BEVRIJDINGSDAG WERD OORLOGSDAG
In Berkel en Rodenrijs wordt niet veel verteld over de Bevrijdingsdag, die bewuste en onvergetelijke zaterdag 5 mei 1945. Maar uit rapporten en verslagen komt wel een duidelijk beeld naar voren van de gebeurtenissen.
Jan Rozendaal, de feitelijke commandant van de circa 200 man Binnenlandse Strijdkrachten (in een verslag van een sectiecommandant wordt hij Tito genoemd) heeft nog lang moeite gehad met die laatste dag van de oorlog.
Het zou Bevrijdingsdag moeten zijn, maar het werd een allerlaatste Oorlogsdag.
Zo vreselijk is die dag geweest, dat alles na zelfs een zo lange tijd nog niet te verwerken is.
Hoe dan ook, op 5 mei 1945 ontbrandde alsnog de strijd ..........
Op de foto boven staan op 5 mei 1945 de mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten aangetreden langs de Rodenrijseweg om groots de bevrijding te gaan vieren. Op de achtergrond de Bloemenveiling met rechts het nog steeds bestaande 'Stationskoffiehuis'.
Vrijdagavond 4 mei 1945 : Er heerste grote vreugde bij iedereen en zeker op het hoofdkwartier van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). Overal komen de vlaggen tevoorschijn. Op het Hoofdkwartier (HK) is het een komen en gaan van sectiecommandanten van de NBS om inlichtingen te ontvangen.
De voorlopige orders luidden (ook aan Berkel): iedereen voorlopig thuisblijven, geen openlijk vertoon tegen de Duitsers en verdere orders afwachten. De Bazooka Ploeg (anti-tankwagen) kreeg toestemming van commandant 'Tito' te gaan oefenen met hun wapen in het voormalige Duitse kamp aan de Wildersekade. Maar voor de rest mocht niemand met een wapen op straat komen.
Omstreeks 03.00 uur in de vroege ochtend van 5 mei komt er bij het Verzet van Berkel en Rodenrijs een bericht binnen van het HK van de NBS te Rotterdam, gevestigd in de Heineken Brouwerij aldaar (foto rechts), dat in het kort als volgt luidt:
"De NBS volgens afspraak bewapenen en post laten vatten in de Bloemenveiling. Uniform: blauwe overall en nieuwe band (wit met een leeuw, woord met oranje letters 'SG' en tevens een districtsstempel)."
Men is vervolgens de hele nacht in de weer om wapens uit te reiken aan de sectiecommandanten. De wapens liggen o.a. opgeslagen bij de firma Hordijk. Omstreeks 06.00 uur in de ochtend is iedereen bewapend en heeft men post gevat in de Bloemenveiling en was het wachten op het definitieve bevel om naar Rotterdam te gaan. Maar er kwam een tegenbevel om voorlopig te wachten omdat het nog niet rustig was in Rotterdam.
Om 12.00 uur dan eindelijk het bevel naar de stad te trekken, maar dat moest gewapend maar wel onopvallend gebeuren. Het Berkelse verzet moest zich begeven naar Van Duin aan de Schiedamse Singel 48 in Rotterdam om post te vatten tegenover de SD (Sicherheits Dienst), waarvan men moeilijkheden verwachtte.
Zaterdagmorgen 5 mei rond 12.00 uur dus wordt om die reden circa 50 leden van de BS er met vrachtwagens erop uit gestuurd om op de Klapwijkseweg sla te steken bij een tuinder en dit op hun vrachtwagen te laden. Met de bedoeling tussen de sla dan de wapens te verbergen en vervolgens naar Rotterdam te vervoeren. De rest van de compagnie zal zich in burger naar de Schiedamse Singel begeven.
Er zijn echter ook ontwikkelingen in Zoetermeer: Het is 10.00 uur als de NBS in Zoetermeer van plan is om de Duitsers die daar zijn gestationeerd te ontwapenen. Dit gebeurt tegen de orders in van het HK van de NBS in Nederland. Maar de Duitsers in Zoetermeer zijn hen voor en ontwapenen de plaatselijke leden van de NBS, waarna deze worden opgesloten in een schoolgebouw. Bij deze actie vallen twee doden aan Nederlandse zijde. De Duitsers, overmoedig van het succes, vatten het plan op om nu meteen ook maar de NBS in Berkel en Rodenrijs te ontwapenen.
De mensen in de Bloemenveiling hier hadden daar uiteraard geen weet van. Om 13.00 uur komt de wagen met kisten sla terug van de Klapwijkseweg en rijdt richting de Bloemenveiling. Maar achter deze auto rijdt onopgemerkt een Duitse commandowagen uit Zoetermeer mee met daarin 19 Duitsers, die zo ongehinderd de Bloemenveiling kunnen naderen.........
De Binnenlandse Strijdkrachten wachten inmiddels in de Bloemenveiling bij het spoorviaduct op orders om naar Rotterdam te vertrekken. De wapens zijn weggezet. Overal hangt men rond. Vrouwen en verloofden zijn op bezoek. Veel mannen liggen in het zonnetje te slapen.........
Dan plotseling een snerpende gil: Moffenwagen!
De Duitsers openen direct het vuur op de wachtposten, die volkomen verrast de vlucht nemen. De overvalwagen rijdt door tot op 10 meter van de grote geopende veilingdeuren en de Duitsers openen het vuur op de zich daar bevindende manschappen. Grote paniek waarbij iedereen angstig een heenkomen zoekt. Achter een sectiecommandant duikt dan de figuur van Tito (commandant Jan Rozendaal) op in de ingang die de veilingloods met de pakloods verbindt. Hij schreeuwt “Kom op jongens, concentreren en niet bang zijn, ga een wapen halen!”.
Dan komen er enkelen voor de dag, gevolgd door anderen. Rozendaal heeft er echter wel een paar een trap onder hun kont moeten geven om tot deze actie te komen Spoedig vinden echter allen hun koelbloedigheid terug. Een gedeelte van de manschappen wordt door commandant Rozendaal op het dak van het bijgebouw geplaatst en openen direct het vuur. Rechts en links worden door hem patrouilles uitgezonden zodat vrij spoedig van drie kanten het vuur op de 'Grünen' gericht wordt.
Foto links:
Het archief onder de bloemenveiling aan de Rodenrijseweg deed dienst als geheime bergplaats van wapens. Op de foto een deel van het op de Duitsers veroverde wapentuig.
Foto rechts:
Verzetscommandant van de Berkelse en Bergschenhoekse verzetsgroepen:
Jan Rozendaal
Voordat zij echter weer voldoende wapens ter beschikking hadden, werd er menig staaltje van heldenmoed getoond om aan die wapens te komen. Niet voor niets behoorden zij tot de dappere onverschrokken Berkelse en Bergschenhoekse ploeg, die in de laatste jaren reeds zoveel gedurfde activiteiten heeft laten zien in het verzet tijdens de oorlogsjaren.
Ondanks het verraderlijke van de overval winnen de Nederlanders toch de eerste slag. In het korte maar hevige gevecht wordt de patrouillewagen vernietigd en sneuvelen er zeven Duitsers, de anderen zijn uitgeschakeld en slechts twee Duitsers zijn gevlucht. Een van hen weet Rotterdam te bereiken en meldt daar bij de SD dat de NBS uit Berkel de Duitse compagnie heeft aangevallen .....
De Binnenlandse Strijdkrachten trekken zich nu terug in de Westpolder, plaatselijk bekend als 'Siberie', een gemakkelijk te verdedigen (en moeilijk aan te vallen) afgelegen tuinbouwgebied bij het Hofpleintreintje (achter wat nu de Anjerdreef is). Een veilingschuit is het transportmiddel.
Want de verwachting is dat Duitse (hulp)troepen zich met spoed naar Berkel en Rodenrijs zouden begeven.
Op de foto links zien we in 1944 de Rodenrijseweg als een witte streep links beneden naar middenboven. Geheel links onderaan loopt de Hofplein-spoorlijn.
Voor de knik halverwege is rechts de aftakking naar Bonfut/Wildersekade. Geheel links boven en nog verder naar links buiten de foto was het zogenaamde gebied 'Siberië'.
(foto-aanlevering: Fried Füss)
Vanaf de Rodenrijseweg kon je via een ophaalburg (ter hoogte van nu de Anjerdreef) langs de boerderij van Olsthoorn het land in. Dan kwam je op de Papaverweg (nu Bastille), en als je die uitging kwam je in "niemandsland".
Dat liep door tot de Hofplein spoorlijn, en liep aan de andere kant van het spoor richting de Laan van Koot. Dat gebied (niemandsland toen) werd Siberië genoemd, omdat het zo ver van de bewoonde wereld lag. Het was een tuinbouwgebied, met aan het eind de tuinderij van Van der Kaaden.
De mannen zijn in 'Siberië' op hun eigen terrein, kunnen daar heel goed uit de voeten en stellen zich in linies op onder het vuur van nieuwe Duitse versterkingen, welke stellingen verdeeld lagen op enige kilometers afstand. Daar werd stand gehouden tot 21.00 uur 's avonds.
Echter onwetend van de gebeurtenissen in het Rodenrijs, want tot het laatste moment bleef de mof echter satanisch in zijn dierlijke wreedheid. Als zij het niet kunnen winnen, dan maar hun woede koelen op weerloze slachtoffers. Twintig mannen worden uit hun huizen gehaald en tegen de muur van de veiling gezet. “Als dat stelletje Partizanen zich niet overgeeft, worden jullie doodgeschoten” is de boodschap.
Heel Berkel weet inmiddels wat er gebeurt op de (voorgenomen) Bevrijdingsdag, maar in 'Siberie' gaat de strijd door. De gijzelaars, meest vaders van grote gezinnen, staan tegen de veilingmuur. Urenlang. Voor hen stond een mitrailleur opgesteld om te voorkomen dat zij zouden ontsnappen. Rodenrijs wacht op de salvo’s die van het veilingterrein moeten klinken. De rector van het St. Petrusgesticht, zelf ook één van de gijzelaars, geeft de laatste absolutie. Als de nood zo hoog is, als heel Berkel bidt om uitkomst, als een bloedbad op grote schaal verwacht wordt, dan ..... is de redding nabij.
Het lukte vanuit Berkel contact te leggen met het commando van de Binnenlandse Strijdkrachten in Rotterdam en informatie uit te wisselen. Daar in de Maasstad is vervolgens poker gespeeld, is om Berkel gedobbeld. Binnenlandse Strijdkrachten en SD onderhandelen. In Berkel zou men zich namelijk niet hebben gehouden aan de capitulatievoorwaarden want de Partizanen zijn begonnen met schieten, werd er gezegd …..
Met zwaardere wapens zou men naar Berkel trekken. De leiding van de NBS dreigen op hun beurt hun mannen uit Rotterdam, Dordrecht en verre omgeving naar Berkel te halen. 5 mei zou geen Bevrijdingsdag worden, de oorlog zou op die dag ten noorden van Rotterdam escaleren!
Zwarte Wim van Dijk (vertegenwoordiger van het Rotterdamse Verzet) en de SD-commandant (met in zijn kielzog nog 400 zwaargewapende Duitsers) vertrekken naar het Berkelse slagveld terwijl het zwaardere geschut door de Duitsers daar in stelling wordt gebracht.
Toen Jan Rozendaal om 21.00 uur zijn ronde deed langs de posten, kreeg hij een melding: "Commandant, een Duitser en een burger in aantocht met een witte vlag". Hij herkende de burger direct van de vele wapendroppings in het afgelopen jaar, het was 'Zwarte Wim'. Waarna Jan Rozendaal met Zwarte Wim meegaat om met de hoogst aanwezige Duitse officier te onderhandelen.
Daar is ook al aanwezig de Duitse militair die ontsnapt was bij de eerste aanval, en die onder druk al gauw door de mand valt en verklaart dat niet de NBS maar de Duitsers zijn begonnen met het gevecht. Meteen wordt besloten tot een 'staakt het vuren' onder de voorwaarde dat de gijzelaars, krijgsgevangenen en de buitgemaakte wapens worden uitgewisseld. Tegen elf uur ’s avonds is eindelijk de vrede geregeld. Berkel is bevrijd, men kan naar huis gaan, gijzelaars en Partizanen.
Aan Nederlandse zijde waren er 3 doden en 3 gewonden. De Duitsers verloren, volgens officiële opgave, 24 man aan doden en 7 gewonden.
Theo Vis (Bergschenhoek), Willem Thijs (onderduiker uit Zevenbergen/NB) en Nicolaas Vogelaar (Berkel en Rodenrijs) zijn aan Nederlandse zijde gevallen. De woensdag daarop worden zij in Bergschenhoek en Berkel met militaire eer begraven. In beide gemeenten wapperen de vlaggen halfstok.
De verslagen van ooggetuigen zijn niet altijd met elkaar in overeenstemming en sommige zaken worden niet opgehelderd. De reconstructie is opgebouwd uit diverse bronnen, o.a. deels Nieuwe Leidsche Courant, 1970, ; deels NOS/Bevrijdingsjaar ; deels Leo Bolleboom (boek op 5 mei ben ik geboren ; Nationaal Archief ; rapport Jan Rozendaal 25 mei 1945. Het is de bedoeling weer te geven dat in Berkel en Rodenrijs Bevrijdingsdag nog Oorlogsdag was!
Over deze strijd schreef Jan Rozendaal (foto links, achter op de motor) in 1945:
“We stonden tegenover een driedubbele overmacht, goed gewapend, zelfs met een afweerkanon. Daartegen stand gehouden te hebben niet alleen, maar met verreweg de minste verliezen uit de strijd te komen, een wapenstilstand te kunnen sluiten met volledig behoud van de militaire eer, dat is een oorlogshandeling, waarvoor geen geallieerd commandant zich zou hebben behoeven te schamen.”
Jan Rozendaal (geboren 28 juli 1915, overleden 26 juli 1990) was werkzaam als ploegbaas in het tuindersbedrijf van gebroeders van der Kaaden in 'Siberie', maar is vooral bekend geworden als de verzetscommandant in de oorlogsjaren als leider van de groep Berkel en Bergschenhoek.
Rozendaal had weliswaar geen militaire achtergrond, maar hij beschikte over grote leiderscapaciteiten en had zich van eind 1942 af zeer verdienstelijk gemaakt in de L.O. (Landelijke Organisatie voor onderduikers) voor Rotterdam en omgeving.
Al spoedig kreeg hij van zijn medestrijders de bijnaam 'Tito', naar de grote partizanenleider in Joegoslavië. Het was voor leiders te gevaarlijk om met hun eigen naam door het leven te gaan. Voor de bezetter had Rozendaal als schuilnaam Jan Roos.
Na de oorlog is hij nog heel veel jaren kantinebaas geweest bij de veiling.
LID WORDEN VAN DE HISTORISCHE VERENIGING :
4x per jaar verschijnt het verenigingsblad Het Lint van de Historische Vereniging Berkel en Rodenrijs. Altijd met historische feiten en verhalen met ook mooie oude foto's. Zie in het menu links het hoofdstuk "Lid worden", voor slechts € 12,50 per jaar. Probeer het eens.
Na klikken op de afbeelding links hiernaast (van één van de gevallenen aan Nederlandse zijde tijdens het gevecht op Bevrijdingsdag) en daarna scrollend naar beneden treft u het volgende aan:
Rapport Jan Rozendaal te Berkel en Rodenrijs CCSG Rotterdam 15e Cie-IIIBat. Verslag van de vele activiteiten van het 15e Cie-III Bat te Berkel en Rodenrijs en omstreken.
In dit rapport van Jan Rozendaal veel bijzonderheden over de verzetsactiviteiten in Berkel en Rodenrijs gedurende de oorlogsjaren, alsmede ook van het gevecht op Bevrijdingsdag.