Een werkomgeving moet er netjes, ordelijk en schoon uit zien. Bezoekers (klanten) verwachten dit. Is dat niet het geval dan komen mensen niet graag bij jou. Dit kan tot omzetverlies leiden.
Bovendien moet het ook schoon zijn in de zin van hygiënisch schoon. Je zorgt daarom voor een goede verzorging van huid, haar, handen, mond, enz. Ook nette, schone werkkleding, vitrines, (koel)kasten, enz. zijn belangrijk. Uiteraard let je op houdbaarheidsdata.
Bekijk de HACCP video op IT's Learning.
Een 'hazard' is een gevaar dat in een product aanwezig kan zijn en een bedreiging voor de volksgezondheid kan zijn. Het gaat daarbij om:
Je weet dat er verschillende soorten vuil zijn en dat je deze ook op een verschillende manieren moet schoonmaken. We onderscheiden de onderstaande soorten vuil.
Droog vuil (zand en stof).
Dit zie je met het blote oog. Voor het reinigen is geen water nodig. Je kunt het opruimen door te vegen, stofzuigen of af te stoffen.
Aangekleefd vuil (modder, koffievlekken).
Aangekleefd vuil kun je met het blote oog zien en kun je verwijderen met warm water en een schoonmaakmiddel. Boenen, schrobben en dweilen.
Onzichtbaar vuil .
Dit kun je niet zien. Schimmels en bacteriën zijn micro-organismen (kleine levende wezens). Dit kun je alleen verwijderen door te desinfecteren (ziektevrij maken).
Zorg dat je de theorie van taak 10 goed beheerst. Hier krijg je zeker vragen over in de toets. Als voorbereiding op het onderdeel HACCP bekijk je deze video en beantwoord je de vragen.