"Moeite doen", een "verandering van toestand" veroorzaken, "energie gebruiken" is helemaal hetzelfde als ervoor zorgen dat energie wordt doorgegeven en/of wordt omgezet.
Ga je tennis spelen? Zorg dan dat je lichaam veel energie heeft. Je gaat immers veel "verandering van toestand" veroorzaken. Na een tijd spelen word je zó moe dat je alleen nog door iets te eten volledig kan herstellen. Je hebt veel energie gebruikt.
Door moete te doen is je (lichaams)energie afgenomen. De bal zélf komt elke keer vanuit rust in beweging. En eenmaal in beweging kan die bal zelf ook dingen doen (bv. een ruit breken). Bij elke slag vermindert jouw energie en maak je de energie van de bal groter.
chemische energie (van mij)
⬇
bewegingsenergie (van de bal)
Je kan een (stilstaande) rots in stukken breken met explosieven. Die explosieven bezitten dus heel veel energie die in één klap vrijkomt.
Tijdens de explosie krijgt de omgeving veel warmte. Bovendien veroorzaken de explosieven duidelijk "verandering van toestand" bij de stukken rots. Die krijgen daardoor energie want op hun beurt kunnen ze nu iets doen.
chemische energie (van de springstof)
⬇
bewegingsenergie (van de stukken rots)
Een voorwerp/wezen dat "moeite doet", zal energie verliezen. Het voorwerp/wezen waarop die arbeid wordt verricht, zal energie krijgen.
Verder merken we dat er verschillende redenen zijn waarom een voorwerp energie kan hebben. We spreken daarom over verschillende vormen van energie. De voorbeelden laten zien dat je niet noodzakelijk (meestal zelfs niet) eindigt met de energievorm waarmee je begon.
"Moeite doen", een "verandering van toestand" veroorzaken is
energie doorgeven van het ene lichaam op het andere.
energie omzetten van de ene vorm in de andere.
Herinner je: het VERMOGEN (P) is het tempo waaraan een ding energie gebruikt, het tempo waaraan "verandering van toestand" wordt veroorzaakt.
Het vermogen is dus ook het tempo waaraan een ding zijn energie kwijtraakt (en dus het tempo waaraan een ander ding energie bijkrijgt.)
Het VERMOGEN van een ding geeft
het tempo waaraan een ding energie doorgeeft.
het tempo waaraan een ding energie omzet van de ene vorm in de andere.
Een voorwerp kan pas "iets doen" als het energie heeft. En als het "iets doet" geeft het die energie door.
Daarom mag je ENERGIE zien als een soort geld waarmee je in de natuur betaalt
Wil je iets veranderen? Dan kost dat joule!
We spreken meestal van energie verbruiken.
Maar energie verbruik je eigenlijk niet! Je zet energie om van de ene energievorm in de andere en/of geeft energie door. (Zoals geld dus.)
Je kan dus beter spreken over energie gebruiken.
... VIND JE IN JE WERKBOEK.