Vingerhoeden

In een vorig nummer van “de Waag” heb ik een artikeltje geschreven over spinsteentjes, waarbij ik afsloot met de opmerking; “dat er meer gebruiksvoorwerpen voor de textiel productie/reparatie zijn waar ik nog wel iets over zou kunnen schrijven”, wel nu dan een artikel over vingerhoeden.

Het beschermen van je vingers bij het werken met naalden is al heel oud. De oudste vorm van bescherming waren stukjes bot, steen of leer waaruit later de vingerhoed ontstond. Er zijn twee soorten te herkennen de gesloten en open vingerhoed. De open wordt meestal duim- of naairing genoemd, maar dit klopt niet. Er zijn namelijk ook kleine naaringen bekend die nooit om een duim zouden passen, Bartels (1999) stelt dan ook voor om de duimringen als ringvingerhoed aan te duiden. Deze werden vooral gebruikt voor het zwaardere werk o.a. door schoenmakers. Het geslote type was voor het lichtere werk zoals borduren, verstellen en werd veel door kleermakers gebruikt. Vingerhoeden werden in verschillende materialen gemaakt zoals; glas, porselein, goud, zilver, brons en messing.