Rekenpenningen

Rekenpenningen worden ook wel Jetons genoemd, en is afgeleid van het Franse woord “Gectoir” ook wel “Jetoir”. Rekenpenningen lijken op munten, en werden gebruikt bij het maken van berekeningen op een rekenbord de zogenaamde “Abacus”, De vroegste meldingen van een rekenbord en metalen rekenpenningen stamt uit het einde van de 13e eeuw. De Abacus was meestal een houten bord, een rekentafel of een rekendoek. Deze was voorzien van een aantal lijnen, met een waarde waarop met de rekenpenningen berekeningen konden worden gemaakt. Dit systeem aan het eind van de 14e eeuw definitief verdrongen door de Arabische rekenmethode met pen en papier, welke we vandaag de dag nog steeds gebruiken.

De vroege rekenpenningen (13e eeuw) werden vooral gebruikt door de rekenmeesters van vorsten, en bankiers. Deze lieten de penningen dan ook in opdracht maken, welke werden voorzien van hun eigen familiewapen. Deze vinden we vooral in Frankrijk, Engeland, Italië en Nederland. In Frankrijk  beginnend bij Lodewijk VIII (1218-1252), er zijn een groot aantal variaties welke zijn geslagen door de Munt van Parijs. In Engeland beginnend bij Koning Edward I (1272-1307), deze rekenpenningen lijken erg op de toen gangbare penny’s en werden waarschijnlijk door de officiële munt geslagen. In Italië werd aan het einde van de 14e eeuw een grote variatie aan rekenpenningen geslagen. In de Zuidelijke Nederlanden zien we dat er vanaf 1284 werden uitgegeven rekenpenningen in Brugge. In de Noordelijke Nederlanden zijn de oudst bekende rekenpenningen geslagen door Jan II van Holland (1280-1304), naar voorbeeld van zijn eigen munten. Vanaf 1303 werden deze penningen in Nederland ook wel “worpghelt” genoemd. Wat afgeleid is van strooigeld, kleingeld dat bij feestelijkheden onder het volk werd gestrooid. Later werd het geld vervangen door speciaal voor deze gebeurtenis geslagen penningen. Omdat de vroege rekenpenning vaak erg op het in omloop zijnde geld leek, werd er soms een waarschuwing op gezet,  “Je suis de laiton, je ne suis pas d’argent” ,Ik ben van messing en niet van zilver. Nu zal deze waarschuwing wel niet voor de gewone man geweest zijn, want deze konden amper lezen en schrijven. In Nederland werden in verschillende steden vanaf de late 15e en vroege 16e eeuw uitgebreide series op medailles lijkende rekenpenningen uitgegeven. Deze hadden meestal als thema de oorlog tussen de Verenigde Nederlanden en Spanje. Deze rekenpenningen werden niet meer gebruikt als rekenpenning, maar als propagandamiddel. In die tijd waren er verzamelaars, welke deze penningen verzamelde. We zien dan ook dat er in de eerste helft van de 17e eeuw een Nederlandse catalogus met rekenpenningen werd uitgegeven. Toch denken we bij rekenpenningen meestal aan de Duitse Rechenpfenningen, en vooral de exemplaren uit Neurenberg. Waar vanaf de 14e eeuw tot in de 20e eeuw deze penningen op grote schaal werden geproduceerd.  In Neurenberg zien we, nadat de rekenpenning zijn reken functie verloor, dat ze over gingen op het produceren van speelgeld, deze werden aangeduid als; historiepenningen, legpenningen, speelpenningen en medaillepenningen. Deze penningen waren gemaakt van messing en waren vrij klein en dun (ca.20mm). Ze vertoonde grote variaties, zoals heraldische wapens, dieren maar vaak ook een portret van een heersende vorst. Ondanks dat ze de functie van rekenpenning hadden verloren, werden ze meestal nog steeds voorzien van de afkorting R.P. (Rechen Pfenning).











door © ArGeoS