Een middeleeuwse heiligen fibula
Op een van de ASP toonde J.P. de Groot ons mooi door hem gevonden schijf fibula, versierd met een heilige (afb1). Naar aanleiding van deze vondst dit artikeltje over middeleeuwse schijf fibulae. De oorsprong van de fibula, ook wel mantelspeld genoemd, gaat terug tot in de Romeinse tijd en loopt door tot in de vroege 13e eeuw. De fibula is te vergelijken met de huidige veiligheidsspeld. De belangrijkste functie van de fibulae was het sluiten van een mantel, maar ze werden ook als sieraad gedragen. De drager kon aan de hand van zijn fibula laten zien wat zijn sociale positie was. Het uiterlijk werd door de symboliek en de mode van die tijd bepaald. Knopen voor het sluiten van kledingstukken werden pas in het begin van de 13e eeuw algemeen toegepast. Maar voor het sluiten van mantels bleef men meestal nog aangewezen op een fibula, totdat we aan het eind van de 14e eeuw de mantelhaak zien ontstaan. Er bestaan veel verschillende soorten fibulae, de bekendste zijn de; draad-, knik-, kruis, gelijkarmige-, dier- en schijffibulae. De meeste exemplaren zijn van brons, zilveren en gouden exemplaren zijn zeldzaam. De bronzen exemplaren werden vaak voorzien van gekleurde email, en waren soms verguld. Het vervaardiging van fibulae was streek gebonden. Zo zijn er tussen Oostergo en Westergo duidelijke verschillen te zien. In dit artikeltje richten we ons op de, in de Middeleeuwen erg populaire, schijffibulae. Een schijffibula is zoals de naam aangeeft een platte ronde versierde schijf, met aan de achterzijde een naald met naaldhouder om het kledingstuk mee vast te zetten.
De schijffibulae
De (vroege) middeleeuwen is onder te verdelen in een aantal historische perioden, met elk zijn eigen gebruiken, gewoonten en mode. We weten aan de hand van afbeeldingen in historische bronnen dat de middeleeuwse fibula meestal op de schouder of onder de hals werd gedragen. Fibulae uit de Merovingische (481-751), en Frankische periode (481-887) zijn meestal mooi versierd, en voorzien van niello en glaspasta. De variatie aan vormen was erg groot zo zien we bijvoorbeeld de; knopfibulae, dierfibulae, schijffibulae maar ook gelijkarmige fibulae. De Karolingische (751-987) periode word gekenmerkt door de schijffibulae. Dit type blijft tot het einde van de fibulae, in de 13e eeuw, domineren. Daarnaast komen er ook nog opengewerkte fibulae voor en exemplaren met gestileerde dier motieven. Binnen de schijffibulae zelf zien we een grote variatie aan versieringen, de meest voorkomende typen zijn de pseudo munt fibulae (afb 2). en de kruis fibulae. Onder invloed van de kerstening ontstaat er een groep fibulae met Christelijke motieven, zoals menselijke en dierlijke figuren (Bos type 2.7). Zo zien we bijvoorbeeld het Paaslam, maar ook het kruismotief. Het kruismotief komt in verschillende vormen voor, zoals een duidelijk kruis maar ook gestileerd, bijvoorbeeld in de vorm van vier halfronde cirkels welke een kruis vormen. (afb 3) (Bos type 2.5.1). In deze laatste worden ook wel de vier apostelen gezien. Verder werden ook heiligen afgebeeld, de zogenaamde heiligen fibulae (Bos type 2.7.1). De heiligen fibulae (afb1) zijn versierd met email inleg, in de kleuren rood en wit welke gezien werden als heilige kleuren. Opvallend is dat deze heiligen fibulae in Friesland tot nu toe alleen maar in Westergo worden gevonden. De gevonden fibula waar dit artikel mee begon is dus een heiligen fibula. Dit exemplaar heeft geen onderlijn (Bos type 2.7.1.2), de exemplaren met een onderlijn (Bos type 2.7.1.4) worden gezien als een specifiek product van het Friese Noordzeegebied.
Bron; Bos, J.M. Medieval brooches from the dutch province of Friesland. Part II Disc Brooches. Palaeohistoria 49/50 (2007-08) blz709-794