Behalve de gangbare trompetten in verschillende stemmingen in B♭, C, D, E♭, F, etc. bestaan er ook andere trompettypen. Het kleinste type trompet is een piccolotrompet, die meestal in B♭ of A gestemd staat (piccolotrompetten worden geleverd met twee stembuizen, zodat men in beide stemmingen kan spelen). De buislengte van een piccolotrompet in B♭ is tweemaal zo kort als die van een trompet in B♭. Piccolotrompetten in C, F en G bestaan ook, maar komen minder vaak voor. Het is mogelijk piccolotrompet te spelen op een standaard trompetmondstuk (en andersom), maar gezien de andere speeltechniek die bij het bespelen van een piccolotrompet vereist is, gebruiken de meeste trompettisten een ander type mondstuk voor het bespelen van het instrument. In de meeste gevallen is dit een mondstuk dat een ondiepere ketel (binnenkant van het bovenstuk) heeft. Een piccolotrompet heeft, in tegenstelling tot de 'gewone' trompet, geen drie, maar vier ventielen. Het vierde ventiel, dat kwartventiel genoemd wordt, wordt gebruikt om het register van de trompet in de laagte te vergroten. Indien het ventiel wordt gebruikt, zal de gespeelde toon met de afstand van een reine kwart dalen. Ook wordt het gebruikt om meer mogelijkheden te creëren bij het spelen van trillers of tremolo's. Bekende piccolotrompettisten zijn Maurice André, Håkan Hardenberger en Wynton Marsalis. Op een andere wijze is een vierde ventiel verwerkt in de trompet van Ibrahim Maalouf, die er kwarttonen mee kan spelen.
De bastrompet is een instrument dat vaak gespeeld wordt door trombonisten, omdat het in hetzelfde register als een trombone klinkt. Het instrument staat meestal in C of B♭ en is in beide gevallen transponerend, daar de eerste een octaaf en de tweede een none lager klinkt dan genoteerd staat. Een bekend klassiek werk waarin een bastrompet voorkomt, is Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky.
De schuiftrompet is een B♭-trompet met een schuif in plaats van ventielen. De eerste schuiftrompetten dateren al uit de Renaissance en waren een grote stap in de pogingen om de chromatiek van de trompet te vergroten. Zie hiervoor ook het kopje geschiedenis.
De pockettrompet is een zeer compacte B♭-trompet. De bebuizing is veel compacter dan die van de standaard B♭-trompet. Dit is om de trompet zo compact mogelijk te houden in combinatie met behoud van de volledige buislengte van een B♭-trompet. Er bestaat geen standaardontwerp voor het instrument, dus zowel kwaliteit als vorm kan per model zeer uiteenlopen.
De aïdatrompet is een trompet waarbij, doordat de hoofdbuis minder vaak gebogen is, de beker zich meer dan een meter achter het mondstuk bevindt. De trompet wordt door het historische karakter vaak gebruikt bij historische ceremonieën, reënactment of specifieke fanfarestukken. Het heeft origineel slechts twee ventielen en staat in A♭ gestemd.
Ook bestaan er trompetten met klepventielen in plaats van het standaardventiel. Voor dit instrument werden de trompetconcerten van Haydn en Hummel gecomponeerd.