De TAALCOACH ondersteunt de anderstalige cursist en zijn omgeving: de vakdocent, de stagebegeleider, de consulent; kortom iedereen die met de anderstalige communiceert. Hij/zij brengt de anderstalige en diens omgeving dichter bij elkaar door te observeren, acties uit de scenario's uit te voeren, te evalueren, samen lessen voor te bereiden, enz. Daarom is hij zo vaak mogelijk aanwezig tijdens de vakles. De taalcoach is een personeelslid van jouw eigen opleidingscentrum en een volwaardig teamlid: hij/zij is aanwezig op elk teamoverleg en wordt betrokken bij de cursistenevaluatie. Hij/zij kan minimaal 0,25 VTE (voltijdsequivalent) aan taalcoaching besteden.
De VAKDOCENT, vakleerkracht, praktijklector, ... kortom degene die lesgeeft in de beroepsopleiding, staat voor een uitdaging bij het lesgeven aan een anderstalig publiek. Hij/zij kan zijn vakdidactiek op de doelgroep afstemmen door taalgericht vakonderwijs te geven. Daarop zijn de scenario's in de toolbox gericht. Door een nauwe samenwerking met de taalcoach bereidt de vakdocent taalgerichte vaklessen voor. Het extra werk van de voorbereiding en de extra begeleiding aan cursisten tijdens de les wordt mee opgevangen door de taalcoach, en dat is een luxe. Door af en toe met 2 voor de klas te staan, wordt veel meer mogelijk.
De anderstalige of laagtaalvaardige CURSIST staat voor een even grote uitdaging als de vakdocent: luisteren, de syllabus lezen, noteren, vaktermen leren gebruiken, problemen melden, ... Veel cursisten hebben niet de nodige competenties om dat allemaal te combineren. NodO+ brengt hen strategieën bij om zelfredzamer te worden in de beroepsopleiding. Door groeipunten te kiezen neemt hij het leerproces zelf in handen en klimt hij hoger op zijn groeiladder. De taalcoach en de vakdocent helpen hem daarbij.