Gemeenschappelijke regeling jeugdhulp maakt tandeloze tijger van de gemeenteraad.
Eerste Paasdag, zomaar een berichtje op de website van Binnenlands Bestuur met de kop “Raad Zwijndrecht overruled door Gemeenschappelijke Regeling“.
Ouders, verzameld in de ouderplatforms, lobbyden met succes tegen de inning van de ouderbijdrage jeugd-ggz. Honderd gemeenten hebben inmiddels besloten de discriminerende ouderbijdrage niet te innen. In Zwijndrecht nam de door de burger gekozen gemeenteraad unaniem een motie aan tegen de inning van de ouderbijdrage. Ik hoor ouders denken “Kat in het bakkie”, geen ouderbijdrage in Zwijndrecht.
Toch wordt de ouderbijdrage geïnd, de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ – de Gemeenschappelijke Regeling die voor 17 gemeenten de Jeugdwet uitvoert – had een paar weken geleden al besloten de bijdrage niet op te schorten.
Ook Maassluis vormt met zestien gemeenten een samenwerkingsverband met een gemeenschappelijke regeling jeugdhulp. Een fors deel van het budget dat Maassluis van het rijk ontvangt voor de uitvoering van de jeugdhulp wordt ondergebracht in dit samenwerkingsverband. In dat zgn. bovengemeentelijk samenwerkingsverband doen de wethouders van de zestien gemeenten zaken met elkaar en nemen zij alle belangrijke beslissingen. Ik hoor u denken “who the fuck” het zal mij een worst wezen.
Zo makkelijk komt u niet van mij af, in die samenwerkingsverbanden gaat namelijk erg veel geld om van de brave belastingbetalende burger zonder dat er sprake is van een stevige democratische controle.
De zestien afzonderlijke gemeenten moeten zich op belangrijke en cruciale vraagstukken conformeren aan de meerderheid in het regionale samenwerkingsverband. Dat dit spanningsvelden kan opleveren lijkt mij duidelijk. Democratisch gekozen gemeenteraden hebben totaal geen zicht en grip op het ingewikkelde spel dat de niet-gekozen wethouders in dit soort verbanden spelen. Stel, een plan ligt voor in zestien gemeenten, hoe wil de gemeenteraad dit amenderen? Het kan alleen maar worden aangenomen.
Het is slikken of stikken, dat is niet echt een democratische vooruitgang te noemen. Het is een forse uitholling van de democratie.
Raadsleden staan niet eens meer aan de zijlijn maar zijn het stadion uitgezet. Het enige wat de raad kan doen is de wethouder naar huis sturen maar ook dat geeft hen de macht niet terug.
Bestuurders verwachten transparantie van hun burgers, de hulpverlening en van de door hen gesubsidieerde instellingen. Wie dat van een ander verwacht, moet ook kritisch durven nadenken over zijn eigen transparantie. Parallelle processen, practice what you preach, afin, grond voldoende voor kritische reflectie.
Door te kiezen voor samenwerkingsverbanden handelt men niet erg transparant. De zorg is hierdoor echt niet dichter bij de burger gebracht maar voor een flink deel terecht gekomen bij politieke ‘achteraf-kamertjes’ waar het spreekwoordelijke sigaren-rookgordijn wordt opgetrokken. Hierdoor wordt het zicht op wat daar gebeurt vertroebeld en de afstand tot de burger wordt vergroot. “De onzichtbare macht in de gemeenschappelijke regelingen” zou een mooi klassiek onderwerp zijn. Welke politicoloog in Maassluis durft het aan?
8 april 2015