De detectie van overstroom gebeurt dmv een bimetaal.
Een bimetaal verbuigt onder invloed van temperatuur.
Door de stoom die door de motor vloeit te gebruiken voor het opwarmen van het bi-metaal, zal afhankelijk van de stroomsterkte de verbuiging van het metaal meer of minder plaats vinden.
Vermits dit een traag proces is, zal een overstroom pas na een bepaalde tijd leiden tot het verbuigen van het bimetaal.
Een kortstondige overstroom, zoals tijdens de aanloop van een motor, zal niet leiden tot het "trippen" van de thermische beveiliging.
De overstroom- of thermische beveiliging wordt ingesteld op de waarde vermeld op de motor kenplaat, afhankelijk van de schakeling van de motor (ster of driehoek).
Als een stroom, groter dan de ingestelde stroom, door de thermique vloeit zal het thermisch element na een bepaalde tijd de contacten 95,96 (NC) en 97,98 (NO) omschakelen.
Om deze contacten in hun oorspronkelijke stand te brengen (resetten) moet de resetknop ingedrukt worden.
Meestal is een thermique ook voorzien van een test knop.
Het drukken van deze knop onderbreekt het contact 95,96(NC), wat gebruikt wordt in de stuurkring om de hoofdcontactor van de motor aan te sturen.
Hierdoor kan een installatie getest worden op het correct uitschakelen van de motor bij overstroom, zonder een werkelijke overstroom te forceren.