Kranen en Tappen
Dit keer iets over metalen tappen en kranen welke dateren uit het einde van de middeleeuwen (15e eeuw) tot in de moderne tijd. Vroeger was, vooral in de steden, het drinkwater te vervuild, om deze zo te drinker zonder er ziek van te worden. Daarom waren alcoholische drankjes toen zeer populair. Bij de productie van deze drankjes werd het water gekookt, en eventuele ziektekiemen gedood. Bier was dan ook een belangrijk handelsproduct, zo werd er in de 13e eeuw vooral bier ingevoerd uit Hamburg. Ik haal hierbij een oorkonde aan welke belangrijk is voor de geschiedenis van Sneek. Op 15 augustus 1296 bezwaren de bierschippers uit Hamburg zich over het feit dat zij extra tol moesten betallen. In deze oorkonde wordt onder andere verwezen naar de “Portum Sneckere” dus de burgers (poorters) van Sneek. Dit geeft aan dat Sneek toen al een stad was, en is hiermee de oudste melding van Sneek als stad. Naast deze import vond je in elke stad meerdere bierbrouwers. Maar ook kuipers, welke in Sneek een eigen gilde hadden, en onder andere de tonnen maakten. De steden verdienden toen veel geld aan drankaccijns. Maar dit is een geheel ander verhaal, nu weer terug naar de tappen en kranen. De meeste van deze dranken werden dus opgeslagen, vervoerd in, en getapt uit houten vaten. Dit tappen gebeurde met behulp van een hole buisvormige tap, welke in het spongat van het vat werd bevestigd. De buis van de tap liep taps toe, zodat deze klem kon worden gezet in het spongat. In de tap kon van bovenaf een kraan geplaats worden. Welke bestond uit een in de breedte doorboorde massieve staaf met aan de bovenzijde een handgreep. Door deze kraan 90 graden naar links of rechts te draaien kon de toevoer geopend of gesloten worden. Eerst gebeurde dit met behulp van houten tappen en kranen, maar vanaf de 15e eeuw zien we ook bronzen. messing en geelkopperen exemplaren. Hierbij werd de tap en de kraan apart elk in een stuk gegoten. De metalen exemplaren kommen vooral uit Neurenberg, welke vele eeuwen een van de grootste productiecentra was. De handgrepen van de metalen kranen waren er van eenvoudig tot mooi versierde, vooral diermotieven, exemplaren. Ze waren vooral praktisch bedoeld, om de kraan makkelijk te kunnen bedienen. Soms werden de kranen voorzien van een makers merk. Op een groot aantal tappen uit die tijd zie je aan het einde van het rechte deel een uitstekende punt. Hierdoor kon je een bak met een hengsel aan de tap hangen, en deze vullen.
De kraantjeskan
In de loop van de 18e eeuw ontstonden voor huishoudelijk gebruik de koffie- en theekannen welke waren voorzien van een kraantje. De zogenaamde kraantjeskan, een peervormige kan die op hoge poten staat, welke vaak rijkelijk gedecoreerd is. Het kraantje van deze kannen waren nogal wat kleiner dan zijn voorgangers, voor de houten vatten, het is de meest voorkomende type onder de bodemvondsten. Deze kannen kwam je vroeger dan ook in elk huishouden tegen. En zijn bij de meesten mensen nog wel bekend, in een kringloopwinkel kan je meestal nog wel een exemplaar vinden. Deze kraantjeskannen waren in het begin vooral bedoeld voor koude dranken. Nadat de warme dranken zoals koffie populair werden, zien we dat er onder de kraantjes-pot branders werden geplaatst om de dranken te maken en warm te houden. Voordat het koffiezetapparaat bestond werd de koffie in een kraantjeskan gemaakt. Hierbij werd de gemalen koffie in de buik van de kan gedaan, waarna het water erop werd gegoten. Hierna werd het brouwsel verwarmd met een oliebrandertje, welke tussen de potten onder de pot stond. Het koffiedrab zakt vervolgens naar de bodem, waarna de koffie via het kraantje, welke boven het bezinksel zit, getapt kan worden. Kenmerkend bij (kleine) tappen uit de18e eeuw is een pennetje welke op de kraan zat, zodat je kon zien hoever de kraan open stond.
Chronologie van de handgrepen
Binnen de versierde kraantjes is een globale chronologie zichtbaar. De eerste metalen kranen, in de 15e eeuw, zijn eenvoudig en meestal onversierd uitgevoerd. In het begin van de 16e eeuw ontstaat de driepas decoratie, deze loopt door tot in de 17e eeuw. Dit type kraan was meestal ook voorzien van een makers merk. Vanaf ca 1650 tot 1700 kwam daar nog de cirkel-, Franse lelie en tulp vormen bij. Vanaf de 18e eeuw, bij het intreden van de kraantjeskan, werden de kranen kleiner en de decoraties steeds verfijnder. We zien dan vooral diermotieven zoals de vis/dolfijn (ca 1700-1750). Deze diermotieven zijn eerst nog plat, maar al snel worden ze driedimensionaal. Bij deze kraantjes is vaak een kenmerkend pennetje aanwezig, zodat je kon zien of de kraan open of dicht stond. We zien ook nog een, veelvoorkomend, eenvoudig motief, een platte arcade vormige handgreep (ca 1725-1800).