Toen we in 2014 met Agora begonnen, wilden we daarmee een alternatief neerzetten vanuit onze kijk op onderwijs en een antwoord formuleren op de maatschappelijke vraagstukken waar we in het huidige onderwijs tegenaan lopen en die ons grote zorgen baren. Eén van die vraagstukken is de grote groep jongeren die niet naar school kan, de zogenoemde ‘thuiszitters’. Officiële cijfers reppen over zo’n 4.500 jongeren. Oudervereniging Balans liet in oktober 2020 zien dat het er zo’n 15.000 zijn. Deze thuiszitters mogen/kunnen niet naar school, omdat ze een manier van ontwikkelen en leren hebben waar het schoolsysteem doorgaans niet mee uit de voeten kan.
We hebben als Vereniging Agora Onderwijs besloten om die jongeren de helpende hand te reiken. Inmiddels hebben we met onze werkwijze voldoende zelfvertrouwen, ervaring, expertise en resultaten geboekt dat we deze in durven gaan zetten.
Huidige situatie:
Kinderen ontwikkelen zich op een eigen(wijze) manier. Jongeren laten een geweldige diversiteit zien waarin ze vorm willen geven aan hun eigen groei en ontwikkeling. Scholen hebben tot in de finesse een systeem ontwikkeld dat deze grote diversiteit terugbrengt tot een overzichtelijke set aan processen en resultaten. De overheid controleert scholen op de effectiviteit van deze processen en resultaten. Het overgrote deel van de leerlingen in Nederland volgt dit onderwijs naar volle tevredenheid. Er is echter ook een significant grote groep leerlingen die minder aansluiting in dit systeem vinden. Gelukkig hebben veel onderwijsmensen zich hard gemaakt om daarvoor passende antwoorden te vinden, denk hierbij aan Jenaplan, Montessori, Agora, Democratische school. Ondanks alle inspanningen tot nu toe om maatwerk te organiseren voor elk kind blijkt dat voor 15.000 kinderen er nog geen passende vorm is gevonden die aansluit bij hun groei en ontwikkeling. Deze kinderen worden vervolgens als zorgkinderen bestempeld. Zorg bieden aan deze kinderen is een belangrijke doelstelling geworden waardoor het faciliteren van een onbezorgde en eigen manier van opgroeien en ontwikkelen uit het zicht is geraakt. De zorg is gericht op het kind weer laten meedoen in de reeds bestaande structuren, wat in 15.000 gevallen niet lukt waardoor deze kinderen niet meer (mogen) meedoen en derhalve thuiszitten.
Morele dimensie:
Elk kind (jongere) mag tevoorschijn komen. Elk kind heeft het recht om te mogen meedoen in de samenleving. Elk kind heeft recht om alle kansen te verkennen, te onderzoeken en te benutten hoe het mens, burger en professional kan worden. Elk kind heeft recht op begeleiding en ondersteuning door volwassenen hierbij. Elk kind heeft het recht om dit samen met en te midden van andere kinderen te kunnen doen. Elk kind heeft recht om de vrijheid en autonomie te verkennen die het de mogelijkheid geeft om een betekenisvol leven te kunnen leiden.
Oplossing:
Als we deze morele dimensie beschouwen concluderen wij dat wij als onderwijs de morele plicht hebben om ‘iets’ voor deze groep jonge mensen te doen. Zo zijn we in 2021 vertrokken.