Klootschieten en of Piksjitten

Met het zoeken met een metaaldetector vindt je zo nu en dan vreemde meer-puntige loden voorwerpen, soms zitten er ook nog resten van hout aan. Deze worden in literatuur en bij archeologische onderzoeken als klootschietballen geïdentificeerd. Klootschieten is een buitenspel wat tegenwoordig vooral nog in Oost Nederland (Twente en de Achterhoek) wordt gespeeld.

Een klootschietbal of kortweg kloot is een ronde bal in verschillende diameters en gewichten. Het woord “kloot” in Nederduits betekent bal, bol, kogel, en dergelijke. Vroeger werden er meestal volledig stenen of ijzeren ballen gebruikt, maar hiermee gebeurde nog al wat ongelukken en deze werden dan ook verboden. Hierdoor werden houten klooten het populairst, welke als nadeel hadden dat ze te licht waren. Om ze toch zwaarder te maken werden deze ingeboord en verzwaard met lood. Hoe meer lood, hoe zwaarder de kloot, en dus makkelijker te werpen. In de bodem vergaat het hout meestal, en blijft van de kloot alleen de loden kernen over. Tegenwoordig moet de kloot aan een aantal eisen voldoen, een minimale diameter van 50 mm en een gewicht variërend van 200 tot 800 gram. Opvallend is dat meeste als bodemvondsten gevonden ballen niet aan deze eisen lijken te voldoen, vooral wat betreft de diameter. Klootschieten wordt ook wel op tegels afgebeeld, ook hier zien we dan vrij grote klooten. In het Portable Antiquities of the Netherlands (PAN) worden bodemvondsten geregistreerd. Hierin zijn 52 meldingen van klootschietballen opgenomen, er zijn echter maar 6 exemplaren van 50mm of groter aanwezig. Er zijn 24 exemplaren van 20-30mm, en 21 van 30-40mm, allemaal dus nogal wat kleiner dan de huidige klooten. De gewichten geven een vergelijkbaar beeld, dit is dan wel zonder het verdwenen hout, maar dan zijn ze nog altijd lichter. De meeste restanten hebben een gewicht van tussen de 25 en 45 gram. Dus voor het klootschieten lijken mij deze ballen wat aan de kleine en lichte kant. Mogelijk werden ze bij een ander spel gebruikt. Daar kom ik zo nog op terug, maar nu eerst iets over het klootschieten zelf. De bedoeling van klootschieten is om de kloot in zo min mogelijk worpen bij een vooraf afgesproken punt te krijgen. Je moet deze dan onderhands zo ver mogelijk door de lucht werpen, het uitrollen wordt hierbij niet meegerekend. In de oudste vorm lijkt het spel het meest op het huidige golf: er wordt naar een vooraf afgesproken plek "gekloot". Er waren vroeger twee populaire vormen “cloten an den bloc “ en “klooten om de vest''. Met een “bloc” wordt een vast eindpunt, zoals een steen, blok of stok, bedoeld. Terwijl met “om de vest” werd bedoeld om de hele stadsveste heen. Beiden hadden dus als doel om het eerst, met de minste, worpen een bepaald punt te bereiken. Klootschieten werd in ieder geval al vanaf de 14de eeuw, en waarschijnlijk eerder, in Nederland gespeeld. In 1392 liet Graaf Albrecht van Beieren in de Haarlemmerhout de eerste klootschietbanen aanleggen. Uit verbodsbepalingen uit de I5e en I6e eeuw, die door de bestuurders van diverse steden werden uitgevaardigd (o.a. in Amsterdam, Leiden en Dordrecht), kunnen we opmaken dat klootschieten, en vergelijkbare spellen, erg populair, maar schadelijke sporten waren. Omdat er geregeld gebouwen, mensen en stadswallen beschadigd raakten door rondvliegende kloten. In de meeste steden werd het spelen dan ook verboden op het kerkhof, in de kerk, langs de straten, de vesten, de muren van de steden. Hierdoor komen we in de oude stadverordeningen ook informatie over klootschieten, en vergelijkbare spellen tegen. De keuren van Leiden (1454) en Delft melden iets over de speellocaties; “up enige plaetzen, upt ijs soe wel als upt lant, binnen die muyren van Leyden “ en in Delft “cloot noch bal sckieten up die vesten, bouen of beneden”. De keuren van Schiedam 1581, vertellen iets over de overlast “schaeden, soe in glaesbreeckinghen als verstoernissen van de menschen, deurt caetsen, colffven, balslaen ende schyeten van de cloot ofte worpen”. Het gevolg was dat Leiden het gebruik anders dan houten klooten verbood, waarin andere steden snel volgde  “‘So moet nyemant doer die stede cloeten dan mit houten cloeten’”. Ondanks, of misschien wel dankzij, deze verboden bleef klootschieten erg populair. Alleen kreeg het nu wel een negatieve klank, deze vinden we nog steeds terug in oude uitdrukkingen, zoals het ”klootjesvolk”.