Onlangs beloofde ik een zeer aimabele Maassluis’ raadslid eens positief te schrijven over de decentralisatie in de jeugdzorg. Helaas moet ik hem ook deze keer teleurstellen. Als columnist haak ik in op het nieuws.
De Monitor Transitiejeugd liet maandag in haar kwartaalrapportage een zeer schokkend beeld zien t.a.v. de hulp aan kwetsbare jeugdigen. De slogan voor de decentralisatie luidde “Meer bieden voor minder geld”, die opdracht hebben alle Nederlandse gemeenten gekregen. Men bouwt aan een nieuw stelsel waarbij participatie en eigen kracht sleutelbegrippen zijn. De kern van het nieuwe stelsel is zorg dicht bij huis, uitgevoerd door een (sociaal) wijkteam. Deze (sociale) wijkteams zijn samengesteld uit “generalisten”. Concreet betekent dit – mede om hoge frictiekosten te voorkomen – een bijeengeraapt zooitje ambtenaren, maatschappelijke werkers en gedetacheerde medewerkers van zorginstellingen.
Op dit moment zijn er lange wachttijden om een wijkteam binnen te komen. Ben je eenmaal binnen, dan duurt het ondanks de betrokkenheid van deze professionals lang voor dat passende zorg wordt ingezet
Ik koppel dit niet aan onwil of aan blindheid van de betrokken professional, volgens mij heeft dit te maken met het onderschatten van het probleem. De meeste professionals lijken te vinden dat zij de hulpvraag – hoe zwaar deze ook is – zelf moeten (kunnen) oplossen. Pas wanneer blijkt dat dit niet lukt en de problemen in heftigheid toenemen, wordt gekeken of een zwaardere inzet van zorg nodig is. Te laat vaak, vind ik.
De generalisten in de wijkteams zijn allemaal van goede wil maar niet specifiek getraind en/of opgeleid om jeugdigen die lijden aan complexe psychiatrische problemen of slachtoffer zijn van huiselijk geweld te helpen. De kinderombudsman constateerde dit probleem al in zijn rapportage van april jl.
En hier ligt precies mijn zorg. De (sociale) wijkteams bestaan uit generalisten die een groot deel van de hulpvragen vertalen naar een passend aanbod. Het zijn deze generalisten – zonder te willen generaliseren – die in de huidige situatie vaak te laat specialistische hulp inschakelen waardoor het gedrag van de jeugdigen onnodig escaleert. Effectieve hulp die te laat op gang komt, maakt de aanpak van het probleem moeilijker en duurder.
Ik hoop dat de ‘generalisten’ binnen de (sociale) wijkteams voldoende worden toegerust om als ‘specialist’ goed te kunnen functioneren binnen het eigen domein. Maar ook dat ze dit domein goed weten te begrenzen en weten waar ze terecht kunnen met vragen die buiten hun expertise vallen.
Vooralsnog is dit nog niet het geval en wordt er teveel geëxperimenteerd met kinderen. Dit is zeer schadelijk voor hun ontwikkeling. Volgende week komt de Kinderombudsman met zijn rapportage over de kwaliteit van de toegang tot de jeugdhulp. Ik vrees dat het schokkend is.
21 oktober 2015