Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld,
opdat Hij de wereld veroordelen zou,
maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
Johannes 3.17
──────────────
"Only when you’re close to the truth,
you can be close to the One Who gave the truth."
Baruch Korman PhD.
──────────────
"God chose Abraham to be a blessing for the families of the earth.
In other words: the purpose of election is to bless the non-elect.
All other theology blames the character of
GOD WHO IS LOVE."
──────────────
Over de leer van de 'dubbele predestinatie' of de 'persoonlijke uitverkiezing van eeuwigheid tot het heil en de persoonlijke voorverordinering van eeuwigheid tot verwerping' is al eeuwenlang veel te doen. Voor velen is deze leer een reden geweest om God en Zijn Woord vaarwel te zeggen. Anderen zijn er lijdelijk en onverschillig onder geworden. Ook zijn er mensen door in de wanhoop gekomen. Dat kan echter nooit de bedoeling geweest zijn toen onze Heere Jezus de opdacht gaf "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen." (Markus 16.15) Gods Woord geeft heldere antwoorden op alle levensvragen, ook op de vragen rondom predestinatie en verkiezing. Voorwaarde is wel dat we bereid zijn om dat Woord onbevooroordeeld te lezen en dat is misschien wel de grootste opgave.
Een theoloog schreef eens dat de verschillende visies op de uitverkiezing niet in staat zijn 'om de volle waarheid van de Schrift in zich op te nemen en ons theologisch denken te bevredigen'. Is dat zo? Zou er geen enkele visie op de uitverkiezingsleer zijn die recht doet aan wat de Bijbel erover zegt en die tevens voor ons duidelijk en misschien zelfs begrijpelijk is? Om het anders te formuleren: in de optiek van velen ben je calvinist, of als je het niet met de calvinistische opvattingen eens bent, arminiaan. Of zou er behalve een calvinistische en een arminiaanse ook nog een bijbelse opvatting zijn? Zo dus:
• Volgens het calvinisme verkiest God onvoorwaardelijk individuele zondaars om hen te redden; zij worden onwederstandelijk getrokken tot het geloof in Christus;
• Volgens het arminianisme verkiest God individuele zondaars tot redding, afhankelijk van hun vrije keuze om in Christus te geloven, zoals dat vooraf bij God bekend is;
• Volgens de Schrift zijn gelovigen in Christus voorbestemd (gepredestineerd) om Zijn beeld gelijkvormig te worden en om hemelse zegeningen te ontvangen.
Verkiezing in de Bijbel is altijd verkiezing tot dienst, tot een roeping of tot een doel. ‘(Uit)verkiezing' in de Bijbel gaat altijd over Israël als volk (Deuteronomium 7.6), over het land Israël, over een stad in Israël (1Koningen 11.32), over een stam van het volk Israël (Deuteronomium 21.15), over personen van het volk Israël (1Koningen 8.16) en altijd gaat die verkiezing gepaard met een opdracht, een taak of een doel. Het is bijvoorbeeld de opdracht van het uitverkoren volk Israël om tot een licht voor de wereld te zijn (1Petrus 2.9). Paulus is uitverkoren om apostel voor de heidenen te zijn. Petrus is uitverkoren om apostel voor de Joden te zijn. Enzovoort. Verkiezing impliceert verantwoordelijkheid. Het doel van verkiezing is dus om voor de niet-verkorenen tot zegen te zijn!
In de Bijbel is niet één persoon te vinden van wie geschreven staat dat hij of zij individueel bestemd was om behouden dan wel verworpen te worden. Als iemand behouden wordt, dan is dat altijd door het geloof in de Zoon van God. Als iemand verloren gaat, is dat niet omdat hij daartoe van eeuwigheid bestemd is, ook niet omdat hij een zondaar is, want Jezus heeft voldaan voor de zonden van de hele wereld, maar omdat hij niet geloofd heeft in de Zoon van Gods liefde en daardoor zijn hart heeft verhard. Niets is verwerpelijker dan op zo grote zaligheid geen acht te geven. "Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God." Johannes 3.18.
Veelzeggend is ook Johannes 12.47-48: "En indien iemand Mijn woorden gehoord en niet geloofd zal hebben, Ik oordeel hem niet; want Ik ben niet gekomen, opdat Ik de wereld oordele, maar opdat Ik de wereld zalig make. Die Mij verwerpt, en Mijn woorden niet ontvangt, heeft, die hem oordeelt; het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage."
Dát is de zonde tegen de Heilige Geest. Het is de Geest Die de wereld overtuigt van zonde "omdat zij in Mij niet geloven", zegt Jezus in Johannes 16.7vv. Daarom zegt Hij in Markus 3.28-29: "Voorwaar, Ik zeg u, dat al de zonden de kinderen der mensen zullen vergeven worden, en allerlei lasteringen, waarmede zij zullen gelasterd hebben. Maar zo wie gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest, die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar hij is schuldig aan het eeuwig oordeel."
En wat wellicht het meest genegeerd wordt: verwerping is in de theologie weliswaar het tegenovergestelde van verkiezing, maar in Bijbel niet! Velen hebben het idee dat verkiezing betekent: 'deze wel maar die niet', terwijl de Bijbelse waarheid is: 'deze ... opdat ook die ...' Dát is wat de bedoeling is van verkiezing van Israël: om tot heil voor de wereld te zijn.
Het is merkwaardig hoe teksten die overduidelijk en onverkort zeggen dat God het behoud van alle mensen wil, door velen zover uitgekleed worden dat er van de rijkdom en de universele ruimte van het evangelie niets meer overblijft, terwijl andere teksten, die er voor een groot deel ook nog eens een andere betekenis hebben, gebruikt worden om een leer van onvoorwaardelijke verkiezing en een beperkte verzoening te onderbouwen. Dat is niet wat Gods Woord leert want zo is God niet. Jeaja zegt: "Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een ieder naar zijn weg; doch de HEERE heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen." (53.6)
Het duidelijkst kunnen dat lezen in Exodus 34.5-7 waar de HEERE Zijn Naam bekend maakt in alle rijkdom en ruimte: "De HEERE nu kwam nederwaarts in een wolk, en stelde Zich aldaar bij hem; en Hij riep uit de Naam des HEEREN.
Toen nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid.
Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid en overtreding en zonde vergeeft; Die [de schuldige] geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen en aan de kindskinderen, in het derde en vierde [geslacht]." Wat een NAAM!
God openbaart Zich aans ons door Zijn Woord. Anders gezegd: in Zijn Woord maakt God ons Zijn wil bekend. In de eerste brief van Paulus aan Timotheüs en in de tweede brief van Petrus lezen we over Gods wil ten aanzien van ons behoud. In 1 Timotheüs 2.4 schrijft Paulus over God "Die wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen." In 2 Petrus 3.9 staat: "De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen [dat] traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen." Dat is duidelijke taal.
Toch worden deze woorden door velen niet serieus genomen. De een stelt dat het hier niet gaat over alle maar over allerlei mensen. Echter, op andere plaatsen waar het woord ‘alle’ gebruikt wordt, betekent het ook ‘alle’ (bijvoorbeeld Lukas 13.4, Handelingen 22.15, Romeinen 5.12 en 18, Romeinen 12.17 en 18, 1 Korinthe 15.19). De ander citeert uit de kanttekeningen van de statenvertaling bij deze tekst en wil daarmee aantonen dat hier niet alle mensen bedoeld worden: ‘... Want alzo God al wat Hij wil doen kan en ook doet, zo kan dit niet verstaan worden van alle en een ieder mens, dewijl de Schrift en de ervaring zelf getuigen, dat niet alle mensen zalig worden, maar velen verloren gaan.’ Dat is echter een redenering volgens de logica die strijdt met de inhoud van de tekst.
Maar nu iets anders. In beide teksten staat in de vertaling het werkwoord ‘willen’. In de Griekse tekst worden echter twee verschillende woorden gebruikt. Paulus gebruikt het woord θέλω (thelo) en Petrus het woord βούλομαι (boulomai). ‘Thelo’ heeft de betekenis ‘wensen, verlangen, graag willen’. ‘Boulomai’ betekent ‘willen’ in de zin van ‘besluiten, voornemen’.
De betekenis van ‘thelo’ wordt duidelijk in Mattheüs 7.12: ‘Alle [dingen] dan die gij wilt dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.’ Jezus leert dat je anderen moet behandelen zoals je zelf graag behandeld wil worden en Hij verwijst naar de Torah (meestal vertaald met ‘wet’; beter is: onderwijzing, richtlijn) en de profeten.
De betekenis van ‘boulomai’ wordt duidelijk in Handelingen 12.4: "Die ook gegrepen hebbende, hij in de gevangenis zette, en gaf [hem] over aan vier [wachten], [elk] van vier krijgsknechten, om hem te bewaren, daar hij hem na het paas[feest] wilde voorbrengen voor het volk." Herodes had het voornemen om Petrus ter dood te brengen.
Beide woorden komen voor in Mattheüs 1.19 en daar worden beide betekenissen heel duidelijk: ‘"ozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet openlijk te schande wilde (thelo, verlangen, wensen) maken, was van wil (boulomai, voornemen) haar heimelijk te verlaten."
Nu terug naar Paulus en Petrus en hun uitspraken over Gods wil en ons behoud. Paulus schrijft aan Timotheüs dat God wil (thelo) dat alle mensen zalig worden. Met andere woorden: het is Zijn verlangen dat wij behouden worden. Petrus schrijft dat God niet wil (boulomai) dat enigen verloren gaan. Met andere woorden: het is niet Zijn voornemen om mensen verloren te laten gaan.
De leer van de dubbele predestinatie, die ervan uitgaat dat een klein deel van de mensheid bestemd is tot het eeuwige leven en het overgrote deel bestemd is tot verdoemenis, is niet anders dan een grove dwaling. Men beweert dat God dit besluit gemaakt heeft voordat de wereld bestond. Uit hetgeen hiervoor gezegd is, moge blijken dat dit strijdig is met Gods karakter.
De voornaamste oorzaak van deze dwaling is de vervangingsleer uit de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis geweest, de opvatting dat God met Israël heeft afgerekend en dat de nieuw-testamentische kerk daarvoor in de plaats is gekomen. Teksten die spreken over Israël is men gaan toepassen op de christelijke kerk. Israël als het uitverkoren volk werd dus gelezen als de kerk, de gelovigen als uitverkoren volk. Ook misinterpretaties van teksten als 'Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat' hebben mensen op een dwaalspoor gebracht. Daar spreekt de profeet niet over het vooraf bepaalde zieleheil van de broers en deze woorden zijn dus geen bewijs voor de persoonlijke verkiezing tot zaligheid en persoonlijke verwerping.
Het is een ernstige misvatting dat verkiezing en verwerping als elkaars tegenover worden gesteld. De Bijbel kent die tegenstelling niet. Als er al sprake is van een tegenovergestelde van 'uitverkoren zijn' dan zou dat 'niet-uitverkoren' zijn, maar daarmee is niet alles gezegd. Dit vraagt serieus omdenken! 'Verkiezing en verwerping' houdt in: die wel maar die niet. Zoals de (overigens gebrekkige) vergelijking met het kind dat jarig is en enkele klasgenoten mag kiezen voor het feestje. Volgens sommigen zou dat zijn wat uitverkiezing inhoudt. Maar hoe goed bedoeld ook, dit is niet wat het evangelie zegt.
Een betere vergelijking is deze. De meester is jarig en heeft een traktatie meegebracht. Eén van de kinderen van de klas wordt door hem aangewezen om de hele klas van een traktatie te voorzien. Dat kind is uitverkoren tot die taak en is ervoor verantwoordelijk dat alle kinderen iets krijgen. Alleen degene die het aanbod afwijst en de traktatie niet aanneemt, is uitgesloten en dat is dan ook eigen keus. Dát is wat de Bijbel bedoelt met uitverkiezing: Abraham (en in zijn lijn Israël) is door God uitverkoren om de hele wereld tot zegen te zijn! (Genesis 12.1-3; Jesaja 49.6). Verwerping is dan ook niet een Goddelijk besluit van eeuwigheid; het is een daad van de mens die volhardt in ongeloof, van het niet aanvaarden van het offer van Gods Zoon!
Een derde oorzaak van de dwaling van de leer van de uitverkiezing is dat men in de brieven van Paulus het onderscheid niet ziet in de woorden 'wij' en 'jullie'. Vrijwel overal bedoelt hij het Joodse volk, Israël, als hij 'wij, ons' schrijft en bedoelt hij de niet-joden als hij 'u, jullie' schrijft.
Een voorbeeld. Efeze 1.4: 'Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij ...' Dat gaat over Israël, met als doel, vs. 13: In Wie ook gij ...' en dat gaat over de heidenen. Zo zijn de woorden van Paulus dus volledig in overeenstemming met het wezen van de verkiezing van Abraham.
Verwarring ontstaat ook doordat de bijbelse begrippen 'predestinatie' en 'verkiezing' niet goed onderscheiden worden.
Verkiezen gaat over 'wie' en 'met welke opdracht of roeping', zoals Israël uitverkoren is om het heil tot de wereld te brengen en zoals de stam van Levi uitverkoren is om voor het volk te dienen in het heiligdom en zoals Paulus uitverkoren is om het evangelie naar de heidenen te brengen.
Predestineren gaat over 'wat de uiteindelijke bestemming is'. Zo is het de bestemming van gelovigen in Jezus dat ze Zijn Beeld gelijkvormig zullen worden; daartoe zijn ze gepredestineerd.
Twee waarschuwingen uit de Schrift:
• "Ziet toe dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus." Kolossensen 2.8
• "En Hij zei tot de discipelen: Het kan niet wezen dat er geen ergernissen [dat is: struikelblokken, hindernissen] komen; doch wee hem door wie zij komen." Zie Mattheüs 18.6-7, Markus 9.42, Lukas 17.1-2
Het is mijn wens dat hetgeen op deze site geschreven is, zal zijn tot eer van onze God, Die "lankmoedig is over ons, niet willende dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen" (2Petrus 3.9) en tot heil van hen voor wie deze leer een blokkade is om door de Heere Jezus tot de Vader te gaan. Juist in deze tijd komt het er op aan om in Hem geborgen te zijn.
"Zijt nuchter en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende wie hij zou mogen verslinden." (1Petrus 5.8)
Het zijn de woorden van onze Heere Jezus Zelf: "... bekeert u, en gelooft het Evangelie." (Markus 1.15)
Gods Woord is betrouwbaar: "Ieder die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden." (Handelingen 2.21, Romeinen 10.13)
Wie durft het aan om Zijn Woord niet te geloven?
Hans van Buren
hansvanburensr@gmail.com
Voorthuizen, juni 2025.