te verminken of je haar uit te trekken als teken van rouw. Drie grote Torah geleerden verklaren dit vers op een manier die ons in staat stelt om de dood van een dierbare op zo'n manier te zien dat extreme rouw vermeden wordt.
De Ibn Ezra gaf als commentaar: Wanneer u zich realiseert dat u kinderen bent van de Almachtige, en dat Hij u meer liefheeft dan een aardse vader van zijn kinderen houdt, dan zal u niet extreem rouwen over wat Hij u ook aandoet. Wat Hij ook doet, het is uiteindelijk ten goede voor u. Soms kan u Zijn wegen niet begrijpen, net als een klein kind niet altijd begrijpt waarom zijn vader iets doet. Maar toch vertrouwt het kind zijn vader. Zo moet u ook de Almachtige vertrouwen.
De Ohr Hachayiem gaf als commentaar: Een fundamenteel Torah concept is dat als iemand overlijdt hij niet in het niets verdwijnt. De situatie is meer vergelijkbaar met iemand die zijn zoon op zakenreis stuurt naar een andere stad. Nadat hij zijn zoon een bepaalde hoeveelheid tijd gegeven heeft om wat geld te verdienen stuurt de vader hem een bericht om thuis te komen. Wanneer de zoon terugkeert tot de vader dan is het bestaan van de zoon niet geëindigd, maar hij is alleen van de ene plaats naar de andere verhuist. Daarbovenop, wanneer hij is teruggekeerd naar zijn vader, dan is hij weer thuis, wat de beste plaats is voor hem. Wanneer iemand overlijdt, dan keert zijn ziel op dezelfde manier terug naar zijn Hemelse Vader.
De Sforno gaf als commentaar: Een persoon vertoont niet de ergste vorm van rouw voor een ver familielid wanneer hij andere familieleden heeft waar hij nauwer mee verwant is, en die voornamer zijn, en die guller zijn naar hem toe. Aangezien u een kind van de Almachtige bent, die uw Vader is die eeuwig is, daarom moet u niet reageren met de ergste vorm van rouw wanneer u een sterfelijk familielid verloren hebt.
5. Accepteer het oordeel van de Almachtige.
A) Na de dood van een naaste verwant zullen gedachten van zorgen en pijn regelmatig in u opkomen, zelfs na de rouwperiode. Wanneer zulk soort gedachten opkomen moet u proberen sterk te zijn en het oordeel van de Almachtige te aanvaarden. Iedere keer dat u gedachten van zelfmedelijden overwint verheft u uzelf geestelijk.
B) Toen Aharon zijn twee zonen stierven deed hij er het zwijgen toe, en werd daarvoor beloond. Stil blijven wanneer u met lijden geconfronteerd wordt vereist veel inspanning. Er zijn tijden waarin zwijgen niet alleen de afwezigheid van spreken is. Soms zegt zwijgzaamheid meer dan worden kunnen uitdrukken.
Toen de dochter van Rabbijn Zundel van Salant stierf, sprak hij de zegenspreuk “De waarachtige Rechter” uit. (wanneer een jood erg slecht nieuws krijgt, dan zegt hij: 'Gezegend zijt Gij mijn Heer onze God, Koning van de wereld, de Waarachtige Rechter') Hij vertoonde daarbij geen tekenen van emotie. Het hoofd van de begrafenisonderneming zei dat hij dezelfde concentratie en kalm gemoed had als iemand die een zegenspreuk van dankzegging voor iets aangenaams uitspreekt.
Kort nadat Rabbijn Abraham Grodzensky de geestelijk leider van de Slobodka Talmoedacademie werd, overleed zijn vrouw, en liet hem met acht jonge wezen achter, waarvan de jongste één en twee jaar oud waren. Rabbijn Abraham sprak niet direct na het verkrijgen van het slechte nieuws de zegenspreuk “de Waarachtige Rechter” uit. Hij leerde altijd dat men niet de geboden moet vervullen omdat het een aangeleerde gewoonte is, maar dat we ons bewust moeten zijn van wat we doen en zeggen. Hij wachtte twee dagen voordat hij voelde dat hij in staat was om de zegenspreuk op de juiste manier te zeggen, waarvan de Talmoed zegt dat het met vreugde uitgesproken moet worden.
Toen hij de zegenspreuk zei, voelde hij in hemzelf dat hij het oordeel van de Almachtige volledig accepteerde.
C) Het accepteren van de oordelen van de Almachtige geeft iemand de kracht om zijn geest onder controle te houden, zelfs in tijden van grote moeilijkheden.
In de week dat zijn zoon terminaal ziek was, en op het punt stond om te overlijden, reisde Rabbijn Josef Hurwitz af om een belangrijke zaak voor zijn gemeente te regelen. Zijn zoon had hem niet meer nodig, en als hij zou wachten tot hij overleden zou zijn, dan zou hij verplicht zijn om een week in rouw te zitten, en dan zou hij die zaak voor zijn gemeente moeten uitstellen. Aangezien dat uitstel anderen schade zou berokkenen voelde hij een verplichting om de zaak direct te regelen.
6. Realiseert u zich dat alle relaties maar tijdelijk zijn.
Wanneer u weet dat een relatie maar tijdelijk is, dan bent u niet zo erg van streek wanneer er een eind aan komt, dan wanneer u denkt dat het veel langer zal duren, en er onverwacht een einde aan komt.
Realiseert u zich dat uiteindelijk iedereen sterft, en dat de enige vraag is hoe lang iemand zal leven.
Wanneer u zich realiseert dat uw relaties met uw dierbaren tijdelijk zijn, dan zal u nog steeds een gevoel van verlies ervaren wanneer zij sterven, maar het zal niet zo vreselijk hard aankomen als wanneer u dacht dat de relatie voor eeuwig was. Waardeer de tijd die u samen had. Denk niet dat het verspilde tijd was omdat het niet zo lang duurde als u gewild zou hebben. Ik bezocht eens een begrafenis van een tiener waarbij de rouwende ouder uitriep: “Alles wat ik gedaan heb is voor niks geweest!” Alhoewel we het iemand onder zulke omstandigheden niet kwalijk kunnen nemen wat hij zegt, is het toch een fout om te denken dat die tijd verspild was. De ouder had een veertienjarige relatie met het kind en groeide geestelijk en emotioneel door de tijd die ze samen doorbrachten. In zulke situaties is het belangrijk dat mensen zich focussen op positieve aspecten van hun relatie en niet voor zichzelf blijven herhalen hoe het had kunnen zijn.
Rouw gaat vaak gepaard met schuldgevoelens. Velen kijken terug op hoe ze zich gedragen hebben naar de overledene en herinneren zich hun fouten in hun omgang met hem toen hij nog leefde. Aangezien we het niet langer goed kunnen maken met hem kunnen die gevoelens zeer pijnlijk worden, en soms kan het een obsessie worden. Men moet zich dwingen om in het heden te leven. Vraag uzelf af: “Wat kan ik in het hier en nu doen om de herinnering van de overledene te eren?” Behalve het geven van donaties aan goede doelen kan u de overledene eren door dagelijkse activiteiten, gedaan zonder publiciteit en fanfare, zoals u voornemen om iedere dag een bepaalde daad van liefdadigheid te doen voor zijn eer. Het nadenken over praktische manieren om de nagedachtenis van de overledene te eren zal uw gedachten afhouden van contraproductieve zaken zoals uzelf verwijten maken.
Hoe sterker de schuldgevoelens zijn, hoe meer tijd en energie iemand moet stoppen in het constructief eren van de herinnering van die persoon met het doen van goede daden.
Schuldgevoelens zijn vooral sterk wanneer iemand zichzelf blijft vertellen dat hij iets had kunnen doen om het sterfgeval te voorkomen. Vaak is de schuld heel sterk overdreven omdat hij helemaal niet had kunnen weten hoe ernstig de situatie was. Onderzoek uw schuld: Wat had ik werkelijk anders kunnen doen aangezien ik toen niet wist wat ik nu weet? Zou ik iemand anders in deze situatie iets verwijten? Zou de overledene willen dat ik me zo miserabel voel?
Als iemand daadwerkelijk schuld heeft aan het overlijden dan moet hij een Torah geleerde om advies vragen.
Een uitmuntende Torah geleerde die zeer goed voor zijn oudere vader gezorgd had voelde enorme schuld toen zijn vader overleed. Hij vreesde dat hij niet alles gedaan had voor zijn vader wat hij kon, en daarom verweet hij zichzelf enigszins de dood van zijn vader. Dit hoofd van een Talmoedacademie leed zoveel vanwege zijn schuldgevoelens dat er gevaar voor zijn gezondheid ontstond. Later op een vergadering van Rabbijnen in Vilna ontmoette hij de Chofetz Chajiem, die wist van zijn schuldgevoelens. De Chofetz Chajiem sprak lange tijd met hem over de waarde van oprecht berouw en inkeer, waarbij hij benadrukte dat berouw niet alleen verzoening brengt voor iemand zijn misstappen, maar dat het iemand verandert in een nieuw persoon. Hij is niet langer degene die hij de dag ervoor was, en daarom hoeft hij zich niet schuldig te voelen over het verleden. De Torah geleerde verkreeg een kalm gemoed en zei: “Ik ben een nieuw persoon, ik heb geen reden om te lijden vanwege het verleden.”
8. Als een persoon zingeving vindt in zijn rouw, dan zal het gemakkelijker zijn om er mee om te gaan.
A) Wanneer u uzelf de houding eigen maakt dat alles wat u overkomt een test is, zal het gemakkelijker maken om met het verlies van een dierbare om te gaan.
B) De Talmoed vertelt dat Rabbijn Jochanan mensen bezocht die een kind hadden verloren en hen troostte door een tand mee te nemen van het tiende kind dat hij verloren had. Wanneer kwam Rabbijn Jochanan op dit idee om anderen zo te troosten? Dat was op het moment dat hij zelf persoonlijk zeer veel leed. Hij had toch de tegenwoordigheid van geest om aan andere mogelijke treurende te denken en wat hij kon doen om hen te helpen door zijn verlies.
Rabbijn Jitschak Meir van Gur had dertien kinderen, en die stierven allemaal bij zijn leven. Toen de laatste stierf kwam zijn vrouw naar hem toe voor woorden van troost. Hij troostte haar door te zeggen: “Ons grote lijden zal een gedeeltelijke troost zijn voor anderen die een kind zouden kunnen verliezen. Zij zullen zichzelf troosten door te zeggen dat wij dertien kinderen verloren hebben, en dat hun verlies niet zo erg is als dat van ons.”
C) Wanneer een persoon zingeving kan vinden in zijn rouw, dan zal de last veel lichter zijn om te dragen. Viktor Frankl, een joodse arts die de tweede wereldoorlog doorbracht in twee concentratiekampen vertelde over een bejaarde arts die naar hem kwam omdat hij niet in het reine kon komen met de dood van zijn vrouw die twee jaar eerder overleden was. Zij hadden een heel gelukkig huwelijk, en hij was nu depressief. Frankl vroeg zijn vriend: “Wat zou er gebeurd zijn als jij eerst was overleden, en jouw vrouw had jou overleefd?” De man antwoordde dat zijn vrouw van hem afhankelijk was en dat ze zeer geleden zou hebben als ze hem overleefd zou hebben. Frankl legde hem uit: “Jouw vrouw is dat bespaard, en jij was degene die haar dat bespaarde. Maar jij moet nu de prijs betalen door haar te overleven en om haar te rouwen.” Op dat moment zag hij het doel van zijn rouw, de zin van zijn opoffering, en veel van de emotionele pijn was verlicht.
D) De pijn van rouw kan gezien worden als de prijs die iemand betaalt voor de positieve relatie die hij had met de persoon waar hij over treurt. Wanneer het op die manier bekeken wordt is het nog steeds pijnlijk, maar iets van de pijn kan er door verminderd worden.
9. Het troosten van anderen
A) Wanneer iemand een familielid verloren heeft dan is het de vervulling van het gebod “Heb uw naaste lief” om hem te troosten in zijn rouw. Alhoewel alle troostende woorden een vervulling zijn van dit gebod, als u dit op de juiste manier wil doen, overdenk het dan van te voren, zodat u de juiste woorden kan zeggen die het lijden van de rouwende die u bezoekt zullen verlichten.
B) Vaak zijn er geen woorden die u kan zeggen die treurende zullen vertroosten. Voeg u bij de rouwende in zijn rouw, en dat is op zich al een vertroosting voor hem.
C) Rabbijn Jitschak Hutner schreef aan iemand die een familielid had verloren: “Jou troosten? Ik zou niet weten hoe. Ik ken maar één uitspraak die honderden zonen van de gemeente Israel op hun lippen lag wanneer zij grote pijn ervoeren. Zij putten uit deze woorden kracht en moed gedurende hun momenten van enorm lijden: “Jitgadal wejitkadash shemee rabbah.... “
(dit is het Kaddish gebed/lofprijzing aan God die door treurende wordt gezegd voor hun overleden dierbare. Meer over het Kaddish gebed HIER)
Voor de introductie van "De Poort naar het Geluk" en een index van de hoofdstukken zie HIER