Verzegelloden van Sneek

Onlangs werd door een van de leden van het Archeologisch Steunpunt Sneek (ASP) een rond loodje gevonden, met G.N. BOUMA EN ZONEN” en op de andere zijde de afbeelding van een anker en het opschrift “No.1 - SNEEK”. Dit was de aanleiding om nog eens naar de andere loodjes te kijken, of er nog meer met Sneek zijn te vinden. Dit resulteerde in nog vier verschillende loodjes; “WOUDA / SNEEK”, “WED JOUSTRA EN ZOON / SNEEK”, “HSM SNEEK / 5 JAN” en tenslotte “W&L / SNEEK”. Binnen deze loodjes zijn nog een aantal variaties waarneembaar. Maar wat zijn dit voor loodjes? Loodjes werden en worden nog steeds gebruikt als merkteken, kwaliteitswaarborg en ter verzegeling van allerhand zaken. Denk maar eens aan de rookworsten maar ook aan de verzegeling van meters in de meterkast. De bekendst loodjes zijn lakenloodjes, welke meestal de kwantiteit en kwaliteit van het product aangaf. Deze toonde ook aan de producten volgens vastgestelde kwaliteitsnormen waren gemaakt. Omdat dit de bekendste zijn worden vaak alle loodjes ten onrechte als lakenloden aangeduid. En dan zijn er natuurlijk ook nog de loodjes die aangeven dat er belasting of accijns is betaald. Alle mij nu bekende Sneeker loodjes zijn zogenaamde verzegelloden. Deze werden vanaf de 18e eeuw, maar vooral in de 19e en eindigend in de loop van 20e eeuw, gebruikt voor het afsluiten en vervolgens verzegelen van verschillende zaken. Het kon hierbij bijvoorbeeld gaan om het sluiten van meelzakken (de meest voorkomende type) maar ook het verzegelen van treinwagons. Tegenwoordig kommen we deze zegels nog steeds tegen op bijvoorbeeld geldzakken en brandblussers. Dit soort loodjes werden door fabrieken, goederenvervoerders en handelsfirma’s gebruikt. Maar nu weer terug naar de Sneker loodjes. Van welke bedrijven waren deze nu? Die van Wouda en Weduwe Joustra en Zoon spreken voor zichzelf, het gaat hierbij om verzegelloodjes, van respectievelijk de (voormalige) Meelfabriek Wouda en de Beerenburg distilleerderij Weduwe Joustra. In het Scheepvaart museum bevindt zich het loodje met 'HSM SNEEK / 5 JAN”, wat staat voor de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (1837-1938). Voor het verzegel van o.a. postzakken en wagons gebruikt de spoorwegen verzegelloden. Hierop staat de afkorting van de maatschappij, de plaats van zegelen en de datum. Het loodje met “W&L / SNEEK” blijft voor mij nog een mysterie, misschien dat een lezer de oplossing weet? Het loodje van Bouma en zonen welke de aanleiding was tot dit onderzoekje is een zogenaamd meelloodje. Dit soort loden werden gebruikt voor het verzegelen van zaken meel. De cijfers  000, 00, 0, 1, 2, 3 enz.  staan voor de kwaliteit van het meel. Gerben Nammen Bouma (1801-1879) was grutter en de oprichter van de Stoommeelfabriek “De Hoop”, hij woonde aan het Grootzand 61 en later  Grootzand 85. Zijn drie zonen Nammen Gerben (1832-1909), Karst Gerben (1834-1859) en Jetze (1836-1911) werden de opvolgers in de meelfabriek, welke vervolgens “G.N. Bouma en Zonen” werd genoemd. Nammen Gerben woonde in het pand Grootzand 64, achter dit woonhuis was de meelfabriek aan de Singel “het Achterom” gevestigd. In het scheepvaartmuseum is een mooie foto aanwezig van deze fabriek. Hierop is duidelijk de naam van het bedrijf te lezen, maar ook de afbeelding, net als op het loodje, van een anker. In 1895 werd Karst Gerben Bouma (1863-1949) een zoon van Nammen Gerben de directeur van de meelfabriek. Zijn broer Gerben Nammens werd de bekendste Bouma. Gerben studeerde medicijnen en opende in 1887aan de Wijde Noorderhorne1 een huisartsenpraktijk. Ook was hij betrokken bij het stichten van het Sint Anthonius Ziekenhuis, waar hij ook operaties uitvoerde. Daarnaast was hij in Sneek lid van de gemeenteraad (1902-10) en raadslid (1911-19). Naar hem werd later een straat vernoemd, de “Dr. Boumaweg”. Dit is weer een mooi voorbeeld hoe bodemvondsten kunnen bijdragen aan de historie. Er zijn waarschijnlijk wel meer loodjes van Sneker bedrijven te vinden, heeft u er misschien een laat dit even weten (argeos@hotmail.com). (G.Hofstra)